Opinie

Ironietsnut

Youp

Mocht het u ontgaan zijn: ik was donderdag jarig. Voor de vijfenzestigste keer zelfs. Veel cadeaus en heel veel bloemen. Zoveel ruikers dat ik donderdagavond zachtjes dacht: alleen nog mijn kist er tussen en het leven is helemaal klaar! Ik woon de komende week in een schitterende rouwkamer.

Of ik tevreden ben over de cadeautjesoogst? Meer dan zeer content. Vooral omdat de cadeaus allemaal zo persoonlijk zijn. Nee, ik zeg niet wat ik heb gekregen omdat ik nogal hecht aan mijn privacy. En… de fiscus leest mee. Alleen de drie Rolexen, die ik van zakenrelaties kreeg, ga ik met spoed verpatsen. Voor je het weet worden die namelijk in Amsterdam-Zuid met arm en al van je lijf gerukt. En ik wil voorlopig nog ironische stukjes kunnen tikken.

Maar ik was dus blij jarig. En niet alleen ik was opgetogen. Iemand vertelde mij dat zelfs Albert Verlinde donderdag op het amper bekeken waxinezendertje van John de Mol enthousiast over mij zat te kirren. Hij schijnt zelfs twee duimen voor mij te hebben opgestoken.

Paar uur eerder las ik nog ergens dat hij mij een verschrikkelijke homohater had genoemd. Waarom? Geen idee. Maar het kan natuurlijk ook zijn dat onze Appie in een extra goede bui was omdat de hoofdredacteur van de Donald Duck binnenkort een lesbisch stel gaat opvoeren. Het vrolijke weekblad toont binnenkort twee vrouwtjeseenden die een romantisch rendez-vous in een restaurant hebben. Veilige keuze. Bij mannetjeseenden wordt dat ingewikkelder. Domweg omdat Donald en zijn vriendjes geen broek dragen. Dus bij een al te vurig en romantisch samenzijn van twee homo-woerden gaan de kwetsbare kinderen zaken zien die hun tere zieltjes echt niet aan kunnen. En de steeds preutser wordende luizenmoeders zeker niet. Cruciale vraag is dus: krijgt Donald binnenkort de broek aan? Misschien zijn de erven van Walt Disney in het conservatieve Amerika van die andere oom Donald wel blij met zo’n radicale ommezwaai.

Zelf worstel ik het meest met de neefjes Kwik, Kwek en Kwak. Kwik en Kwek zie ik nog wel als nichtjes uit de kast komen. Maar Kwak in een darkroom roept bij mij toch andere associaties op. Maar dat is mijn dirty mind. Dus ik zwijg. Voor je het weet gaat Albert weer anders over me denken. En het gaat sinds donderdag net zo goed tussen ons.

Dat heb ik me trouwens wel op mijn verjaardag voorgenomen: ik ga nu echt beter op mijn woorden letten. Ouder, wijzer en milder ga ik niet meer allerlei mensen tegen de haren instrijken. Dat is ook nodig. Want het onbegrip tussen mij en de wereld is groter dan ooit. Afgelopen weken gaf ik in verband met een net verschenen nieuw boek van mijn hand nogal wat interviews en telkens hoorde ik me aan volwassen journalisten uitleggen dat wat ik in mijn columns schrijf ironie is. En dat wat ik op het podium kakel een soortgelijke strekking heeft. Dus als ik schrijf dat ik een hitsige Cristiano Ronaldo begreep toen hij bij een tochtig meisje in een hotelkamer keihard wilde scoren, dat ik dat dan niet meen. Dat het een column is. Of een stukje cabaret. Een van de journalisten zei: „Maar u schrijft het wel!” Ik had op dat moment even het gevoel dat ik een masterclass op een kleuterschool zat te geven. Deze journalist was overigens van een van de grotere Nederlandse dagbladen.

Ik was jarig en mag nu voorlopig weer verder met mijn normale leven. Zonder aandacht van de media. Gewoon weer spelen en schrijven voor de mensen die mij wel begrijpen. Die snappen dat een column een column is en een cabaretje een cabaretje. En dat je je niet alles te persoonlijk aan moet trekken.

Gisteren vertelde een echtpaar mij dat hun poes een chip heeft en dat ze via een app op hun iPhone kunnen zien of Poekie binnen of buiten is. En de app weet ook hoe lang Poekie buiten is geweest. Ik hoopte vurig dat dit ironie was. Maar dat was het niet.