Opinie

    • Marjoleine de Vos

Als je de wereld om je heen niet meer herkent

De Britse journalist en schrijver John Lanchester zei in een interview in De Groene dat de wereld nu eenmaal onophoudelijk verandert. „Als je altijd in hetzelfde dorp buiten Groningen woont, nooit de deur uit komt en niets doet, komt er ook een dag dat je uit het raam kijkt en je de wereld om je heen niet meer herkent. Dat is de moderne conditie.” Ik keek uit het raam.

De windmolen die vijftien jaar geleden in zijn eentje aan de horizon stond had enorm veel gezelschap gekregen. Gezelschap met lichtjes op hun toppen. Er tussenin, dat zie ik niet direct uit het raam maar wel als ik een klein stukje de weg oploop, blaast sinds vier jaar een grote kolengestookte elektriciteitscentrale constant een wolk uit. De wolk waait meestal naar het oosten, naar Duitsland. Daar, in de kleine dorpen in Ostfriesland is dus ook het een en ander veranderd.

Je ziet de moderne wereld die twee heel verschillende signalen geeft: we moeten schone energie hebben en we zetten een grote fabriek neer. Misschien is het wel hetzelfde signaal in een bepaald opzicht: er zijn grote bedrijven die aan energie verdienen en die hun inkomsten uit onze leefomgeving halen. Indien nodig met praatjes over ‘een schone toekomst’. Ik las laatst in een verslag van een zitting bij de Raad van State over windmolens bij het Groningse Meeden over ‘sfeerwoningen’: huizen die veel overlast zullen krijgen van de geplande windmolens, maar daar niet tegen beschermd worden omdat ze geacht worden tot de inrichting van het windmolenpark te behoren. De bewoners zullen op de molens uitkijken, ze zullen de slagschaduwen over zich heen zien flitsen, ze zullen het hoge fluitsuizen horen waar nu nog stilte heerst. De stilte waarom ze daar zo graag woonden.

Er is niets en niemand die pal voor ze staat. Zodra bewoners protesteren, denk bijvoorbeeld aan alle mensen die vrezen dat hun wereld en hun leven verpest zal worden door het aanstaande vliegveld Lelystad, worden ze met het belang van economische groei om de oren geslagen. Die is namelijk zeer goed voor iedereen. En als het om windturbines en zonnepanelen gaat, verdienen de bedrijven ook nog hun geld in het belang van de schone toekomst.

Dat is niet waar, zoals nu alom geconstateerd wordt. Windmolens en kolencentrales komen van hetzelfde bedrijf. Panelen en turbines hoeven niet pal naast dorpen te komen. Degenen die profiteren van al die groei en globalisering behoren tot een steeds kleiner groepje.

Enfin, zo is de wereld dan veranderd als je eens even uit het raam kijkt in je Groningse dorpje. Ik stapte op de fiets om een boodschap te doen in Bedum, twintig minuten verderop. Zonnig weer, pad dwars door de weilanden, ik verheugde me. Maar toen ik er fietste dacht ik: waarom eigenlijk? Het lijkt hier wel de woestijn. In het onkruidvrije raaigras kan niets bloeien. Er nestelt geen vogel. Er loopt geen haas. Insecten verdwijnen bij miljoenen. De suizende stilte van een dood landschap.

We doen het voor een deel ook nog eens zelf. Verander mensen in aandeelhouders en ze zijn bereid in te stemmen met windturbines en vliegvelden, lok ze met lage prijzen en ze geven er niets om dat de landbouw zó ‘efficiënt’ gemaakt wordt dat het landschap sterft.

De wereld, en dan heb ik het alleen maar over de zichtbare wereld van de directe omgeving, verandert inderdaad steeds verder. De gewoonste verlangens: zich thuis voelen, niet leven op een soort industrieterrein, tellen niet erg mee. Ze zijn politiek weinig inzetbaar, de buurtwinkel, de veldleeuwerik, de middeleeuwse kerk, paardebloemen in de wei.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.

Correctie (4/5 maart 2019): In een eerdere versie van deze column ging het over „het Drentse Meeden”. De plaats ligt in de provincie Groningen. Ook werd gesproken van „naar het westen, naar Duitsland”; dat had ‘naar het oosten’ moeten zijn. Beide zaken zijn hierboven aangepast.