Recensie

Arbeidersdrama ‘Sociaal kapitaal’ zit vol half uitgewerkte ideeën

Theater Het gebrek aan focus in Sociaal kapitaal levert een voorstelling op die op alle fronten ondervoed, onderontwikkeld en ondermaats is.

Arthur (Sieger Sloot) en Wilma (Eva Marie de Waal) verdrinken in ‘Sociaal kapitaal’ in de eisen van de moderne verzorgingsstaat.
Arthur (Sieger Sloot) en Wilma (Eva Marie de Waal) verdrinken in ‘Sociaal kapitaal’ in de eisen van de moderne verzorgingsstaat. Foto Sanne Peper

Arthur (Sieger Sloot) en Wilma (Eva Marie de Waal) hebben vijf kinderen, weinig inkomen en een heleboel ongeopende enveloppen van legio overheidsinstanties. Ze verdrinken langzaam in de eisen die de moderne, steeds uitgekledere verzorgingsstaat aan ze stelt, waarbij het ook niet helpt dat Arthur een kort lontje heeft en Wilma niet zo goed met geld kan omgaan.

De openingsscènes van Sociaal kapitaal, de tweede voorstelling die Sloot en De Waal onder de vleugels van Mugmetdegoudentand maken, voelen als het begin van een ‘kitchen-sink-drama’, het arbeidersklassegenre waar filmmaker Ken Loach groot mee is geworden. De makers zetten hun personages in zowel tekst als spel echter te karikaturaal neer: ze zijn eerder archetypen dan mensen van vlees en bloed. Het geeft de voorstelling meteen iets ongemakkelijks mee, het gevoel van geprivilegieerde toneelmakers uit de middenklasse die zonder enige kennis van zaken een leven aan de zelfkant van de samenleving proberen neer te zetten.

Oppervlakkig

Het probleem van de tekst (die Sloot en De Waal zelf schreven) is dat deze op alle vlakken halfslachtig is. In de manier waarop het stuk zich ontwikkelt schemert door dat de makers zowel een vlijmscherpe analyse van de huidige verzorgingsstaat als een kwetsbaar portret van de verliezers ervan wilden neerzetten, en dan ook nog in korte terzijdes wilden reflecteren op hoe zij zich zelf tot de materie verhouden.

Het probleem van die aanpak is dat geen enkel element goed uit de verf komt. De oppervlakkig geschetste personages komen niet tot leven omdat ze vooral ten dienste staan van de systeemanalyse. Die systeemanalyse zelf schiet op bijna absurde wijze tekort: er wordt vaag gegesticuleerd naar het spook van het neoliberalisme, en in een krankzinnig gesprek tussen ambtenaar Jan-Willem en armoedewethouder Guusje blijkt deze laatste een pure fascist te zijn, die de beste bijstandstrekkers wil uitkiezen en de rest wil laten sterven. Het is een terugkerende tekortkoming bij de Mugmetdegoudentand: net als in De Eurocommissaris wordt inhoudelijke maatschappelijke kritiek zo verruild voor een potje ‘het is de schuld van moreel corrupte politici’.

Alsof hun aandacht nog niet verdeeld genoeg was, heeft het de makers dan ook nog behaagd om een soort kosmologisch lijntje te introduceren, waarin Sloot in het Engels op de evolutie van de mensheid reflecteert terwijl De Waal als studieobject fungeert. In plaats van een kitchen-sink-drama wordt Sociaal kapitaal zo een everything-but-the-kitchen-sink-drama, een theatrale onderneming die zo volgepropt zit met half uitgewerkte ideeën dat het aan zijn eigen gebrek aan focus bezwijkt.