Opinie

    • Wilfried de Jong

Wielerdijen als varkenspoten

Harrie zat al met één arm in die trui. Dat was een prachtzin van collega-baanwielrenner Jeffrey Hoogland die al na het eerste finalesprintje voelde dat hij het goud dreigde te verliezen. Aan Harrie. Maar goed, die Harrie moest eerst nog maar eens die andere arm in die regenboogtrui zien te wurmen.

Harrie – heerlijke naam voor een krachtmens, voluit Harrie Lavreysen – heeft een arm ter grootte van een stevig puberbeen. Zijn pols heeft de vorm aangenomen van een kuit, zijn bovenarm lijkt een volwassen dij.

Het onderstel van Harrie, moet ik het daar ook over hebben? Zijn bovenbenen doen denken aan varkenspoten die mannen in bebloede overalls vanuit een vrieswagen naar de slagerij sjouwen.

Die hele bonk vlees wordt vlak voor de start van een nummertje sprinten in een strak aërodynamisch pak gehesen. Normaal lopen is er niet meer bij. Snel, op het zadel.

Een aantal jaren terug maakte ik op de wielerbaan in Alkmaar mee hoe voormalig wereldkampioen sprint Theo Bos ging meetrainen met de nieuwe lichting sprinters, onder wie Jeffrey Hoogland en Matthijs Büchli.

Bos was de man van de souplesse, van de ranke stijl. Hij vergeleek zich graag met een luipaard. Hij had lange spieren, stevig waar ze stevig moesten zijn. Voor het sprintwerk anno nu had Bos toch iets anders nodig. Volgezogen spieren die op klappen staan. De baansprinter zit verstopt in het lijf van een gewichtheffer. De jongens in Alkmaar waren veel in de weer met het sjorren aan halters.

Daar stond het luipaard, eenzaam tussen een kudde ossen. Met zijn sluwheid en ‘nieuwe’ spieren wist routinier Bos (35) nog een eind te komen. En zie, op de afgelopen WK won hij knap zilver op de kilometertijdrit.

In het sprintersgeweld is het hebben van die angstaanjagende spiermassa noodzakelijk. Je moet slim zijn op de houten baan en goed kunnen sturen, maar zonder turbodijen win je geen regenboogtrui.

Zo sterk als de benen van Harrie zijn, zo broos is zijn schouderwerk. Al jaren glipt het kogelgewricht regelmatig uit de kom. Hij draagt in bed zelfs aangepaste kleding om te voorkomen dat zijn arm in de ochtend levenloos naast het nachtkastje hangt.

Ondanks alle trainingsuren in het krachthonk waren de gigantische dijen van Harrie na de gewonnen finale op het koningsnummer van de WK baanwielrennen opgeblazen en verzuurd.

Getuige zijn tekst (inclusief gehijg) direct na de finish: „Hu-huh. Helemaal kapot. Hu-huh. Dit is zó vet, oh, huh-huh. Ik eh, huh, voelde me zo sterk. Wereldkampioen. Huh-hu, kan het niet geloven. Oh, mijn benen, ik moet fietsen.”

De spieren in de benen protesteerden hevig, ze waren weer zwaar op de proef gesteld. Harrie wankelde naar het middenterrein om uit te fietsen in afwachting van de prijsuitreiking.

Na een half uurtje ging het weer en stond hij niet met één, maar met twee gespierde armen in de regenboogtrui naar het volkslied te luisteren.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.