Brieven

Brieven

Illustratie
Illustratie Cyprian Koscielniak

Onder het kabinet-Rutte II werden (jeugd)zorg en sociale voorzieningen gedecentraliseerd. Participatiesamenleving was het nieuwe toverwoord. Minder overheid, meer burger. Wensdenken en bezuinigen, wat mij betreft. Onlangs bekende toenmalig minister Jet Bussemaker in deze krant dat de participatiemaatschappij mislukt is (‘Misschien was ik naïef’, 15/2). Maar de participatiesamenleving was een bedacht concept. Niemand is meer of minder gaan participeren door het ingevoerde beleid. Al eerder was daar het verhaal van ex-premier Balkenende: we keken niet meer naar elkaar om, buren kenden elkaar niet meer, normen en waarden verpieterden. Het stond ver van de werkelijkheid af. Nederland was en is een land waarin veel vrijwilligers zich onbaatzuchtig inzetten voor de club, buurt of school. Er wordt nog altijd naar elkaar omgekeken. Door de term participatiesamenleving op te nemen in beleidsnota’s is er aandacht gekomen voor mantelzorgers en vrijwilligers. Dat is winst. Maar hoe mensen zich inzetten voor elkaar is niet veranderd. De maakbaarheid van de samenleving is minimaal en de invloed door beleid moeten we niet overschatten. Mijn vrouw zorgt voor een zieke buurman. Dat doet zij niet omdat beleidsmakers dat mooi vinden of omdat er financiële prikkels zijn. Ze doet het omdat ze vindt dat je dat voor elkaar moet doen. Ze is niet de enige. In mijn omgeving zie ik dat mensen naar elkaar omkijken, elkaar helpen, bijspringen als dat nodig is. Overheidsbeleid heeft er niets mee te maken. De participatiesamenleving is niet mislukt. Die was er allang voordat er beleid voor kwam. De participatiesamenleving van de beleidsnotities, ja, die is wel mislukt.