Opinie

Inbox van de redactie

Wat schreven de lezers deze week aan de redactie Opinie? Een indruk.

‘Hoe flikken die drie allochtone Arabische (Marokkaanse?) columnisten van de NRC dat toch steeds weer?” Het was de eerste zin van het mooiste compliment in de brievenbus deze week. Briefschrijver Roeland Bertrams uit Amsterdam wees NRC-columnisten Abdelkader Benali, Mohammed Benzakour en Hassnae Bouazza aan als „waardige opvolgers in de traditie van Willem Elsschot, Godfried Bomans en Cees Buddingh’”. „Neem Hassnae Bouazza”, schreef de 71-jarige oud-advocaat. „Haar kostelijke en kruidig beschreven recepten doen mij ook diep verlangen naar haar moeder.”

Voorwaar een mooi eerbetoon. Alleen, die eerste zin? Die was misschien niet het toonbeeld van inclusief taalgebruik. Discussie op de redactie. Ons Hallo-witte-mensen-alarm was afgegaan. Benzakour, Benali en Bouazza zijn Nederlandse columnisten. Zou deze brief het verdriet voeden van mensen van kleur, dat ze – wat ze ook doen, hoe goed ze ook zijn – er toch nooit bij horen?

Van de andere kant: de brievenrubriek is – en nu leen ik even de woorden van ombudsman Sjoerd de Jong – „bij uitstek de plek die niet wordt volgeschreven door journalisten of publicisten, maar waar lezers in eigen woorden hun zegje kunnen doen”. We besloten te plaatsen (1/3), ook al struikelde later op de avond nog een eindredacteur over de zin.

Roeland Bertrams moet er – als ik hem vertel over de discussie – aan de andere kant van de telefoon enorm van tjongejongen. „God mijn hemel. Dat dit überhaupt een discussiepunt is. Ik vind die columnisten gewoon fantastisch. Die tegenstelling maakt het nog aardiger.”

Wat vinden de columnisten in kwestie zelf? „Het is goed en aardig bedoeld”, zegt Hassnae Bouazza, „in de categorie ‘wat spreek je goed Nederlands’ wellicht, maar ik zie hier zeker geen kwaad in”. Eens met Hassnae, zegt Benzakour. „Begint wat ongelukkig, maar meent en bedoelt het goed”. Benali’s reactie is heel kort: „Ik vind dit lief.”