Opinie

Probeer maar eens een vrouw te vinden als je voetbal kijkt

Vrouwen rukken op in het voetbal. Maar op tv en in clubnamen als Drachtster Boys en Kozakken Boys zie je dat nog niet echt terug, zo valt Japke-d. Bouma op.

Japke-d. Bouma

Als mens mag ik graag naar voetbal kijken, maar als vrouw denk ik geregeld als ik met het bord op schoot voor de tv zit: sjezus het zijn écht alleen maar mannen. Mannen op het veld, mannen voor de „analyse”, mannen aan de praattafels, mannen in besturen, als ‘technisch directeur’, bij de ‘persmomenten’, als commentatoren, als scheidsrechters – probeer maar eens een vrouw te vinden.

Zou voetbal te ingewikkeld zijn voor vrouwen? Dat lijkt me toch niet. Je maakt een paar grappen over transgenders, zegt iets over „druk zetten”, „balbezit”, „voetballend vermogen”, „kansen creëren” en „met de punt naar voren spelen” en je bent in business.

Voor het spel heb je volgens mij ook niet echt een piemel nodig. Het kan zijn dat ik iets mis, maar met een bal, twee goals, een veld en wat mensen die erop heen en weer rennen ben je er wel. Het is natuurlijk niet voor niets dat toen de Nederlandse vrouwen in 2009 voor het eerst aan een EK meededen, ze meteen tot de halve finale kwamen.

Vrouwen rukken sowieso op in het voetbal. De KNVB heeft tot 1971 (!) tegengehouden dat ze mee mochten doen, maar vanaf dat moment steeg het aantal voetballende vrouwen van 9.000 toen naar ongeveer 160.000 nu. Dankzij vrouwen is het voetbal nog steeds de grootste sport van Nederland, zo meldde de KNVB laatst. De verwachting is dat over tien jaar 30 procent van de KNVB-leden vrouw is, maar op tv en bij veel clubs zie je de mannen nog geen stap opzij doen.

Kijk bijvoorbeeld ook eens naar de namen van veel clubs: er heten er veel ‘boys’. Zwolsche Boys, Drachtster Boys, Quick Boys, Kozakken Boys, Warnsveldse Boys, Heerenveense Boys, Alkmaarsche Boys. Ik dacht altijd dat daar alleen mannen speelden, maar toen ik de teams googelde, stonden er ook allerlei vrouwenteams vermeld. Alsof de vrouwen wel mogen spelen en contributie mogen betalen, maar de clubs liever niet willen dat dat bekend wordt.

Froukje Hofma vindt die namen ook bizar, zegt ze als ik haar erover bel. Ze is voorzitter van de Stichting Vrouwenvoetbal SC Heerenveen. Maar toch heeft ze er nog nooit aan gedacht een actie te beginnen om de namen van al die clubs te veranderen, zegt ze.

Ze heeft eerst andere zaken om voor te strijden, zoals een fatsoenlijke kleedruimte voor haar dames tijdens eredivisiewedstrijden, of dat ze eens op het hoofdveld mogen spelen in plaats van altijd achteraf. „Voetbal is de meest conservatieve sport in Nederland”, zegt zij. Natuurlijk komt dat ook door mannen, zegt ze. Maar de vrouwen zouden ook wel eens harder op de trom mogen slaan.

Neem dat standbeeld dat ze laatst kreeg, in het kader van Leeuwarden Culturele Hoofdstad, voor haar werk voor het vrouwenvoetbal. Dat vond ze een enorme eer hoor, maar ze ziet eigenlijk liever dat mensen haar wat minder zouden adoreren en wat meer náást haar gingen staan in de strijd voor gelijke vrouwenrechten in het voetbal.

Een vrouwelijke columnist van NRC bijvoorbeeld, die eens zou opschrijven dat al die clubs met ‘boys’ in de naam hopeloos ouderwets zijn. En dat het hoog tijd wordt dat ook vrouwen in het voetbal de plek krijgen die ze verdienen. Als je stil voor de tv blijft zitten verandert er nooit wat. Dus, welke ‘boys-club’ verandert als eerste zijn naam?

Ik hoor het graag.

Tips via @Japked op Twitter.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.