Toen kwam de dag waarop je zag: Den Haag is kennelijk zijn geheugen kwijt

Deze week: hoe Den Haag zijn jarenlange liefde voor marktwerking besloot te vergeten.

Ofwel: Air France-KLM, PostNL en de modieuze leegte die ontstaat als de politiek het eigen geheugen kwijt is.

We leven in tijden zonder veel geheugen. Tijden waarin politici het eigen verleden moeiteloos vergeten.

Aan de overkant van de oceaan twittert de president dagelijkse iets waarover hij eerder het omgekeerde zei. Het is allang geen nieuws meer.

Hier hebben we politici – maar ook bedrijven, vakbonden, kiezers - die ineens zijn vergeten hoe liberaal ze lange tijd waren.

Dit valt natuurlijk het meest op bij liberale politici zelf.

De VVD van premier Rutte keerde zich in twee van de laatste drie landelijke campagnes tegen „staatssteun en andere vormen van marktafscherming”, aldus het verkiezingsprogramma in 2010 en 2012.

De markt, de markt: alles voor de markt.

De politieke leermeester van Rutte, Gerrit Zalm, stuurde nog in 2006 aan op privatisering van Schiphol.

De invloedrijkste VVD-leider van de laatste decennia, Frits Bolkestein, schreef in Het heft in handen (1995) smalend dat politici staatssteun verdedigen om „de uitverkoop van de industrie aan het buitenland” te belemmeren of voor „corporate control”.

Maar corporate control levert geen „behoud van hoogwaardige werkgelegenheid op”, noteerde hij.

„Het Oranjegevoel hoort thuis in het voetbalstadion, niet op de marktplaats.”

En laat dit precies zijn waarin we deze week met Rutte III belandden: een nationale investering in aandelen Air France-KLM, een ouderwetse staatsdeelneming, in een cultureel gedreven strijd over de controle van een Frans-Nederlandse onderneming.

Oranjegevoel.

Alles wat de VVD decennialang niet zei te willen, werd op een dinsdag in februari bekendgemaakt.

Het was maanden voorbereid door vier bewindslieden – de christen-democraat Hoekstra (Financiën) en drie VVD’ers: Rutte, Wiebes en Van Nieuwenhuizen.

En in feite, hoorde je, draaide het erom dat de staat nu binnen de holding Air France-KLM kan opkomen voor KLM omdat dit bepalend is voor de toekomst van Schiphol.

Alleen: als VVD-voorman Zalm destijds zijn zin had gekregen, waren de staatsaandelen Schiphol allang verkocht aan een of andere investeerder, buitenlands of niet.

Wat was hier nou aan de hand? De eenvoudigste lezing was natuurlijk dat al die VVD’ers principeloze opportunisten zijn – maar dit leek me veel te makkelijk.

Politici – álle politici – die besturen worden meer gevormd door omstandigheden dan door hun opvattingen.

En de mondiale trend keert zich al geruime tijd tegen het liberalisme. Het geloof in marktwerking, inclusief de liberale weerzin tegen industriepolitiek, legt het wereldwijd af tegen machtsuitoefening op basis van nationale economische kracht. Bedrijven als speeltje van premiers en presidenten.

De macht, de macht: alles voor de macht.

En je kunt redeneren: als Amerikanen, Chinezen en Russen zo opereren, zullen wij ook wel moeten. De Fransen zijn altijd zo geweest, dus om ons nieuwe economisch nationalisme te onderstrepen waren ze als doelwit best geschikt.

Evengoed viel deze week op dat je nergens iets hoorde of las over de – je kon het moeilijk anders zien – enorme ommekeer van de VVD.

Kamerleden die collega’s bedreigen, een wilde claim van Baudet, de energierekening: dat is nu groot nieuws. Maar de grootste partij die de kern van zijn wereldbeeld negeert: doorlopen mensen.

Dus ik heb nog gezocht naar liberalen die redeneren: in bedrijven heeft de overheid sowieso niets te zoeken. En ik zeg niet dat ze niet bestaan – maar gevonden heb ik niemand. Ook niet in D66 trouwens, de andere liberale partij.

Wat ook opviel: zelfs de meest basale les uit onze rijke geschiedenis van industriepolitieke blunders – een comedy of errors - is vergeten geraakt.

Die luidt dat de kwetsbaarheid van overheidsinvesteringen in bedrijven zich nooit voordoet als de steun begint. Industrieconglomeraat RSV eindigde in de jaren tachtig in een politieke ramp omdat de overheid, geconfronteerd met waardeloze resultaten van eerdere staatssteun, zich telkens gedwongen zag tot méér steun.

Het overheidsverlies telde ten slotte op tot 3 miljard gulden – voor die tijd een enorm bedrag – omdat politici en ambtenaren het jaren niet aandurfden het onvermijdelijke einde aan te kondigen.

Bij het Havenbedrijf Rotterdam en de heimelijke steun aan Joep van den Nieuwenhuyzen ging twintig jaar later bijna precies zo. En om in de luchtvaart te blijven: bij Fokker was het amper anders. Toen de vliegtuigbouwer failliet ging, in 1996, vond geen politicus het nog nodig na te rekenen hoeveel belastinggeld erin zat: het was toch veel te veel.

De les: de bestuurder die begint aan industriepolitiek moet op voorhand vastleggen waar zijn financiële grens zit – anders loopt de overheid (en de belastingbetaler) het gevaar eindeloos te worden gegijzeld.

Tegen die achtergrond was ik wel verrast dat de brief waarin Hoekstra deze week formeel de aandelenkoop in Air France-KLM bekendmaakte, zo’n financiële grens niet bevatte: de lessen uit het verleden zijn blijkbaar alweer vergeten.

Tegelijk is het zo dat het geloof in marktwerking de afgelopen decennia natuurlijk geen exclusief punt van VVD en D66 was.

Deze week werd ook bekend dat de laatst overgebleven postbedrijven een monopolie willen vormen. Merkwaardig veel Kamerfracties zijn enthousiast. Terwijl het nota bene gaat om een privaat monopolie: dan weet je bijna zeker dat de consument getild gaat worden.

Niettemin waren de vakbonden enthousiast dat „de race naar de bodem” voor postbezorgers nu stopt. Het deed me denken aan voorjaar 2009, tien jaar geleden, toen dezelfde vakbonden aandrongen op versnelde liberalisering van de postmarkt.

Het tekent de modieuze sfeer die we nu blijkbaar allemaal willen vergeten: het vertrouwen in de markt was lange tijd oneindig groot. Ander voorbeeld: Pim Fortuyn wilde in 1991 zo’n beetje alle uitvoerende rijksdiensten overhevelen naar de markt, of anders de EU (die hij „een succesverhaal” noemde).

En Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) wilde in de vorige kabinetsperiode het staatsaandeel in Urenco nog verkopen. De verrijking van uranium kon wat hem betreft ook door de markt gefinancierd worden.

Ik wil maar zeggen: de markt is, op de SP na, dertig jaar ieders vriend geweest - óók van links, vakbonden en populistisch rechts.

Tegelijk vraag ik me af of liberalen doorhebben welke enorme stap ze deze week hebben gezet. Je zag het aan minister Hugo de Jonge (Zorg, CDA) die vrijdag in het AD zo slim was om minder marktwerking in de wijkverpleging te opperen.

Het punt is natuurlijk: na deze week ligt hier een enorm terrein braak.

Je kunt de redeneringen voorspellen. Als de overheid zelfs geld overheeft voor zeggenschap in Air France-KLM, en bereid is postbedrijven een monopolie te gunnen, waarom zouden we dan ziekenhuizen, patiënten, de NS, woningcorporaties etc. nog blootstellen aan marktwerking?

Het deurtje naar die discussies is opengezet, ik zeg niet in alle gevallen terecht, maar het is óók een gevolg van het feit dat we zoveel politieke debatten geheugenloos voeren. Dan resteert alleen de mode als referentiekader.

De mode, de mode: alles voor de mode.

Maar als de vaak blinde omarming van de markt de laatste dertig jaar iets liet zien, is het dat politiek zonder geheugen, die alleen drijft op de mode, uiteindelijk neerkomt op politiek van een pijnlijke ideële leegte.