Hoe poging om van teff het nieuwe quinoa te maken, strandde

Ethiopisch supergraan Teff voedt Ethiopië en het land is er zuinig op. Twee Nederlandse ondernemers zagen kansen voor het graan in Nederland en verwierven een patent. De Ethiopiërs voelen zich bekocht.

Bakkers bakken injera, brood, in de vorm van een grote pannenkoek. Het bakken duurt een paar minuten.
Bakkers bakken injera, brood, in de vorm van een grote pannenkoek. Het bakken duurt een paar minuten.

Zeg in Ethiopië dat je uit Nederland komt en de kans bestaat dat ze over teff beginnen.

Op boze toon.

Teff is hét graan van Ethiopië. Glutenvrij. De korrels zijn kleiner dan couscous. De Ethiopiërs maken er hun brood van, injera, dat lijkt op een pannekoek. Om dit graan, duizenden jaren geleden voor het eerst gedomesticeerd, draait een conflict tussen Ethiopië en een Nederlands bedrijf, dat al meer dan tien jaar speelt. Veel Ethiopiërs denken dat Nederland hun teff steelt.

De kwestie begon bij twee mannen die bekendstaan als ‘de twee Drentse boeren’. Ze zijn eigenlijk een ondernemer en een plantenveredelaar, wel echt uit Drenthe. In 2003 vroegen Hans Turkensteen en Jans Roosjen een patent aan op de verwerking van teff tot meel. Het betrof een methode die ze in Ethiopië al eeuwen toepassen. Het patent werd gegund, eerst in Nederland, daarna voor Europa.

De laatste jaren is er in Ethiopië veel om te doen. Van ministers tot aan teffboeren, iedereen is woest op de Nederlanders. ‘Ethiopia confirms legal teff ‘war’ with Dutch company’, kopte de website van Africa News een paar weken geleden nog. De Ethiopiërs vinden dat hun cultureel erfgoed is ontstolen.

In november maakte de Nederlandse rechter een eind aan het patent, waartegen de houder niet in beroep is gegaan. Maar in Duitsland, Italië, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk is het nog wel geldig.

Overal liggen de zaadjes

Debre Zeit, een uur rijden vanuit de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba, is volop platteland. Kinderen roepen er „China! China!” naar de auto – de buitenlanders die ze hier zien zijn meestal Chinezen. Boer Lemma Alemu werkt op zijn stukje land. De hete zon brandt op zijn akker. Als hij op de grond stampt, vliegt de droge klei weg als poeder.

De ossen van de buren liggen in de schaduw van een boom. De dieren worden ingezet bij de verwerking van de oogst. Door ze over de halmen te laten lopen, komen de teffzaden los. Die worden daarna gezeefd.

„Alle teff is in november geoogst”, zegt de 38-jarige Alemu, terwijl hij naar wat verdroogde halmen wijst. Nu gaat hij kikkererwten verbouwen, om de grond niet uit te putten. Maar het liefst zou hij altijd teff verbouwen, zegt de boer. „Teff is onderdeel van onze identiteit.”

Boer Alemu’s leven staat in het teken van teff. In de woonkamer, op de bank, onder zijn pet – overal liggen de zaadjes. Tegenover zijn slaapkamer zijn meer dan honderd zakken op elkaar gestapeld. Ze bevatten samen zo’n 7.000 kilo teff.

Alemu en zijn gezin eten driemaal daags – in de ochtend, middag en avond – een injera per persoon. „Als Ethiopiërs zijn we tot nu toe nog niet heel erg in contact gekomen met andere culturen, en dus ook niet met buitenlands eten.”

Eten ze nooit eens iets anders? „Jawel”, zegt zijn 27-jarige vrouw Meseret Wondimu, „maar ook pasta eten we met een injera erbij”.

Het geheim van injera is volgens de boer dat het gezond is. „Drie keer per dag vlees is niet gezond. Injera kun je zo vaak eten als je wilt.”

Ethiopische katholieke priesters en nonnen eten, met de hand, injera bij groentes en vlees.

Voorzichtig met export

Ethiopië telt 110 miljoen inwoners, van wie 80 procent op het platteland woont. Er zijn meer dan zes miljoen teffboeren als Lemma Alemu. De sector is weinig ontwikkeld, zegt wetenschapper Bart Minten, die al jaren onderzoek doet naar teff en er een boek over schreef: The economics of teff; Exploring Ethiopia’s biggest cash crop.

„Omdat de korrels zo klein zijn en de opbrengsten per hectare laag, is het een van de duurste granen”, zegt Minten op het kantoor van IFPRI in Addis Abeba, een ngo die voedselonderzoek doet in verschillende landen. „Er zouden veel betere zaden ontwikkeld moeten worden maar daar is te weinig geld voor.”

Teff is een onderdeel van onze identiteit

Lemma Alemu, teffboer in Debre Zeit

De Ethiopische overheid is mede daarom voorzichtig met export van teff. Voldoende voedsel is nog steeds niet gegarandeerd in het land, waar hongersnood in 1984 400.000 levens kostte. Buitenlandse voedselhulp blijft nodig door een snel groeiende bevolking en droogte. Zou Ethiopië teff uitvoeren, dan stijgen de prijzen en wordt injera voor velen onbetaalbaar, is de angst.

De afgelopen vijftien jaar is wel veel verbeterd, zegt Minten. Door aanleg van wegen bereiken landbouwproducten makkelijker de markt. Boeren worden aangemoedigd naar school te gaan. „Als ze een paar jaar op de basisschool hebben gezeten en kunnen lezen en schrijven, zijn ze sneller bereid te moderniseren”, zegt Minten. Ook verschijnen geleidelijk machines voor het maaien van teffgras, wat tot nog toe vooral handmatig gebeurt.

Maar er zijn genoeg landen die teff efficiënter kunnen produceren. Nederland bijvoorbeeld.

In 2005 sluit het Nederlandse bedrijf Health and Performance Food International (HPFI) een overeenkomst met het Ethiopische overheidsinstituut voor landbouwonderzoek. Dat stelt voor teelt van teff in Nederland twaalf rassen beschikbaar, in ruil voor 5 procent van de winst, met een minimum van 20.000 euro per jaar. Het bedrijf wil teff gaan verbouwen. Het ziet de graansoort als superfood, gezonder nog dan quinoa. Daar valt goed aan te verdienen.

De 38-jarige boer Lemma Alemu op zijn land in Debre Zeit. Hij werkte als kind bij zijn vader, die ook boer was.

Vinger aan de pols

Ook de Ethiopiërs zijn ingenomen met de deal. Zo kan teff populair worden in het buitenland, zonder dat Ethiopië hoeft te exporteren. En ze houden er toch geld aan over, dat weer voor teffonderzoek kan worden gebruikt. Wel wil Ethiopië de vinger aan de pols houden. In het contract is vastgelegd dat het bedrijf geen kennis over teff en de traditionele behandeling ervan met derden deelt, noch zaadmonsters of genetische informatie, zonder expliciete toestemming van de Ethiopische overheid.

Wat in ‘Addis Abeba’ minder bekend is: Hans Turkensteen en Jans Roosjen hadden in 2003, twee jaar eerder al, patent aangevraagd op de verwerking van teffmeel. Eerst in Nederland, een jaar later bij het Europees Octrooibureau. In 2007 wordt het ook voor Europese landen toegewezen.

Joep van den Broek, Nederlands landbouwconsulent werkzaam in Ethiopië, denkt dat aanvraag „gewoon niet goed gecheckt” is. Want aan de methode is „niks innovatiefs”. Teffmeel fijnmalen en het een tijd bewaren? „Dat doen ze in Ethiopië al eeuwen.”

Uiteindelijk valt de teelt van teff in Nederland tegen. Als superfood slaat het niet echt aan bij de consument, en in 2009 gaat HPFI failliet. Hans Turkensteen en Jans Roosjen, die inmiddels het bedrijf Ancient Grain hebben opgericht, slagen erin het patent uit de boedel te verwerven. De Ethiopiërs houden niet meer dan 4.000 euro over aan hun deal met de Nederlanders – die intussen wel met hun teffrassen aan de haal zijn gegaan.

‘We voelen ons belazerd’

Ermias Yemanebirhan, directeur van het Ethiopisch bureau voor intellectuele eigendom, maakt van zijn hart geen moordkuil. „We voelen ons na al die jaren nog belazerd”, zegt hij aan de telefoon. „Via de media en diplomatieke kanalen hebben we ons best gedaan met het bedrijf te onderhandelen en ze aan de afspraak te houden, maar dat mislukte allemaal.”

Wat resteert is het gevoel dat Ethiopië door het rijke, technologisch ontwikkelde Nederland voor de gek gehouden is.

Bij het Europese Octrooibureau, de plek waar ze het patent hadden kunnen intrekken, laten ze weten nog nooit een klacht te hebben ontvangen van de Ethiopiërs.

Overigens zijn het niet alleen de Ethiopiërs die boos zijn op Turkensteen en Roosjen. De twee, die tegenover NRC niet op de kwestie willen ingaan, botsen ook met Nederlanders in teffzaken.

Zo zijn daar Ruud van Klaveren en Anne Hulst van Millets Place, groothandel in teffgranen. Hun klanten in Nederland en Duitsland werden gebeld en gemaild door Turkensteen en Roosjen. Van Klaveren: „Dat ze teff niet bij ons mochten bestellen, omdat zíj het patent hadden.”

Klanten die geen zin hadden in gedoe, bleven weg, merkten de groothandelaren. Ze stapten naar de rechter. Die maakte eind vorig jaar uiteindelijk korte metten met Turkensteen en Roosjen – en met hun patent. Een groep Nederlandse tefftelers bleek namelijk al in mei 2003 de ‘speciale methode’ waarop Turkensteen en Roosjen later patent verwierven met elkaar uit te wisselen. Niets nieuws, is de conclusie.

Geen innovatie.

Geen patent.

Op zijn landbouwgrond in Debre Zeit kijkt boer Lemma Alemu wat verloren voor zich uit. Hij had graag een grotere akker gehad, verklaart hij. „Ik snap wel dat jullie onze teff willen”, zegt hij. „Maar dan moeten wij het zelf kunnen verbouwen. De regering moet onze rechten beschermen.”

De teffzaadjes liggen overal in het huis van boer Alemu.