Opinie

    • Luuk van Middelaar

Nederlandse aanval is ook Franse zege

Zouden ze bij Financiën een fles champagne hebben opengetrokken? Op de persconferentie over de Air France-KLM-aandelenaankoop poogde minister Wopke Hoekstra niet te glunderen; toch zal achter de schermen zijn gejuicht. We hebben de opportunistische Fransen afgetroefd! In een verrassingsaanval nog wel! In de zure reacties uit Parijs („agressief”, „onvriendelijk”) klonk een slechte verliezer, dus dat duidt op winst. Dit Haagse succes zet wel onvoorspelbare ontwikkelingen in gang. Voor Air France-KLM zelf, waar het wachten is op Franse tegenzetten, voor de Frans–Nederlandse verhouding, die even overkookt, maar ook op het grotere toneel van Europa’s industriepolitiek. Daar begint de strijd net.

De ironie spat eraf: een centrum-rechtse Nederlandse regering, die zich vanwege het Britse vertrek uit de Europese Unie opwerpt als kampioen vrijhandel en economisch liberalisme, neemt fors aandelen in een privaat bedrijf om nationale economische belangen te beschermen. Nederland op de Franse toer, agressieve stijl incluis. Omgekeerd is het de Franse minister Bruno Le Maire – de man die droomt van Frans-Europese industriële kampioenen in de traditie van Lodewijk XIV en Colbert – die nu moet klagen over statelijke inmenging in de industrie. Dit laatste is ongeloofwaardig, want bij Air France zit de regering aan alle knoppen, zoals een enkele commentator erkende.

Feitelijk zouden de Fransen innig tevreden mogen zijn met de manier waarop Europa beweegt naar hun visie op economie en macht, zo merkte ook een analist in de Financial Times deze week op. Want of minister Hoekstra nu wil of niet: met de bruuske intrede in het spel om Air France-KLM doet Nederland ook een uitspraak over de toekomst van het Europees industriebeleid. Dit debat kwam op scherp door het Brusselse veto op de fusie van spoorgiganten Alstom en Siemens, vorige maand. De Europese Commissie zwichtte niet voor Frans-Duitse argumenten over concurrentie van Chinese staatsbedrijven op de Europese markt.

Beide economieministers – dezelfde briesende Bruno Le Maire in Parijs en zijn activistische collega Peter Altmaier in Berlijn – vinden die visie achterhaald. Prompt presenteerden ze vorige week een manifest voor Europees industriebeleid in de 21e eeuw, met investering in hightech, bescherming tegen strategische overnames én aanpassing van mededingingsregels. Dit wordt komende jaren een essentieel ideeëndebat en een belangenstrijd, waaraan ook Nederland met open oog moet meedoen.

Lees ook: Moet Europa meer doen om de strijd met Chinese giganten aan te kunnen?

Hieronder ligt het debat over Europa als machtsspeler op het wereldtoneel. „Macht is geen vies woord”, zei Mark Rutte in zijn belangrijke Churchill-rede in Zürich. De premier brak met de gedachte dat de Unie een machtsvrije regelruimte is en erkent dat ze zich naar buiten toe sterk moet maken; Realpolitik bedrijven. Het besef daagt dat de naoorlogse multilaterale orde van regels en verdragen, vanwege Amerika’s terugtrekking en China’s opkomst, kantelt in een multipolaire orde van macht tegen macht. Vertrouwde thema’s in het land van De Gaulle.

Het is niet dat wij ‘Franser’ worden; het is eerder zo dat de Fransen al decennia hebben nagedacht – en aan het institutionele mechaniek gesleuteld – om Europa voor te bereiden op de goede of kwade dag dat we strategisch op eigen benen moeten staan. Vaak tot chagrijn van de partners, Atlantisch Nederland voorop. Maar vanwege Trump, Xi Jinping en Poetin erkennen ook die partners nu dat machtspolitiek – zoals ook strategische industriepolitiek – meer is dan Frans gedram en eigenbelang, maar een kwestie van gezamenlijk overleven.

Parijs lijdt met Air France-KLM een zakelijke nederlaag, maar boekt een conceptuele overwinning. Hoewel niet in de stemming, mag ook Macron het glas heffen en klinken met Rutte.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden).