Zo beleeft de Vlaming de wielerkoers

Vlaams openingsweekend De start van het klassiekerseizoen in Vlaanderen draait om meer dan mannen en vrouwen die over kasseienstroken stuiteren. „We vieren vriendschap, en de mooiste sport ter wereld.”

Het klassiekerseizoen is zaterdag in Vlaanderen begonnen met de Omloop het Nieuwsblad.
Het klassiekerseizoen is zaterdag in Vlaanderen begonnen met de Omloop het Nieuwsblad. Foto Joris Knapen

Twee maanden per jaar, zeggen ze zaterdag langs de modderige bermen van Vlaams heuvelland, is in België wielrennen populairder dan voetbal. De sympathie zit hem in de op het gezicht gegraveerde werklust van hen die op een zadel zitten, en ook in de bereidheid tot zelfmarteling, waarmee een Vlaming zich kan vereenzelvigen en waar zoveel respect voor bestaat dat het soms doorslaat in heldenverering.

Er zijn lui bij die in maart en april hun seizoenskaart van pak ’m beet Zulte Waregem ongebruikt in de lade laten liggen omdat ze verkiezen om met hun kaplaarzen in de miezerregen te gaan kijken hoe volwassen mannen en vrouwen over monumentale kasseienstroken stuiteren. Met een kinderlijk enthousiasme wachten ze tot het klapperende geluid van helikopterwieken aanzwelt, gevolgd door het geratel van fietskettingen die zoeken naar grip op de tandwielen. Maar voor velen begint de voorpret al maanden eerder.

Foto Joris Knapen

Wielerbaan ’t Kuipke, Gent, 10.45 uur

Het uitgelaten gejoel dat Bastiaan Fonteyn (29) en zijn vrienden produceren vult de expositiehal die aan wielerbaan ’t Kuipke is gebouwd, en waar driekwart van de teambussen staan opgesteld. Van daaruit worden de renners én rensters die meedoen aan de Omloop Het Nieuwsblad tegelijkertijd naar het podium óp de beroemde piste geroepen om te worden voorgesteld aan het publiek dat zich met een paar honderd heeft verzameld op het krappe middenterrein.

Voor Bastiaan is het dubbel feest: hij viert zijn vrijgezellenfeest – te zien aan het bruine zeemanskostuum inclusief pruik en masker dat hij draagt – én het is de dag waar hij en zijn maten de hele winter naar hebben uitgekeken: de koers is terug in Vlaanderen, waarmee voor hen ook de lente is begonnen. Ze kunnen hun lol niet op, als voetbalfans zingen ze hun favoriete renner toe. „Want hoe mooi is het”, zegt Bastiaan vanachter een topzwaar supermarktkarretje dat vol met bierblikjes ligt, „dat de beste wielrenners ter wereld over de wegen en door de dorpen trekken die wij al zo lang kennen uit onze kindertijd. We vieren vriendschap, en de mooiste sport ter wereld.” Dan hobbelt Bastiaan achter zijn maten aan. Bastiaan uit Geraardsbergen, alwaar de befaamde Muur ligt die naar een kapel leidt, en waar de Omloop later deze dag zomaar beslist kan worden.

Lees ook: Chantal Blaak wint Omloop het Nieuwsblad

In ’t Kuipke zijn zwarte lappen over het larikshout gehangen, staat een dj diepe beukbeats te draaien en worden de renners van de regio bezongen. De fanclub van de Gentse wielrenner Tiesj Benoot schiet confettikanonnen af als de presentator vraagt waar ze zich hebben opgesteld. Christophe Naessens (24), Fabian Laerte (23) en Alexander Van Damme (24) kennen Benoot nog van de middelbare school, groeiden met hem op in het Gentse en komen voorafgaand aan zijn wedstrijden altijd samen in café De Kroon op het Sint-Pietersplein. Ze verheugen zich op „een volksfeest” dat op het punt staat te beginnen. „Het is een totaal andere sportbeleving dan voetbal”, zegt Christophe. „Je kunt een renner volgen van het begin tot het einde van z’n carrière, maakt niet uit naar welk team hij gaat. Dat heb je met voetbal niet.”

Buiten houdt Greg Van Avermaet halt voor een groep supporters. Uit alle hoeken komen mensen met hun smartphone toegesneld. Ze kunnen hem zelfs vragen om een krabbel op een petje. Een stuk verderop staat de 70-jarige Erwin De Rycke naast een renner van het Duitse team Bora-Hansgrohe. Hij krijgt een handtekening op een briefkaart. „Ik verzamel ze”, zegt hij na een trekje van zijn sigaret. „Ik heb er al 300.” Zijn nagels zijn geel, hij draagt een bruine pet en heeft een zilveren bril op zijn neus. Hij nam de verzameling een paar jaar geleden over toen zijn zwager overleed, die er al mee begonnen was in de jaren zestig. Samen hebben ze meer dan 600 handtekeningen, die netjes in mappen zijn gesorteerd. De Omloop is een vrolijke dag voor Erwin, want dan kan hij weer verder met wat ook zíjn hobby is geworden. Hij aast nog op de handtekening van Mark Cavendish, de renner die voor hem tot nu toe het meest onaantastbaar is gebleken.

Foto Joris Knapen
Foto Joris Knapen
Foto Joris Knapen

Haaghoek, Horebeke, 12.55 uur

De kasseien van het boerenlandweggetje waar al sinds 1770 melding van wordt gemaakt liggen er spekglad bij en het peloton mannen moet daar drie keer overheen. De vrouwen één keer. Het miezert, volgens velen perfecte weersomstandigheden voor de eerste wielerklassieker van het jaar. Maakt het geheel heroïscher, en dat ziet men in Vlaanderen graag. De heuvelachtige landerijen zijn her en der door tractorbanden omgeploegd tot velden van klei, de wind komt zingend over de toppen en sist door het gras. In de verte het schelle geluid van een stel kraaien. Kerels staan te pissen in het land.

André Scheerder (72) geniet van zo’n dag, in zijn felgele hesje met de tekst ‘seingever’ op zijn rug – aan hem de taak toeschouwers van wielrenners te scheiden. Hij draagt sandalen met geitenwollensokken, en als die nat worden kan hem dat niet schelen. André mist een hele rij tanden in zijn onderkaak, waardoor hij er ouder uitziet dan hij is. Hij draait een sjekkie en als hij de vraag krijgt wat de koers voor hem betekent, krijgt hij waterige oogjes. „Zo ontzettend veel”, mompelt hij. Ten eerste is koers gewoon werk op de anders wat lege zaterdagen. Maar het mooiste vindt hij de kameraadschap die hij ziet bij team Deceuninck-Quick-Step. „Ze laten daar niemand achter. Dat is het mooie aan de wielersport.”

Bovenaan de Haaghoek, die eerst afzinkt en dan omhoog kruipt langs de boerderij van een Duitse veearts, staat Thomas Van Uytfanghe (39) met zijn vrouw, twee kinderen en zijn vader te popelen tot de coureurs voorbij zullen razen. Meteen na nieuwjaar begon het vooruitzicht van de koers al bij hen te kriebelen. Zo’n zaterdag is voor Thomas een leuk uitje, een traditie ook. Komt nog bij dat er tegenwoordig zo veel klassiekerrenners uit Vlaanderen komen dat bijna alle jongens uit de regio Gent gelden als favoriet.

Lees ook: De wielerkoers komt thuis, de lente begint

„Als je wil weten hoe Vlamingen zijn, dan moet je naar de koers komen.” Twee grijnzende, jonge kerels staan in een decennia oude Peugeot J7 biertjes te tappen, café-uitbater Jo De Graeve (45) en zijn collega Jan Dauw (35). Doen ze jaarlijks twee keer: tijdens de Omloop en de Ronde van Vlaanderen, in april. Ze kijken vanuit hun kraam op het Buikplein uit over de vallei van de Haakhoek, zien de renners van een kilometer afstand naderen. Ze zeggen wat de vriendengroep in ’t Kuipke eerder ook aanstipte, met een lach, maar ondertussen serieus: „De koers is het ideale excuus om een dag op stap te gaan met je maten, en de madammekes thuis te laten.” Jo kijkt ineens met een theatrale frons voor zich uit: „Het gaat ons ook om de heroïek. Dat die jongens de hele dag afzien voor één ereplaatsje. Dat is veel stoerder dan al deze bierzuipende helden bij elkaar.” Op de Haakhoek staan er van die categorie zo’n 150, maar zodra de mannen gepasseerd zijn, trekken de toeschouwers weg. Niemand die daardoor ziet dat de vrouwenwedstrijd vlak voor de kasseienklim is stilgelegd omdat ze dreigden de mannen in te halen, die het eerste uur op een sukkeldrafje aflegden. Op de streep zal de verdeling in geldprijzen zo zijn: 420 euro voor de winnares, 16.000 voor de winnaar.

Foto Joris Knapen
Foto Joris Knapen

Paddestraat, Zottegem, 13.55 uur

In warme bakkerij Marysse werkt Kristof van de Velde (29) zich een slag in de rondte. Op een normale zaterdag zit de tearoom die aan de zaak vastzit halfvol met wandelaars, maar twee keer per jaar heeft hij het dubbel zo druk. Buiten raggen de vrouwen over de 2.300 meter lange kasseienstrook die de Paddestraat heet. Wereldkampioen Anna van der Breggen voert het veld aan, ziet ook gymleraar Wim Dierick, die aan het parcours woont en daarom weet dat de vierkante keien waar hij elke dag overheen moet in de jaren tachtig werden heraangelegd en sindsdien monumentaal beschermd zijn. Hij ziet het hele jaar door wielertoeristen langs zijn voordeur fietsen, en volgens hem springen de hotels daardoor als paddenstoelen uit de grond. „De koers zit in onze genen”, vertelt hij. „Ieder volk is op zoek naar een stukje identiteit, nietwaar? Stel je eens voor dat bij jullie een sloot van de Elfstedentocht wordt gedempt. Dan is de wereld te klein, toch? Dat geldt bij ons met kasseien en koers.”

Een kilometer verderop turen Caroline Vercoutere (54) en echtgenoot Stephen Tsjobbel (54) naar hun telefoon, waarmee ze via de Belgische zender Sporza op de hoogte blijven van het koersverloop. Ze volgen de koers al vanaf dat ze kind waren, zo gaat dat in Vlaanderen. „De koers is een subcultuur”, zegt Stephen. Caroline herinnert zich vooral de picknicks die ze organiseerden toen hun eigen kinderen nog klein waren. Als de renners straks voorbij zijn, haasten ze zich naar Merelbeke, waar ze voor de televisie kunnen zien wie er gaat winnen.

Foto Joris Knapen

De Kapelmuur, Geraardsbergen, 16.19 uur

Of de Vlaming blij is dat de winter voorbij is, en de koers weer in het land? Rondom de top van de iconische Muur van Geraardsbergen, talloze keren het beslissend decor van een wielerklassieker omdat de kinderkopjes er zo verrekte steil omhoog voeren, verzamelen zich honderden fans, met spandoeken. Velen dragen petjes waarop ‘de koers is van ons’ op de klep staat. Vlak daaronder barst Taverne ’t Hemelrijck bijna uit z’n voegen, vijf medewerkers tappen bier zo snel ze kunnen. Mannen van middelbare leeftijd staan zich voor de ramen van het café te verdringen om zicht te houden op de grote televisieschermen die binnen hangen. Ze willen precies zien wat er in de wedstrijd gebeurt voor ze hun helden in beeld krijgen.

Vijf renners horten en stoten zich met de tanden ontbloot richting de kapel en een levensgroot kruis, onder wie vier Belgen. Een muur van geluid zwelt aan als ze langskomen. Na vijf tellen zijn ze voorbij. Over de top staat ineens geen mens meer, en dalen de renners in doodse stilte af naar de laatste klim van de dag.

De Omloop wordt gewonnen door de Tsjech Zdenek Stybar, die getrouwd is met een Vlaamse, en woont in Essen, net over de grens bij Roosendaal.