Ook waar het niet stonk werd over stank geklaagd

Alledaagse wetenschap Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen. Deze week: welke stinkende stof lekte er uit de tank in Alblasserdam?

Lezersvragen! ‘Kunt u niet eens uitzoeken wat dat was voor stinkende stof die op zaterdag 9 februari ’s ochtends vroeg weglekte uit een tankauto in Alblasserdam? Petrolad? Wat is Petrolad? Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat dit spul tot in Stadskanaal te ruiken was. Ik woon in Soest, daar was de stank tot 12 uur waarneembaar. Een kind moest er van overgeven, maar ik heb dat geen enkel dier zien doen. Reageren mensen en dieren verschillend op stank?’

Lezers! We zijn er niet uitgekomen. Zoals dat gaat in Nederland als een zaak ‘in onderzoek’ is doen de meeste direct betrokkenen er onmiddellijk plechtig het zwijgen toe. Er is ‘woordvoering’ geregeld, er is een ‘ feitenrelaas’, maar technische details: nee.

Dit weten we: het bewuste Petrolad 2101 was een grondstof die in opdracht van BRB International in Ittervoort naar een fabriek in het buitenland werd gestuurd om daar te worden omgezet in een stof die BRB gebruikt voor de productie van additieven, in dit geval een smeerolie-additief. BRB produceert in Limburg allerlei additieven door grondstoffen te mengen.

Hete stoom

Op zijn reis naar de onbekende buitenlandse fabriek was het Petrolad 2101 op vrijdag 8 februari aangekomen bij transportbedrijf OTT in Alblasserdam. Het zat in een goed geïsoleerde tankcontainer en werd met hete stoom op temperatuur gebracht om het voldoende vloeibaar te houden. De isolatie van het gebruikte tanktype is zo goed dat de inhoud maar 5 graden per etmaal afkoelt. De stof moest warm bij de onbekende fabriek aankomen.

Die vrijdag bleek opeens dat er iets te lang of te hevig was verwarmd. De opwarming is prompt beëindigd, maar ’s nachts zijn binnen de tank reacties op gang gekomen die de druk deden oplopen. ’s Ochtends vroeg is de tank via zijn veiligheidsklep gaan afblazen. Ongelukkig genoeg bestonden de reactieproducten onder meer uit waterstofsulfide (zwavelwaterstof, H2S) en thiolen (‘mercaptanen’), stoffen die vreselijk stinken maar in lage concentratie niet direct een gevaar opleveren. Om 06.30 uur kwam de eerste stankmelding binnen, om 07.14 uur was de brandweer op het terrein van OTT. Dat het om Petrolad 2101 ging bleek uit de MSDS, de Material Safety Data Sheet, die het transport begeleidde. De – niet openbaar gemaakte – MSDS liet zien dat het goedje bij verhitting zwavelwaterstof (H2S), koolmonoxide (CO), zwaveldioxide (SO2) en stikstofoxiden (NOx) zou kunnen vormen. Binnen Alblasserdam is inderdaad wat H2 S en NOx gemeten. Kennelijk zwijgt de MSDS over thiolen. Dat die er óók waren bleek toen het RIVM laat in de middag de lucht had geanalyseerd die de brandweer eerder in plastic gaszakjes (tedlar bags) had opgezogen. Het RIVM vond propaanthiol en butaanthiol (en ook wat aceton en fenol). De stinkende thiolen (mercaptanen) worden al in extreem lage concentratie goed waargenomen, ze worden aan aardgas toegevoegd om dat ruikbaar te maken.

Hele reeks luchtlagen

De brandweer heeft water over de warme tank gespoten, ook is koud water door de stoomleiding gespoeld. Later heeft men het Petrolad in een andere tank laten lopen. Vroeg in de middag kwam een eind aan de lozing maar toen had de straffe zuidwestenwind (tot 38 km/u) de dampen al ver weg geblazen. Het RIVM wist met behulp van het verspreidingsmodel NPK-Puff nagenoeg real time in beeld te brengen hoe de stankpluim zich ontwikkelde en waar de geurhinder het hevigst zou zijn. Het model wordt gevoed met gegevens van het KNMI en verwerkt temperatuur- en windgegevens van een hele reeks luchtlagen. De illustratie toont de situatie op grondniveau rond 12 uur, na vijf uur continue lozing.

Het Instituut voor Fysieke Veiligheid analyseerde met het programma OBI4wan herkomst en frequentie van tweets waarin over stank geklaagd was. Hier is de stand van 10.30 uur weergegeven. De RIVM-pluim is goed te herkennen, maar ook is zichtbaar dat er geklaagd wordt in plaatsen waar de mercaptanen helemaal niet langs trokken. Amsterdammers klagen altijd en in het Rijnmondgebied stinkt het altijd, dat is bekend. Daarbuiten gaat het misschien om suggestie onder invloed van alarmerende berichten, door een enkeling zelfs ‘massahysterie’ genoemd.

Mensen in Amsterdam klagen altijd en in het Rijnmondgebied stinkt het altijd, dat is bekend

Onwillekeurig gaan de gedachten terug naar augustus 2006, toen in Abidjan (Ivoorkust) oliehoudend afval werd gedumpt waaruit ook al een stinkende combinatie van H2S en mercaptanen (methaan- en ethaanthiol) ontweek. Het afval was onder verantwoordelijkheid van Trafigura aangevoerd door het schip Probo Koala en verspreidde een gruwelijke stank die de indruk wekte dat het levensgevaarlijk was. De angst werd aangewakkerd door de lokale autoriteiten die de Abidjanen opriepen zich zo snel mogelijk te melden bij een hospitaal (waar willekeurige medicijnen werden verstrekt). Later hebben de ‘lokale autoriteiten’ gezegd dat een stuk of vijftien Abidjanen waren overleden door blootstelling aan het ‘gif’, maar het bewijs daarvoor is nooit geleverd. Wetenschappelijk onderzoek toonde aan dat het bijna uitgesloten was. Er zijn ook geen dode dieren gezien, zelfs geen dieren die moesten overgeven. Maar de ‘lokale autoriteiten’ bleven het volhouden en de BBC, The Guardian, Greenpeace en een paar Hollandse kranten namen het over. De BBC heeft later excuses aangeboden, de andere niet.