sc Heerenveen: van knuffelclub tot broeinest van onrust en onvrede

Reconstructie bestuurscrisis Lang gold sc Heerenveen als voorbeeldclub. Maar het Friese bolwerk heeft zijn glans verloren. Een nieuwe, harde machtsstrijd is gaande.

Het thuispubliek van sc Heerenveen.
Het thuispubliek van sc Heerenveen. Foto Reyer Boxem

Het is vrijdag 1 februari wanneer Luuc Eisenga in een van de zalen op de derde verdieping van het Abe Lenstra-stadion afscheid neemt als algemeen directeur van sc Heerenveen. Hijzelf, medewerkers en mensen uit de top van de organisatie houden toespraken. Eisenga, voorheen actief in het wielrennen, vertrekt na drie jaar onder zware druk bij de Friese club.

Een van de genodigden is Geert de Vries. Hij heeft het syndroom van Down en loopt al jarenlang rond bij de club. Hij komt regelmatig langs bij Eisenga. Voor een praatje, koffie, een knuffel en soms schuift hij aan bij vergaderingen. Bij het afscheid geeft Eisenga (46) zijn bureaustoel aan hem, met Geerts naam erop. Symbolisch. Tijdens zijn bewind had Eisenga het gevoel dat velen op zijn stoel wilden zitten. Geert vertrouwt hij de stoel toe.

Die dag wordt een turbulente periode afgesloten bij sc Heerenveen. De directie en de voltallige raad van commissarissen zijn in een tijdsbestek van twee maanden vertrokken. Na verschillende bestuurlijke crises dit decennium gaat het opnieuw mis bij Heerenveen.

„Ik kwam hier om een sportclub te leiden, niet om een hoofdrol in House of Cards te hebben”, zei Eisenga bij zijn vertrek. Reconstructie van een bestuursconflict en naderende machtsovername door een voormalige Rotterdamse zakenman.

Herstelwerk

Riemer van der Velde is nooit ver weg. In de ‘pronkkeamer’, een museumpje in het stadion, is zijn buste niet te missen. Man met visie, daadkracht en autoriteit. 23 jaar was hij voorzitter, tussen 1983 en 2006. Van een kleine club in de eerste divisie met schulden transformeerde hij Heerenveen samen met coach Foppe de Haan tot een Fries bolwerk, dat leidde tot Champions League-deelname in 2000. Ongekende, onvergetelijke tijden.

Heerenveen groeit uit tot de vierde club van Nederland, begin deze eeuw. Met een sterke eigen identiteit, met het Friese volkslied dat voor thuisduels wordt gespeeld. Goede neus voor talent, jonge spelers worden doorontwikkeld en voor vele miljoenen verkocht, zoals Ruud van Nistelrooy en Klaas-Jan Huntelaar. Knuffelclub en voorbeeldclub. In 2006 wordt het vernieuwde, grotere stadion geopend, met een capaciteit van 26.500 plaatsen: ongeveer gelijk aan het aantal inwoners in Heerenveen in die tijd.

Spreek iemand over sc Heerenveen, en de naam Riemer valt onvermijdelijk. Van der Velde (78) kon de club na zijn vertrek niet loslaten. In Het Wespennest (2016) van journalist Albert van Keimpema staat beschreven dat zijn invloed mede leidde tot verschillende bestuurlijke revoluties. Al zegt de erevoorzitter, desgevraagd, dat het een misverstand is dat hij zich met alles bemoeit.

Een Heerenveensupporter komt per fiets aan bij het beeld van Abe Lenstra buiten het stadion. Foto Reyer Boxem

In de afgelopen tien jaar vertrokken liefst vijftig beleidsbepalers uit de verschillende bestuursorganen, berekende de Leeuwarder Courant. Sinds Van der Velde afscheid nam is het „crisis op crisis”, zegt Hans Westerhof, oud-trainer van onder meer PSV en Ajax, woonachtig in Heerenveen en tot eind vorig jaar commissaris bij de club.

Er bestaan „twee groeperingen”, zegt Westerhof, wat de onrust mede veroorzaakt. „Er zijn mensen die weglopen als Riemer wat te vertellen heeft, en er zijn mensen die terugkomen als Riemer het voor het zeggen heeft.”

De laatste bestuursimplosie is in het najaar van 2015, wanneer de zevenkoppige, zogeheten ‘one-tier-board’ terugtreedt. Aan die roerige tijden moet een eind komen, wanneer Luuc Eisenga februari 2016 begint, als enig statutair directeur. Hij is nieuw in het voetbal; in het verleden werkte hij voor de wielerploegen T-Mobile en Rabobank.

Sponsors lopen weg, het aantal toeschouwers daalt, de sportieve prestaties vallen tegen en de interne verdeeldheid over de te volgen koers is groot. Kantoorpersoneel is ook murw van alle paleisrevoluties. Het is aan Eisenga om Heerenveen weer op te bouwen. „De club was onthoofd”, zegt Jorrit Jorritsma, tot voor kort voorzitter van de raad van de commissarissen. „Er waren geen bestuurlijke gremia meer. Alles was nieuw.”

Verschillende probleemdossiers liggen voor. De hoge stadionhuur, die onder Eisenga wordt verlaagd van 3,3 naar 2,2 miljoen euro. Het sterk verouderde trainings- en jeugdcomplex Skoatterwâld, dat gerenoveerd en uitgebreid moet worden. Maar met name commercieel moet de club herstelwerk verrichten. Eind vorig decennium had de businessclub nog bijna 1.200 leden. Door de economische crisis en de bestuurlijke onrust daalde dat aantal tot onder de vijfhonderd.

Een fan op de tribune bij het duel sc Heerenveen - Willem II, zondagmiddag (4-2). Foto Reyer Boxem

En: er moet rust in de tent komen. Om dat te bewerkstelligen moet de invloed van Riemer van der Velde beperkt worden, klinkt het. Dat hij informele lijntjes en pionnen binnen de club heeft, staat dan vast. In dat licht moet het vertrek van technisch manager en oud-doelman Hans Vonk worden gezien, mei 2016. Een betrokkene: „Hans Vonk deed precies wat Riemer wilde. Dat kon natuurlijk niet, wie was nou eigenlijk de directeur?” Van der Velde ontkent dat hij die invloed had.

Vertrek van een ‘pleaser’

Onder een deel van de sponsors is hij populair: commercieel manager Henk Bloemers. Makkelijke prater, goede netwerker, komt altijd even langs in de skybox. Als een sponsor met een speler op de foto wil, regelt hij dat. Hij begint in april 2016 en haalt met zonneparkbouwer GroenLeven direct een nieuwe hoofdsponsor binnen. Verzekeraar Univé stopt na 15 jaar.

Maar Eisenga en Bloemers liggen elkaar niet, ze hebben geen „klik”. En ze verschillen van mening over hoe het stadion voller te krijgen. Bloemers denkt actiegericht en in maatwerk, Eisenga gelooft in duurzame, langetermijnrelaties.

Bloemers staat bekend als een „pleaser”. De kritiek is dat hij te makkelijk vrijkaarten of flinke korting geeft en dat dit ook de cultuur is op zijn afdeling. „Ik was wel een type dat af en toe wat weggaf”, erkent hij. Als een sponsor om twee vrijkaarten vraagt voor een relatie, stemt hij in, in de hoop dat hij dat bedrijf later kan vastleggen. „Dat is investeren.”

Voor Eisenga – een meer zakelijke, ietwat stoïcijnse Fries – is de vrijgevigheid van Bloemers onacceptabel, ook ten opzichte van andere sponsors die wel het volle pond betalen. Eisenga grijpt in en biedt Bloemers een functie als salesmanager aan, lager in de hiërarchie en met minder salaris. Bloemers ziet hiervan af en stapt januari 2018 op.

Zijn opvolger Marieke Kamminga vertrekt na een inwerkperiode van negen dagen vanwege „onverwachte privé-omstandigheden”. Voor de reputatie van Eisenga richting sponsors is deze gang van zaken funest. Onder een kritische groep geldschieters neemt zijn draagvlak af.

Ook bij de hoofdsponsor: GroenLeven-oprichter Sytse Bouwer, die een goede band had met Bloemers. Dat de club en de sponsor na het vertrek van de commercieel manager niet meer op één lijn zitten, blijkt wanneer november 2018 naar buiten komt dat er problemen zijn rond de plannen van GroenLeven om zonnepanelen te installeren op het dak van het Abe Lenstra-stadion.

Het Abe Lenstra-stadion tijdens het duel tussen Heerenveen en Willem II. Foto Reyer Boxem

Een duurzame voetbaltempel is het idee, mét materiaal van de hoofdsponsor. Maar de club is geen eigenaar, het stadion wordt gehuurd van Sportstad Heerenveen (sportorganisatie en vastgoedbeheerder). De club is samen met de gemeente aandeelhouder. In het sponsorcontract met GroenLeven is opgenomen dat de club een ‘inspanningsverplichting’ heeft bij het verkrijgen van de opdracht. Maar daar gaat Sportstad over. Die stelt dat GroenLeven een aanbesteding moet doen, via de reguliere weg, net als drie andere geïnteresseerde partijen.

Dat valt slecht bij GroenLeven. Bij de contractbesprekingen is de „suggestie” gewekt dat het wel goed zou komen, al is „niet toegezegd” dat het bedrijf de opdracht krijgt, vertelt Bloemers. Een andere betrokkene: „Het was GroenLeven volledig bekend dat er een aanbesteding zou komen.” De aanbestedingsprocedure loopt nog. GroenLeven heeft het contract met de club inmiddels opgezegd: na dit seizoen stoppen ze als hoofdsponsor.

Code rood, code groen

In dit woelige krachtenveld komt de positie van Eisenga in de herfst verder onder druk. Wat niet helpt: de daling in toeschouwersaantallen zet door – de gemiddelde bezettingsgraad is gezakt naar 73 procent, tegen 87 procent vijf jaar eerder. Bovendien blijven de resultaten wisselvallig. Eisenga houdt echter steun van de commissarissen, die begrip hebben voor een aantal van zijn impopulaire – maar in hun ogen terechte – maatregelen.

Commissaris Westerhof ziet het ook wel: er is veel onrust. „Eerst zeiden ze: het is rustig binnen de club. Als jij dat zegt, en nog een paar, zegt binnen de kortste keren iedereen het. En hetzelfde gebeurt nu, maar dan andersom. Zijn er een paar sponsors en supporters die zeggen: het is onrustig, ja het is onrustig. Oeh, wat is het onrustig.”

De onvrede culmineert bij het stichtingsbestuur, het hoogste cluborgaan en de enige aandeelhouder. Zij bestaat uit een zeskoppig bestuur, met vertegenwoordigers van supportersgroepen, vrijwilligers en sponsors. Via hun achterban horen zij wat er leeft in de club.

De blaaskapel buiten het stadion. Foto Reyer Boxem

Voorzitter van het stichtingsbestuur is Cees Roozemond (59). Hij is een voormalig zakenman en verkocht in 2017 zijn bedrijf RTCL Rotterdam Tankcontainer Leasing. Hij is ook voorzitter van paardensportfederatie KNHS en rvc-voorzitter van Thialf. Hij staat bekend als aimabel. „Ik zie mezelf echt als een verbinder”, zegt hij, en hij houdt van „uitdagingen”.

Eind november zegt het stichtingsbestuur het vertrouwen op in de rvc. Vervolgens trekt Eisenga zijn conclusie en maakt bekend dat hij ook opstapt: hij is zijn rugdekking kwijt. Na zijn persconferentie op 10 december publiceren clubmedewerkers een brief: zij zijn „diep teleurgesteld” in het stichtingsbestuur, met name vanwege het lekken naar de pers over de wankele positie van de directeur.

Het stichtingsbestuur rekent af met beleid waarmee het zelf heeft ingestemd. Roozemond is vanaf april 2016 bij alle bestuurlijke processen en besluiten betrokken geweest, samen met directie en rvc. Er is maandelijks overleg en ook informeel contact. Het beleidsplan en de jaarrekeningen zijn goedgekeurd. En er wordt ingestemd met het op peil houden van het salarisbudget van 5 miljoen euro, ondanks de financiële situatie. Zo moet de selectie sportieve slagkracht behouden.

Oorzaken van het conflict tussen stichtingsbestuur en rvc zijn, volgens Roozemond, zorgen over de „continuïteit van de club” en het „gebrek aan draagvlak” voor de directeur. Hij zegt: „Er was een verschil van mening over de inhoud van de problematiek en de urgentie. Hoe zitten we in de toekomst in de financiële huishouding, wat is de ontwikkeling?”

Het financiële verval is groot, een trend die al een tijd gaande is: tien jaar geleden bedroeg de omzet nog 30 miljoen euro, vorig seizoen 16 miljoen. Voornaamste reden: teruglopende sponsorinkomsten, minder tv-gelden, dalende recettes.

Over het boekjaar 2017-2018 is er een operationeel tekort van 5,8 miljoen. Dit verlies wordt goedgemaakt door lucratieve transfers (Sam Larsson, Jeremiah St. Juste, Denzel Dumfries) waardoor de winst 6,1 miljoen bedraagt. De zorgen over het operationele verlies zijn niet nieuw.

En intern is al langer bekend dat de club vanaf maart of april enkele maanden geconfronteerd wordt met problemen in de cashflow. Er moeten nog openstaande delen van transfersommen voor eerder genoemde spelers binnenkomen. Om die periode door te komen is nog onder Eisenga een overbruggingskrediet van 1 miljoen euro afgesloten, om salarissen en rekeningen te kunnen blijven betalen.

De ‘pronkkeamer’, een mini-museum, in het Abe Lenstra Stadion. Foto Reyer Boxem

Het is opvallend hoe Roozemond, na het vertrek van de directeur en rvc, naar buiten toe mooi weer speelt over de financiële situatie en tegelijkertijd wijst naar de zorgelijke situatie van eind 2018.

Roozemond zegt op 6 februari in de Leeuwarder Courant dat er op lange termijn „absoluut geen liquiditeitszorgen” zijn. Twee weken later zegt hij tegen NRC, over het bestuursconflict: „Er lag een behoorlijk financieel probleem. Hoe gaan we dat oplossen? Als je daar vertrouwen mist baart dat zorgen. Op de korte en lange termijn lag het accent op de financiën. Daar hadden we echt even code rood.”

Is het nog steeds code rood? Roozemond: „Nee, absoluut niet. Qua liquiditeit is het code groen.”

Blijft hij zitten?

Een betrokkene zegt over Roozemond: „Hij is zo verschrikkelijk slim in het lang bij zich houden van jou, en op een gegeven moment drukt hij je met de kop onder. En dan gaat hij echt door alles heen. Dan is het een keiharde havenbaron.”

De raad van commissarissen neemt maandagavond 17 december officieel afscheid, tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders in het stadion. Nog diezelfde avond, in een Van der Valk-hotel in Sneek, benoemt het stichtingsbestuur drie nieuwe commissarissen tijdens een tweede aandeelhoudersvergadering.

Roozemond stapt uit het stichtingsbestuur en neemt tijdelijk de positie van rvc-voorzitter in. Vervolgens wordt Roozemond eind januari benoemd tot ‘gedelegeerd bestuurder’. In die positie neemt hij de taken van de algemeen directeur waar. Eisenga treedt per 1 maart uit dienst, maar door openstaande vakantiedagen is 1 februari zijn laatste werkdag.

Van aandeelhouder is Roozemond, binnen anderhalve maand, waarnemend directeur. Hij presenteert zich niet als een bestuurder die deze rol voor een maand als tussenpaus vervult. Op zijn tweede werkdag geeft hij een lang interview aan Omrop Fryslân, waarin hij spreekt over „piketpalen slaan”.

In gesprek met NRC geeft hij aan dat ze „plannen aan het lanceren zijn” voor sponsors. „Operationeel-zakelijk moet je de boel onder controle krijgen. Daarin zijn we hele grote stappen aan het nemen op dit moment.” Hij erkent dat deze functie tijdelijk is, maar zegt niet onwelwillend te staan tegenover een langer verblijf als dat nodig is. „Ik zeg er nooit ‘nee’ op.”

Roozemond, sinds zijn jeugd fan van de club, spreekt enthousiast over het honderdjarig bestaan van sc Heerenveen, juli volgend jaar. Dan hoopt hij dat er een groot feest georganiseerd wordt in het stadion. „Daar zit hij vol van”, zegt een betrokkene. „Waarschijnlijk ziet hij deze functie ter ere van zijn eigen ego en status als een jongensdroom.”

De deadline van 1 maart – de intentie was dat er dan een nieuwe directeur zou zijn – is verstreken. Roozemond blijft voorlopig aan. De vraag is nu of hij definitief directeur wordt. Naar verluidt is hij de belangrijkste kandidaat, al bestaat er bij de achterban weerstand tegen de wijze waarop hij op deze positie is gekomen. Bij de ondernemingsraad is, op voordracht van de rvc, een verzoek tot advies neergelegd over één óf meerdere kandidaten, zegt Rico Jalink, woordvoerder van het stichtingsbestuur. Op namen gaat hij niet in.

De nieuwe commissarissen Willem Jan van Elsacker en Egbert van Hes zijn bekenden van Roozemond: met de eerste werkte hij bij Thialf samen, de tweede is een vriend en was ook mediator tussen de oude rvc en het stichtingsbestuur tijdens het conflict in het najaar. En de huidige voorzitter van het stichtingsbestuur, Peter Bazuijnen, kent Roozemond uit zijn tijd als voorzitter bij Het Friesch Paarden-Stamboek. Dat roept vragen op over de zuiverheid van het benoemingsproces. Jalink: „Ik kan ten stelligste ontkennen dat er op wat voor manier dan ook sprake is van vriendjespolitiek.”

Dat de gebeurtenissen kenmerken hebben van een coup, spreekt Roozemond tegen, al begrijpt hij dat dat beeld bij mensen bestaat. Hij benadrukt dat er „een beroep” op hem is gedaan om het directeurschap tijdelijk in te vullen.

Wie deed dat beroep op u?

Roozemond: „De stakeholders: de businessclubmensen, de vrijwilligers, de supportersgroepen.”

Wie vroeg het als eerst?

„Ik heb gezegd: ik wil best tijdelijk mijn schouders eronder zetten, maar dan wil ik steun door de hele club. Dus heb ik de stakeholders gevraagd: als ik dat doe, heb ik dan jullie steun? Die is unaniem uitgesproken. Toen heb ik gezegd: dan doe ik het. Dat is heel wat anders dan een coup.”

Op de achtergrond staat Riemer van der Velde klaar met een plan om de club financieel en commercieel verder te helpen, samen met onder anderen Foppe de Haan en Gertjan Verbeek.

Roozemond vertelt dat hij met Geert de Vries sprak over de bureaustoel van de vorige directeur. Met een lach: „Ik zei dat ik mijn stoel terug wil. Maar dat is kansloos. Ik heb nu een andere, kleinere stoel. Daar zit ik overigens prima op.”