Opinie

Wie let op de waarheid?

Column Claudia de Breij schrijft elke maand in Het Blad over hoe zij zich handhaaft in hedendaags Nederland.

Claudia de Breij

De oranje huidskleur van de machtigste man ter wereld is het resultaat van zijn goede genen. Dat heeft een hoge functionaris van het Witte Huis, op voorwaarde van anonimiteit, gedeeld met The New York Times . Hij ligt nooit onder een zonnebank en gebruikt ook geen zelfbruinende crème. Dat de kringen rond zijn ogen zo wit zijn als zijn huis heeft niets te maken met ongesmeerde zalf of een UV-beschermende bril. Het zit allemaal in die goede genen.

Nieuwtjes als deze brengen uw Handhaver des Vaderlands in verwarring. Ik heb respect voor het ambt van President van de Verenigde Staten en voor de autoriteit van zo’n historisch instituut als Het Witte Huis. Dat in twijfel trekken voelt als het ondermijnen van de hele naoorloogse werkelijkheid. Alsof je in je eentje de NAVO in gevaar brengt.

Daarnaast is het nieuws zo futiel, waarom zou je je überhaupt druk maken over zoiets onbelangrijks als de ijdelheid van een voormalig realityster en vastgoedmagnaat?

Anderzijds: wie liegt over iets onbelangrijks, kan ook liegen over iets groots. En dan is er nog de waarheid zelf, wie let er een beetje op haar?

Als een politicus beweert dat de overgrote meerderheid van de wetenschappers liegt over klimaatverandering, laat je hem dan links (of eigenlijk alt-rechts) liggen omdat het té belachelijk is? Of moet je, uit respect voor de democratie, de wetenschap, de waarheid, je gaan verdiepen in zijn rammelende excelsheets en twitterend gaan rollebollen in de modder?

Een leugen weerspreken geeft de leugen waarde.

Een leugen negeren is misschien beter, maar dan doe je je eígen waarheid geweld aan: iedereen doet ertoe, elke mening mag er zijn, parlementariërs en presidenten neem je nou eenmaal serieus.

Hoe verhouden we ons tot de waarheid, hoe handhaven we ons in het zogenaamde post-truth tijdperk?

Eerst dacht ik: lachen. Lachen en negeren. Tot ik een documentaire zag waarin Annie M.G. Schmidt vertelde over haar tijd in Duitsland, voor de oorlog. ‘Dan zag ik ze rondlopen, in die nazi-pakken, en dan vond ik ze zo belachelijk. We kwamen niet meer bij, zo raar.’ Toen ze diezelfde nazi’s een paar jaar later in Nederland zag marcheren, was de grap eraf.

Misschien is de oplossing niet meer aandacht geven aan de leugen, maar aan de waarheid. En ja, die is soms ook heel persoonlijk en betwistbaar. Wie zegt dat mensenrechten universeel zijn? Voornoemde parlementariër (ja, ik heb het over Thierry Baudet, saai) vindt van niet. En dat ik geloof van wel, is dat dé waarheid, of míjn waarheid?

De geschiedenis wijst uit dat wanneer de ene bevolkingsgroep denkt dat-ie beter is dan de andere, het altijd eindigt met bloed en tranen. Dat wetenschappers meer kijk hebben op het klimaat dan leken. En: dat de keizer soms geen kleren aan heeft – bijvoorbeeld wanneer hij onder de zonnebank ligt.