Zwaarte ging zelden zonder lichtheid in Van Gestels oeuvre

Peter van Gestel (1937-2019) auteur Peter van Gestel, auteur van bekroonde kinderboeken als Winterijs is vrijdag overleden in Amsterdam. Van Gestel schreef aanvankelijk voor volwassenen, maar zijn jeugdliteratuur wordt als zijn belangrijkste werk beschouwd.

Peter van Gestel in 2002. Foto Juan Vrijdag/ANP

‘In de man zit nog een jongen/ en die zal daar altijd blijven/ en wie schrijver is geworden,/ zal daarover schrijven’, schreef dichter Willem Wilmink ooit voor schrijver Peter van Gestel, die vrijdag op 81-jarige leeftijd is overleden in zijn woonplaats Amsterdam. Het gedicht is net zo goed een zelfportret van Wilmink als een typering van Van Gestel. Want in Van Gestels werk als kinderboekenschrijver ontwaarde je altijd nog het jongetje dat hij was. Hij was een beetje Ko Kruier, het tobberige puberpersonage waarmee Van Gestel in de jaren tachtig zijn naam vestigde in de jeugdliteratuur. Hij was een beetje het onbekommerde schoffie Thomas, de hoofdpersoon van zijn magnum opus Winterijs (2001), én hij was diens tegenspeler, de ernstige Zwaan. Hij was ook Jasper, uit zijn laatste kinderboek Al dat heerlijke verdriet (2011), een jochie dat het liefst wegsukkelt in de zalige warmte van de potkachel.

Van Gestel schreef zo’n dertig boeken, aanvankelijk voor volwassenen, maar zijn jeugdliteratuur wordt als zijn belangrijkste werk beschouwd. Hij ontving in 2006 de Theo Thijssen-prijs, de grootste prijs voor een jeugdliterair oeuvre. Winterijs, dat alle grote prijzen voor kinderboeken won, geldt inmiddels als een klassieker.

Peter van Gestel (Amsterdam, 1937) doorliep de toneelschool en werkte enkele jaren als acteur, voordat hij als twintiger debuteerde met de verhalenbundel Drempelvrees (1962), die hem een literaire aanmoedigingsprijs opleverde. Daarna wijdde hij zich aan het schrijven van hoorspelen en tv-scenario’s – onder meer samen met Willem Wilmink. Hij ontwikkelde als scenarioschrijver een eigenzinnig en scherp oor voor dialoog: taal zonder tierlantijnen, naturel en levensecht, met veel gevoel voor onderhuidse spanning en ironie.

Die kwaliteit bepaalde ook zijn eerste stappen in de jeugdliteratuur, eind jaren zeventig. Met name de door Peter van Straaten geïllustreerde feuilletonverhalen over Ko Kruier, die door Amsterdam kuiert, zijn goed getroffen in hun lichtvoetigheid, terwijl er ook melancholie in doorklinkt. Zwaarte ging zelden zonder lichtheid in Van Gestels oeuvre. Dat was ook de grote kwaliteit van Winterijs, over de onwetendheid van niet-Joodse Nederlanders vlak na de Tweede Wereldoorlog. De kinderroman vertelt daarover in de luchthartige woorden van een tienjarige, en vanuit de beperkte kinderblik – zo nadert de doem langzaam. Ondertussen wordt er, zoals door alle Van Gestel-personages, genoten van het leven, waardoor de harde waarheid des te indrukwekkender binnenkomt.

Die subtiele toon en verfijnde stijl maken zijn jeugdboekenoeuvre – waarin het rijkelijk bekroonde en verfilmde Mariken (1997) en Die dag aan zee (2003) andere hoogtepunten vormen – hoogst herkenbaar en origineel, en daarom van grote literaire waarde. Tegelijk viel het daardoor meer in de smaak bij volwassenen dan bij kinderen. Toch twijfelde Van Gestel nooit of hij kinderboeken schreef, het was de vorm waarin hij zich thuisvoelde. Winterijs kon geen volwassen perspectief verdragen, zei hij eens in NRC. „ Dit verhaal heeft tragische achtergronden, maar het moet daar niet in verzinken. Daarom koos ik voor de directheid van een tienjarige.”

Het was ook een karakteristieke manier voor Van Gestel om met de serieuze autobiografische achtergrond om te gaan – de Jodenvervolging trof de omgeving van zijn half-Joodse vader en een bevriende leeftijdsgenoot van Van Gestel stierf in Auschwitz. Humor was een tegenwicht, maar speelde ook soms de hoofdrol zoals in het huisdierenverhaal Slapen en schooieren en Nikki, volgens Van Gestel zelf „een Woody Allen voor kinderen”. Het donkerste boek in zijn oeuvre, Die dag aan zee (2003), is geïnspireerd op de zelfdoding van Van Gestels jongvolwassen broer. De typerende slotzin: ‘Van alles maken we tenslotte een mooi verhaal.’