Boskalis is voorzichtig op de weg terug

Deze rubriek belicht iedere maandag beursfondsen die in de belangstelling staan. Deze keer: Boskalis.

Luchtfoto van de Marker Wadden. Natuurmonumenten, Rijkswaterstaat en Boskalis leggen een archipel aan eilanden aan, waarvan de eerste fase in totaal zo’n 800 hectare omvat, en klaar moet zijn in 2020.
Luchtfoto van de Marker Wadden. Natuurmonumenten, Rijkswaterstaat en Boskalis leggen een archipel aan eilanden aan, waarvan de eerste fase in totaal zo’n 800 hectare omvat, en klaar moet zijn in 2020. Foto Bram van der Biezen/ANP

Vanaf de brug van de 275 meter lange Boka Vanguard moet het net lijken alsof een platliggende wolkenkrabber door de golven ploegt. Het is de grandeur van dit schip-dat-schepen-vervoert waar Boskalis zich graag mee presenteert. Toch waren de financiële resultaten van de maritiem dienstverlener uit Papendrecht de afgelopen jaren niet zo groots als zijn vlaggenschip. Omzet en winst lopen sinds 2015 terug, mede door de lage olieprijs.

Volgens analist Henk Veerman van zakenbank Kempen is er één ding waar het Boskalis in het baggersegment momenteel aan ontbreekt: „Een megaproject. Iets als de aanleg van een haven of het uitdiepen van een kanaal bijvoorbeeld. Dát zijn de klussen waar serieus marge op gemaakt wordt.”

Het bedrijf wordt over het algemeen als tweeledig gezien: een baggerdivisie en een offshoretak. Het grootste deel van de omzet in de eerste helft van 2018 (1,17 miljard euro) haalde Boskalis uit de baggerdivisie. Hoewel Boskalis bekendstaat als baggeraar, komt ruim een derde van de omzet uit maritieme dienstverlening – van zeetransport in de olie- en gassector tot het vervoeren en plaatsen van windturbines. „Het leggen van kabels voor die windparken levert een aanzienlijke bijdrage aan de winstgevendheid van Boskalis”, legt analist Martijn den Drijver van zakenbank NIBC uit.

Voor het werk in de offshore energiesector is Boskalis afhankelijk van de olieprijs. Als er veel vraag is naar olie, gaan ExxonMobil en Shell op zoek naar nieuwe bronnen. Zij staan bovenaan de productieketen: eerst huren ze een bodemverkenner als Fugro in, vervolgens het Schiedamse Damen om een boorplatform te bouwen. Boskalis – of een van zijn drie mondiale concurrenten – volgt daarna met het transport van zo’n platform over zee.

„Boskalis zit laat in de cyclus: tussen het moment waarop Shell besluit te gaan investeren en het moment dat Boskalis daadwerkelijk in actie komt, zit zo 2 tot 2,5 jaar”, zegt Den Drijver. Het is dan ook niet de verwachting dat de aantrekkende olieprijs in 2019 al veel effect gaat hebben. „Ik zou voorzichtig stellen: ja, Boskalis is op de weg terug.”

In de ‘gouden jaren’ tussen 2010 en 2014 – de olieprijs lag tussen de 70 en 125 dollar per vat – werd flink geïnvesteerd in nieuwe schepen. Toen de prijs van een vat Brent-olie halverwege 2014 scherp daalde en de productie stokte, ontstond voor Boskalis een probleem: de schepen kosten elke dag geld, terwijl ze minder te doen hebben.

Vervelend, maar niets aan te doen, zegt analist Veerman . „Met de flinke marges uit de goede jaren kun je de magere jaren opvangen.” Het komt vervolgens neer op goed management. „De baggerdivisie van Boskalis presteert gemiddeld goed. Met wat ze hebben, halen ze over het algemeen een beter resultaat dan de concurrentie. Het spreekt voor zich dat het voordeliger is om met een dertig jaar oud schip een klus binnen te halen dan dat je dezelfde klus met een splinternieuw schip doet dat nog grotendeels moet worden afgeschreven.”

Donderdag presenteert Boskalis zijn jaarcijfers over 2018. Veerman let onder meer op het dividend. „Vorig jaar is er, tegen het eigen beleid over winstdeling, een vast dividend aangehouden van 1 euro. Daar is nu discussie over, omdat een hoog dividend kan zorgen voor een beperking van de oorlogskas of flinke verwatering van het aantal aandelen.” Den Drijver gaat daarbij onder meer letten op de bezettingsgraad. „Hoeveel schepen werkten actief op projecten en hoeveel lagen er stil of waren maar kort actief?” Tot slot verwacht hij bij de presentatie vragen over de mogelijke aanschaf van een nieuw kraanschip. „Goed om te weten – een nieuw schip zou een investering van zo’n 200 miljoen euro betekenen.”