Mogen honden en katten elkaars brokken eten?

Wat zit er eigenlijk in al die verschillende soorten brokken voor hond en kat?

Ze zijn er met zalm, met lam, met gevogelte, zelfs met groente. In bruin, groen, oranje. Rond, driehoekig, visvormig. Voor junior en senior. Wie in een willekeurige supermarkt naar het aanbod kattenbrokken kijkt, raakt algauw overweldigd. Het hondenbrokkenaanbod steekt er vaak karig bij af: vierkante bruine hompen, in een paar verschillende smaken. Terwijl je je hond ook een vrolijk visvormpje zou gunnen. Verschillen die brokken écht zo van elkaar, of is het alleen uiterlijk vertoon? Hoe ongezond is het als je honden kattenvoer voorschotelt, of andersom? Wat zít er eigenlijk in die brokken?

Een willekeurig vergelijk tussen twee zakken Albert Heijn-huismerk (‘Droge brokken met lam en rijst’ voor de hond, ‘droge brokken met groenten’ voor de kat) geeft grofweg een vergelijkbare ingrediëntenlijst: granen, vlees en dierlijke bijproducten, plantaardige bijproducten, oliën, vetten, vitamines, mineralen. Bij hondenbrokken zijn de granen het hoofdbestanddeel, bij kattenbrokken is dat het vlees.

Ruw vet

Het percentage ruw eiwit (berekend op basis van het stikstofgehalte in het voer) is aanzienlijk hoger in de kattenbrokken (32%) dan in de hondenbrokken (22%). De percentages ruw vet, ruwe celstof (onverteerbare vezels) en ruwe as (mineralen) zijn nagenoeg gelijk.

„Katten hebben een specifiekere voedingsbehoefte dan honden”, zegt Ronald Corbee, universitair docent bij de Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren aan de Universiteit Utrecht. Katten zijn in sterkere mate ‘obligate carnivoren’, échte carnivoren, die zonder vlees niet kunnen overleven. Ze hebben daarom veel eiwitten nodig. Groenten en granen zijn in principe overbodig voor katten, maar voor de consistentie van hun ontlasting kan groenvoer goed zijn, zegt Guido Bosch van de Animal Nutrition Group van Wageningen Universiteit. Honden zijn ‘adaptieve carnivoren’: ze kunnen beter zonder vlees dan katten. Een hond kun je in principe kattenvoeding geven, aldus Corbee. Andersom geldt dat niet.

Blind en hartfalen

Aan kattenbrokken worden diverse voedingsstoffen toegevoegd die van nature alleen in dierlijk weefsel voorkomen, zoals taurine en arachidonzuur. Een kat die te weinig taurine binnenkrijgt kan blind worden en last van hartfalen krijgen, vertelt Corbee. En een tekort aan arachidonzuur kan zorgen voor een verlaagde weerstand en neurologische problemen. „Op het etiket staan die nutriënten vaak niet vermeld. Je kunt er dus niet zomaar van uitgaan dat hondenbrokken taurine en arachidonzuur bevatten.” Overigens zit er ook taurine in het energiedrankje Red Bull, maar dat voorschotelen aan de kat is géén goed idee: er zit ook cafeïne in, en dat is giftig voor zowel honden als katten.

Naast aminozuren zijn er ook enkele vitamines die aan kattenbrokken moeten worden toegevoegd: vitamine A bijvoorbeeld. Dat kunnen honden én mensen zelf aanmaken uit bèta-caroteen (onder andere aanwezig in gele en oranje groenten en vruchten), maar katten niet.

En hoe zit dat met al die verschillende smaken en kleuren? Worden huisdieren daar écht blijer van? Nee, zegt Corbee. „Een kat heeft nog minder smaakpapillen dan een hond. Ze kunnen bijvoorbeeld niet proeven of iets zoet is. Voor het grootste deel zijn die varianten er puur voor de mens.” Bosch: „De ‘smaken’ op de verpakking hebben vaak betrekking op de eiwitbron die gebruikt is.” Katten zijn in ieder geval gevoelig voor textuur, zegt Corbee: „Een kat die niet van vlees houdt, heeft als kitten vaak alleen brokjes gegeten, en kent de textuur van vlees niet.”

Lees de rubriek NRC Checkt: ‘Kattenvoer bevat maar 2 tot 20 procent vlees’