Opinie

Incasseringsvermogen

Lotfi el Hamidi

Onlangs dronk ik koffie met mijn vader in de Rotterdamse boekhandel Donner, tegenwoordig gehuisvest in het voormalige ABN Amro-gebouw aan de Coolsingel. Bij deze locatie moest mijn vader even glimlachen, en toen ik vroeg waarom vertelde hij dat hij in 1989 bij de demonstratie tegen het boek De duivelsverzen van Salman Rushdie aanwezig was. Hij „deed niet mee, maar liep wel mee”, kennelijk twee verschillende bezigheden.

„Wat waren we achterlijk”, reflecteert hij, „we hadden onszelf flink voor schut gezet.” Bovendien, vertelt hij, „als we niet de straat op waren gegaan was dat stomme boek nooit zo bekend geworden”.

Demonstreren tegen een boek, ik had het niet achter mijn vader gezocht, die ik toch beschouw als een vrijzinnige man. Het voortschrijdend inzicht vind ik dan weer om dezelfde reden niet zo verrassend.

Geprikkeld door mijn vader ben ik in de krantenarchieven gedoken, waar ik foto’s tegenkwam van een verbranding van een pop die Salman Rushdie moest voorstellen – inderdaad aan de Coolsingel. Op een andere foto, in NRC Handelsblad, houdt een jongen tussen een groep nors kijkende moslimmannen een bord vast met de (onbedoelde?) ironische boodschap: ‘Waarom zoveel consternatie over een boek?’

Het aantal betogers werd geschat op enkele honderden, maar als we afgaan op de reacties in het publieke debat leek het een massademonstratie. In een ongenuanceerde en ronduit vijandige column had Gerrit Komrij het over „duizenden mohammedanen” die „schreeuwend en tierend” de straat opgingen, en na een hoop kwalijke generaliseringen concludeerde hij dat „we ze als stakkers [hebben] verwend en krijgen ze als wolven terug”.

In zekere zin werd ’89 het startpunt van meedogenloos beuken op de islam en de multiculturele samenleving. Frits Bolkestein politiseerde vervolgens de Rushdie-affaire, waar Pim Fortuyn, Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders later op een veel hardere manier op voortborduurden.

Toegegeven, het incasseringsvermogen van moslims was niet bepaald groot te noemen, en de dreiging die nu nog altijd uitgaat van extremisten is een serieuze aantasting van essentiële vrijheden. Tegelijkertijd kun je moeilijk volhouden dat er sinds ‘Rushdie’ niets is veranderd als het gaat om kritiek op de islam en de moslimgemeenschap. Je kunt een bibliotheek vullen met alle kritische publicaties over de islam, en de muren behangen met alle krantencolumns over hetzelfde onderwerp waar je zogenaamd niets over mag zeggen. Het resultaat: nog meer polarisatie.

Het is tijd om te reflecteren op dertig jaar ‘islamdebat’, en de vraag op te werpen of met de keiharde opstelling niet het tegenovergestelde effect is bereikt. Noem het voortschrijdend inzicht.

Lotfi El Hamidi ( L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid ) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.