Liberalisering was, zeg maar, echt ons ding

Confrontatiepolitiek Nederland is in Europa niet langer het liberale buitenbeentje. Confrontaties en staatskapitalisme à la Air France-KLM zijn de nieuwe norm. In Europa. In de wereld.

Minister Wopke Hoekstra staat de pers te woord in de ambassade in Parijs
Minister Wopke Hoekstra staat de pers te woord in de ambassade in Parijs Foto Robin Utrecht

Politiek in tijden van economisch nationalisme, zo doe je dat. In minder dan 36 uur heeft Nederland zich deze week de nieuwe normen in Europa én in de wereld eigen gemaakt. Een economische machtsgreep bij Air France-KLM en afscheid van de liberalisering van de post.

De liberale wereldorde van na de val van de Muur (1989) is in hoog tempo minder liberaal geworden en meer geordend. Nationale staten zijn weer spelers, geen toeschouwers. Ideologie is bijzaak, praktische belangen spelen een hoofdrol.

Om minister-president Mark Rutte (VVD) te parafraseren in zijn recente lezing in Zürich: naïviteit is passé, met het najagen van eigen nationaal belang is niks mis.

Dus kocht het kabinet voor ruim 700 miljoen euro 14 procent van de aandelen Air France-KLM (85.000 werknemers). Net zoveel als de Franse overheid al heeft. Dat aandelenpakket moet een machtsfactor zijn om Nederlandse belangen te dienen, zoals groei van Schiphol en een levendig vestigingsklimaat.

Hoe gaat dat, in het geheim voor 680 miljoen euro aan aandelen kopen?

Toekomstig monopolie

De regering bakte de Fransen een koekje van eigen deeg, is de teneur in Nederland. De kabinetsbrief aan de Tweede Kamer zit vol ingehouden frustratie over eerdere (Franse) beslissingen waar de ministers buiten stonden.

De onverwachte interventie kreeg een jubelende ontvangst aan het Binnenhof. In Parijs was de reactie: handen af van ‘onze’ Air France. Vrijdag sloten de twee grootaandeelhouders de rijen op een Frans-Nederlandse mini-top.

Deze week nam Nederland ook afscheid van een ander credo: de geliberaliseerde postmarkt. Maandagmorgen gooide postbedrijf Sandd uit Apeldoorn de handdoek in de ring. Sandd wordt overgenomen door PostNL, de erfgenaam van wat ooit de postafdeling van staatsbedrijf PTT was. Sandd was de laatste grote concurrent na de liberalisering van de postmarkt vanaf het begin van de eeuw. Alles wijst erop dat het toekomstig monopolie van PostNL de zegen heeft van het liberaal-christelijke kabinet.

Twee jaar geleden had kabinet-Rutte II de overname van PostNL door de Belgische Bpost geblokkeerd. Twee VVD’ers, Rutte en minister Henk Kamp, negeerden de beleggersbelangen bij een hoog bod. Het kabinet wenste geen buitenlandse partij, met een buitenlandse overheidsaandeelhouder, in Nederland.

Koude kermis

De staatsparticipatie in Air France-KLM en de steun voor de coup van PostNL voldoen keurig aan de gegroeide Europese praktijk. Die zegt: de overheid heeft een rol te spelen als financier en aandeelhouder in de economische groei. En twee: liberalisering van traditionele nutsvoorzieningen, zoals de post, is iets voor anderen. Concurrentie op die krimpende postmarkt geeft banenverlies en sociale onrust.

Nederland was juist een buitenbeentje. De (Europese) liberalisering van de postmarkt was zeg maar echt ons ding, een bewijs van de politiek breed onderschreven liberale geloofsbrieven. PostNL zette in op Europa: Italië, Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland, Tsjechië en Slowakije. Het bleek een misrekening. Elders steunden politici hun nationale postkampioen.

In de arena vol Amerikaanse en Chinese giganten zoekt Europa zijn eigen kampioenen.

Het duurde lang voordat in Den Haag het kwartje viel. Tegen de buitenlandse overname van ABN Amro in 2007 klonk nauwelijks protest. De Mexicaanse overname van KPN in 2013 was politiek ongewenst. Nu koopt het kabinet zelfs een stukje KLM terug.

De Franse regering reageerde woest en wrevelig op de Nederlandse participatie. Maar ook die ondiplomatieke reactie hoort bij de nieuwe werkelijkheid. Het is een harde wereld. Confrontatie is gewoon geworden, consensus en samenwerking volgen hooguit achteraf, als uitvloeisel van de krachtmeting.

Eigen kampioenen

Overheden steunen ‘hun’ bedrijven, ook op wereldschaal. De ‘handelsoorlogen’ van de Amerikaanse president Donald Trump tegen zijn bondgenoten en tegen China zijn de voortzetting van economische politiek met andere middelen. Ander voorbeeld: de venijnige oppositie van Trump tegen de Nord Stream 2-pijpleiding die Russisch gas naar West-Europa brengt. De VS dreigen participerende bedrijven met sancties. Europa is in het defensief. Economie en politiek gaan hand in hand, want de VS hebben ook iets te verkopen: eigen vloeibaar gas.

Confrontaties à la Nord Stream zie je steeds weer in bedrijfstakken waar politiek, economie en nationale veiligheid elkaar raken: energie, luchtvaart, technologie en de defensie-industrie. Actueel middelpunt: het Chinese telecombedrijf Huawei. De Amerikanen en anderen vrezen voor spionage en achterdeurtjes in de apparatuur naar de Chinese veiligheidsdiensten.

In de arena vol Amerikaanse en Chinese giganten zoekt Europa zijn eigen kampioenen. Wie neemt het op tegen de techreuzen, van Apple tot Alibaba? Welke bank kan zich meten met Chinese en Amerikaanse financiers?

Dat zijn vragen waar Europa, althans Duitsland en Frankrijk, recent een tweeledig antwoord op hebben geformuleerd. Het eerste is: buitenlandse overnames in strategische sectoren – denk weer aan energie, technologie en defensie – toetsen op de gevolgen en desnoods blokkeren. Dat doen de VS en China zelf ook.

Twee zielen

Tweede oplossing: zelf winnende bedrijven creëren. De Duitse minister van Economische Zaken, Peter Altmaier (CDU), ontvouwde onlangs een ambitieus plan voor een nieuwe industriepolitiek waarin de overheid een sturende rol speelt. Industriële schaalvergroting is in zijn ogen onmisbaar. De eerste testcase, de Frans-Duitse fusie van de treindivisies van Alstom en Siemens, is echter vorige maand geblokkeerd door de Europese Commissie. Te dominant.

Dat zint Frankrijk en Duitsland niet. In het vervolg willen zij een Brussels veto ongedaan maken. Ook dat is economische politiek.

Lees verder over hoe Europa vasthield aan zijn mededingingsbeleid

In die beoogde schaalvergroting had Air France-KLM een voorloper kunnen zijn. Maar de luchtvaartmaatschappij is nooit die Europese kampioen avant la lettre geworden. Geen eenheid, maar twee zielen in één bedrijf. Air France én KLM bleven investeren in hun nationale merk. Hun nationale identiteit. Het Nederlandse staatsbelang onderstreept dat nog eens. Europa wil een wereldspeler zijn, maar is ook intern verdeeld.

    • Menno Tamminga