Jeffrey Herlings, wereldkampioen MXGP: „Ook voor een wereldkampioen wordt het weer maandag. Ik heb ervan genoten, maar het blijft een momentopname.”

Foto Sem van der Wal/ANP

Jeffrey Herlings: een monster op de motor

Interview Jeffrey Herlings, motorcrosser Wederom herstelt Jeffrey Herlings van een botbreuk. Blessures kostten hem al drie wereldtitels. Wordt dit zijn vierde?

Hij zit op de bank en mokt. De krukken, achteloos naast hem neergelegd, symboliseren de onmacht van Jeffrey Herlings (24). Het is februari, de maand waarin de motorcrosser nabij het Spaanse Valencia zijn laatste voorbereidingen op een nieuw seizoen behoort te treffen. In plaats daarvan revalideert de wereldkampioen in de Peel van een gebroken voet en is hij veroordeeld tot zijn villa onder de rook van Oploo.

Af en toe tilt hij zijn rechterbeen met de geopereerde voet op. Op doktersadvies, om zijn knie te strekken. Hij lijdt pijn. Niet eens zozeer wegens de breuk, maar vooral wegens het sombere vooruitzicht dat zijn seizoen mogelijk nu al naar de knoppen is. „Als me dit vier grands prix gaat kosten, is het vrijwel onmogelijk opnieuw wereldkampioen te worden. Dan ben ik nu al mijn titel kwijt.”

Hij rekent voor: de openingswedstrijd, zondag in Argentinië, mist hij hoe dan ook. Die achterstand is te repareren, onder voorwaarde dat hij drie weken later fit is voor drie grands prix in drie weken: die van Groot-Brittannië, Valkenswaard en Italië. Haast is geboden. Maar of het herstel naar wens zal verlopen, is ongewis.

De zoveelste blessure. Ben je niet te roekeloos?

„Na twintig jaar crossen vind ik het aantal wel meevallen. Maar ik wil vooraan rijden, ik wil winnen, dan moet je risico’s nemen, anders zou ik niet de snelste zijn. Zo is mijn rijstijl én de reden dat ik zoveel grands prix heb gewonnen. Maar soms komt een blessure door brute pech, zoals deze voetbreuk. Ik ging iets te dicht langs een rand, waardoor mijn voet bekneld raakte.”

Hoeveel wereldtitels heb je door blessures verspeeld?

„Drie, in 2014, 2015 en 2017. Ik had al zeven keer wereldkampioen kunnen zijn. En dit jaar verspeel ik mogelijk mijn achtste titel.”

Heb je spijt?

„Alleen van die in 2014, toen ik mijn bovenbeen brak. Reed tijdens een charity-wedstrijd op een minibike, beetje ouwehoeren waardoor ik grandioos de fout inging. Dat was dom, lag helemaal aan mezelf. Ik had niet op ’t motortje moeten stappen.”

Foto Marcel van Hoorn

Motorfabrikant KTM heeft bij je overgang van de MX2- naar de MXGP-klasse op meer voorzichtigheid aangedrongen. Niet geluisterd?

„Daar is met mij nooit over gesproken, althans niet in die zin dat ik mijn rijstijl zou moeten aanpassen. Algemeen is gesproken over de overgang naar de klasse van een motor met een inhoud van 250cc naar 450 cc. Die is krachtiger en sneller, dus kun je ook harder vallen. Kijk naar afgelopen seizoen, waarvan uit de top-zes er één alle grands prix heeft gereden. Je ziet ook amper crossers zonder littekens. De enige coureur met weinig blessures is mijn teamgenoot en naaste concurrent, de Italiaan Antonio Cairoli, daar moet ik eerlijk in zijn. Petje af voor hem.”

Zou je ingetogener kunnen rijden?

„Nee, blessures zie ik als een part of the game. Het moet ook meezitten. Gelukkig heb ik alleen maar te maken gehad met botbreuken.”

Noem dat maar geluk.

„Nou ja, als een gewricht als knie of heup naar de kloten is, heb je een groter probleem. Dat is een fatale blessure, waar je nooit vanaf komt. Een breuk geneest en dan is het ook klaar. In die zin noem ik dat geluk.”

Ben jij ’s werelds beste of de snelste motorcrosser?

Na enig nadenken: „De snelste, zeker vorig seizoen. Niet de beste als ik dit jaar door die voetbreuk geen wereldkampioen word. De beste wint de wereldtitel, hoe maakt niet uit.”

Waarom ben jij dan de snelste?

„Omdat ik alles voor 110 procent doe. Dankzij talent en een goede techniek ga je snel, maar als je ook hard werkt, word je een monster in je vak. Ik zit meer uren op de motor dan mijn concurrenten, op jaarbasis zeker 400 uur, tegenover zij zo’n 300 uur. Dat scheelt zeker twintig procent, veel hoor.” En dan met een vette knipoog: „En dus 20 procent meer kans op een blessure.”

Maak je daarmee het verschil?

„Mentaal zeker. Ik kan niet bewijzen dat ik met effectief meer trainingsuren automatisch beter word, maar psychisch zeker wel. Als je dan ook veel wint, gaat het dubbel op. Dan ben je fysiek in orde en barst je van vertrouwen.”

Heb je ook een relatie met de motor?

Gekscherend: „Nou, recentelijk niet. Dacht zeker dat ik vreemd was gegaan, want hij heeft me eraf gegooid.” Dan serieus: „Nee, niet echt. Het is maar een stuk ijzer, hè. En dingen verslijten. Sommige onderdelen gaan maar een paar uur mee. Ik zit ook niet steeds op dezelfde motor. Ik heb er zes. Ik rijd erop, verder raak ik de motor niet aan. Ik zorg voor de input. Meer power, meer of minder vering, dat is werk voor de specialisten. Mijn persoonlijk gevoel, daar gaat het om, en is belangrijk om goed op de monteurs over te brengen.”

Ben je rijk?

„Nu niet, want ik ben niet gezond.”

Je zou ruimschoots miljonair zijn.

Een stuk assertiever: „Waar heb je dat gelezen? Net zo min jij mij jouw salaris gaat prijsgeven, vertel ik wat ik verdien. Ik kan alleen zeggen dat geld me maar tot op zekere hoogte motiveert. Ik kies eerder voor goed materiaal. Ik wil een motor waarmee ik kan winnen. Het geld komt daarna wel. Trouwens, ik geef ook meer om gezondheid en een fijn sociaal leven dan om geld.”

Lees ook het profiel van Jeffrey Herlings: Monomane sportman met een ontembare wil om te winnen

Over sociaal leven gesproken: je hebt bewust geen vaste relatie?

„Klopt. Pak de kalender er maar bij: twintig grands prix over de hele wereld plus testen en voorbereidingen op het seizoen. Ik ben bijna niet thuis. Elkaar amper zien, werkt niet in een relatie. Ik heb een vriendin gehad, maar dat liep stroef. Ik ben nu perfect gelukkig, kan doen wat ik wil. Ik zie wel eens een meidje, natuurlijk, maar me settelen – daar begin ik nog niet aan.”

Doe je wel aan carrièreplanning?

„Zoals ik er nu over denk, wil ik tot mijn dertigste doorgaan. Heeft ook met motivatie te maken. Misschien zeg ik over drie jaar wel: ik heb het helemaal gehad met crossen. Maar misschien gaat het over vijf jaar nog keigoed en ga ik nog een aantal jaren door. Normaal zit een carrière er voor je vijfendertigste op. Daarna word je trager. Tenzij ik van gedachten verander, stop ik op mijn dertigste.”

Je werkt met een kleine, vaste club mensen. Bewust?

„Ja, ik verschijn niet graag met een grote groep mensen bij een wedstrijd. Ik denk dat ik het grotendeels alleen kan. Hoe meer mensen, hoe meer problemen, zeg ik altijd. Ik word bijgestaan door mijn moeder en Ruben Tureluur, die tot vorig jaar mijn vaste trainingsmonteur was, maar door KTM nu is geüpgraded tot mijn vaste regelaar. Ja, noem hem een personal assistent, of manusje van alles. Hij maakt mijn reisplan en zorgt dat alle spullen er zijn. Mijn moeder kookt en neemt me veel werk uit handen, zodat ik ’s avonds bijvoorbeeld geen dingen hoef te printen. Mijn trainingsmonteur is nu een Duitse jongen, Sven Heidemann, en de Australiër Wayne Banks is de vaste wedstrijdmonteur gebleven. Op wedstrijddagen zijn er dan nog tientallen specialisten, maar die zie ik alleen dan.”

Waarom ben je op dieet gegaan?

„Omdat mijn grote concurrent Cairoli een stuk lichter was. Ik woog zo’n 85 kilo, hij rond de 70. Die vijftien kilo extra hinderde me, vooral bij de start wanneer je vanaf nul moet vertrekken. Dan is gewicht doorslaggevend bij het verkrijgen van een goede positie. Maar ik verloor dan terrein. Ik was gewoon te zwaar. Ik weeg nu rond de 76 kilo, ten opzichte van Cairoli geen nadeel meer.”

Foto Ray Archer

Was afvallen moeilijk?

„Aanvankelijk wel. Omdat ik goed ik mijn vel stak. Ik had weliswaar een buikske, maar daar had ik geen hinder van. Ik kan de hele dag wel eten, liefst zo ongezond mogelijk. Dat was wennen. Door vermindering van koolhydraten en suikers voelde ik me wel eens duizelig, maar inmiddels heb ik een balans gevonden. Gezien het resultaat is het de moeite waard geweest, want in de tweede helft van afgelopen seizoen ben ik alleen maar in de top-drie gefinisht en uiteindelijk wereldkampioen geworden.”

Al bijgekomen van de euforie rond jouw wereldtitel in de MXGP?

„Ja hoor, het leven gaat gewoon door. Ook voor een wereldkampioen wordt het weer maandag. Ik heb ervan genoten, maar het blijft een momentopname. Nu verdient het nieuwe seizoen al mijn aandacht.”

En dan word je ook nog Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Eervol?

„Ja, een hele grote eer, omdat ik het nooit had verwacht. Ik kreeg de onderscheiding van sportminister Bruins tijdens het Motorsportgala. Voor ik erheen ging, dacht ik nog: even snel dat gala en dan op naar Valencia om me voor te bereiden op het seizoen. Ik zie die ridderorde als een vorm van respect voor mijn prestaties, voor Nederland en voor mezelf. Heel speciaal.”

Foto Ray Archer