Universitaire Brexit verstoort onderzoek en treft vooral Britten

Brexit Wat merken Nederlandse universiteiten van de Brexit? Samenwerkingsprogramma’s lopen gevaar. Maar veel Britse talenten kunnen hierheen komen.

Studenten betogen deze week in Londen voor een nieuw referendum over het Britse EU-lidmaatschap.
Studenten betogen deze week in Londen voor een nieuw referendum over het Britse EU-lidmaatschap. Foto Leon Neal/Getty Images

Nog vier weken te gaan, en dan gebeurt misschien wat bijna niemand voor mogelijk had gehouden: het Verenigd Koninkrijk verlaat zonder deal de Europese Unie. Op de Nederlandse universiteiten, die op het gebied van onderwijs en onderzoek nauw samenwerken met hun Britse collega’s, worden de politieke ontwikkelingen met argusogen gevolgd.

„Het is een bijzonder onzekere tijd”, zegt Karen Maex, rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam. „We willen onze goede relatie met Britse universiteiten graag behouden, maar alles hangt af van de manier waarop het Verenigd Koninkrijk de EU verlaat. Als dat zonder deal is, zijn ook voor ons de gevolgen moeilijk te overzien.”

Op de korte termijn hoeven de 2.550 Britse studenten in Nederland zich nergens zorgen over te maken – ook niet bij een No Deal-Brexit. Minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) liet in januari aan de Tweede Kamer weten dat „alle Britse burgers die op de datum van de terugtrekking van het VK uit de EU in Nederland woonachtig zijn, tegen dezelfde voorwaarden kunnen (blijven) studeren als andere EU-burgers. Dit betekent dat voor VK-burgers die reeds in Nederland zijn, het wettelijk collegegeld [van 2.000 euro] blijft gelden en dat zij het recht op studiefinanciering behouden”.

„Wij staan helemaal achter deze beslissing”, zegt Maex. „Het geeft de 640 Britse studenten aan de UvA de tijd om rustig na te denken over hun toekomst.”

Voor Britten die het komend collegejaar de Noordzee willen oversteken, liggen de zaken anders. Zij zullen het hogere collegegeld, het zogenoemde instellingstarief, moeten gaan betalen. Dat bedrag verschilt per opleiding, maar ligt rond de 10.000 euro per jaar. Maex: „Dat is vergelijkbaar met het reguliere collegegeld in Engeland, dus studenten daar zijn dit soort bedragen wel gewend. Maar het maakt een komst naar Nederland minder aantrekkelijk dan die was.”

Ook in Leiden zal het collegegeld voor Britse studenten uiteindelijk omhooggaan, zegt Carel Stolker, collegevoorzitter en rector van de Universiteit Leiden. „We gaan voor hen geen apart tarief hanteren. Dat zou oneerlijk zijn tegenover studenten uit andere niet-EU-landen, zoals China en de VS of Afrikaanse landen. Zij betalen ook het volle pond.”

En hoe zit het andersom? Voor Europese studenten die momenteel in het kader van het Erasmus-programma in het Verenigd Koninkrijk verblijven, zijn er in het geval van een No Deal mogelijk problemen te verwachten, zegt Jurgen Rienks. Hij is plaatsvervangend directeur (en vanaf deze zomer directeur) van Neth-ER, de organisatie die in Brussel de belangen behartigt van alle Nederlandse onderwijs- en onderzoeksinstellingen. „De Europese Commissie heeft drie weken geleden een voorstel gedaan om de rechten van Erasmus-studenten ongemoeid te laten. Maar dat plan moet nog door de Europese Raad en het Europees Parlement. Er is dus nog niks geregeld, er is slechts een voorstel om iets te regelen. En de klok tikt door.”

Horizon 2020

Een rondgang langs de Nederlandse universiteiten leert dat de garanties van minister Blok – die ook heeft toegezegd dat Britse werknemers de eerste vijftien maanden na de Brexit gewoon kunnen aanblijven – de ergste zorgen rondom het onderwijs hebben weggenomen. Wat betreft het onderzoek lijkt er op de korte termijn ook duidelijkheid. De Britse overheid heeft toegezegd dat zij, of het nu een Brexit met of zonder deal wordt, garant staat voor eventueel wegvallende EU-financiering tussen Britse en Europese universiteiten.

De meeste samenwerking in de EU verloopt via het project Horizon 2020. Dat is een pot met 80 miljard euro voor onderzoek en innovatie die tussen 2014 en 2020 wordt uitgekeerd. De Britten zijn netto-ontvanger: ze kregen tot nu toe 5,4 miljard euro. (Ter vergelijking: Nederland haalde 3,03 miljard euro binnen.) De Britse overheid lijkt dus bereid straks (een deel van) dit gat op te vullen.

Hoezeer de financiering van Nederlands en Brits onderzoek met elkaar verknoopt is, blijkt uit het voorbeeld van de TU Delft. Woordvoerder Michel van Baal laat weten dat Delft bij de laatste telling in oktober vorig jaar deelneemt of heeft deelgenomen aan 283 Horizon 2020-projecten. „Bij ruim 200 daarvan zijn Britse universiteiten betrokken; 26 worden getrokken door een Britse instelling. Op dit moment zijn daar geen problemen mee, en mede omdat de Britse overheid heeft aangegeven dat ze – zowel in het geval van een No Deal als bij de voorliggende deal – de financiële dekking vanuit de EU naar de eigen universiteiten zal overnemen, is de verwachting dat dit een van terreinen is waarbij in een Brexit-scenario wel een oplossing gevonden zal worden. Dat wachten we verder rustig af.”

Jurgen Rienks van Neth-ER is er iets minder gerust op. „De vraag is bijvoorbeeld of Britse instellingen bij een No Deal-Brexit penvoerder van projecten mogen blijven en of het geld via het Verenigd Koninkrijk mag blijven lopen. In het Verenigd Koninkrijk denken ze van wel, in Europa van niet. De enige die hierover uitsluitsel kan geven is de Europese Commissie, maar die heeft op dit punt nog onvoldoende van zich laten horen.”

Hoe dringend duidelijkheid hierover van belang is, blijkt ook uit cijfers over gezamenlijke wetenschappelijke publicaties. In de periode 2011-2015 waren er 35.301 Nederlandse publicaties waaraan een Britse universiteit meewerkte. Daarmee staat het Verenigd Koninkrijk op de tweede plaats in de lijst van internationale partners. De Verenigde Staten staan op één met 42.745 co-publicaties, Duitsland op plek drie met 34.049 co-publicaties.

Brexodus

Horizon 2020 loopt, de naam zegt het al, volgend jaar af. En dus denken Europese universiteiten al een tijdje na over aanvragen in het kader van het nieuwe onderzoeksprogramma van de EU: Horizon Europe. Rienks merkt in Brussel dat sommige landen nu het zekere voor het onzekere willen nemen bij subsidieaanvragen. „Een Deense minister liet deze maand tijdens een vergadering weten dat hij onderzoekers en universiteiten aanraadt voorlopig geen nieuwe banden met Britse instellingen aan te gaan. Als meer landen dat voorbeeld volgen, hebben de Britten echt een probleem.”

Karen Maex van de UvA vindt het belangrijk samen met Britse universiteiten onderzoek te blijven doen. „Maar veel hangt daarbij af van de vorm die de Brexit zal aannemen. Als er nieuwe afspraken komen waarbij het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld eenzelfde status krijgt als Zwitserland, dan dienen we zeker weer subsidie-aanvragen in met onze Britse collega’s. Maar als het een No Deal wordt, dan heeft het Verenigd Koninkrijk geen recht op Europese gelden en zullen wij andere partners zoeken om financiering binnen te halen.”

Groot stuk taart

Het feit dat de Britten als netto-ontvanger straks misschien niet meer meedingen naar Europees geld, kan voor Nederlandse universiteiten best nog wel eens gunstig gaan uitpakken, zegt Carel Stolker van de Leidse universiteit. „Voor de andere landen blijft er dan een groter stuk van de taart over.”

Hoewel hij de Brexit een ramp vindt, ziet de Leidse rector nog een belangrijk voordeel in het aanstaande Britse afscheid. „Er komt nu al een Brexodus op gang van getalenteerde wetenschappers die Britse universiteiten verlaten. Zij zien hun toekomst daar gevaar lopen, en kiezen ervoor hun carrière elders voort te zetten. Het gaat hier vooral om jonge onderzoekers aan het begin van hun loopbaan. Zij gaan misschien naar de VS, maar Europa ligt een stuk dichterbij. Als Europese universiteiten scherp zijn, is er de komende tijd veel talent op te rapen.”

Stolker hoopt ondertussen wel dat universiteiten straks vooroplopen als het gaat om het herstellen van de banden tussen het Verenigd Koninkrijk en het vasteland van Europa, via wat hij „science diplomacy” noemt. „Terwijl politici ruzie maken, kunnen studenten en wetenschappers maatjes blijven. Dat zie je bijvoorbeeld ook met Rusland: de Nederlandse en Russische overheid zijn het over van alles oneens, maar wij werken wel gewoon samen met onze Russische collega’s.”

Op sommige plekken krijgen nieuwe verbanden al vorm. Zo maakte de Universiteit Maastricht vorige maand bekend dat zij bij gezamenlijke projecten de Europese onderzoekssubsidie aanvraagt en de universiteit van York de Britse. „Het gaat erom de periode van onzekerheid rond de Brexit te overbruggen”, zei Martin Paul, collegevoorzitter van de Limburgse universiteit, daarover in deze krant. Hij verwacht dat het zeker een jaar of drie zal duren voor er meer duidelijkheid is over de definitieve vorm die de financiering van gezamenlijk onderzoek zal krijgen.

Maar eerst is het wachten op 29 maart. Dat is de datum van de Brexit, als er geen uitstel komt. In Brussel heeft Rienks dagelijks contact met zijn Britse collega’s. „Zij werken er keihard aan om alle onduidelijkheid weg te nemen, maar het wordt nog een hele klus.”

Carel Stolker heeft medelijden met zijn collega’s aan de andere kant van de Noordzee. „De top gaat het wel redden, maar de andere universiteiten gaan een zware tijd tegemoet. De Brexit gaat ze – Deal of No Deal – veel talent en geld kosten.”