Hij kon een danserslichaam lezen

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Fysiotherapeut Ted Willemsen (1958-2019) had half dansend Nederland in behandeling.

Zijn dierbaren kenden ze wel, de kleine colleges anatomie. Maar de co-assistenten in het AMC moeten toch even raar opgekeken hebben van de patiënt die hen bij het palperen van zijn lymfeklieren instrueerde: „Nee, dat moet zo, vérder naar achteren.” Het doceren zat de Amsterdamse fysiotherapeut Ted Willemsen nou eenmaal in het bloed. Op vakanties kregen zijn vrienden ook dagelijks verhandelingen over knieën, voeten en enkels te horen.

Gedreven, bevlogen, begeistert: het zijn woorden die telkens terugkeren in de beschrijvingen van de man die ‘half dansend Nederland’ op zijn behandeltafel heeft gehad: dansers van Het Nationale Ballet, Nederlands Dans Theater, het Internationaal (Folkloristisch) Danstheater en uit het kleinere, hedendaagse circuit. Zelfs uit het buitenland kwamen dansers speciaal naar de Keizersgracht, waar Willemsen en collega’s als John ten Kulve en Bert de Boer zich hadden gespecialiseerd in de fysieke ongemakken van de dansende mens.

Fysiotherapie was niet zijn eerste, maar wel de juiste beroepskeuze, aldus zijn oudere zus Kitty. „Het was een geluk bij een ongeluk dat hij uitlootte voor de studie medicijnen. In de fysiotherapie vond hij zijn roeping.” Het vak paste ook bij de praktisch aangelegde, sportieve en immer positieve jongeman. Zijn opleiding aan de S.A.F.A. sloot hij cum laude af en al gauw begon hij met een paar jonge collega’s een eigen praktijk, met een zeer gemêleerde populatie. Collega Ten Kulve herinnert zich de eerste twee patiënten nog scherp: „Een prostituee die iets met bananen deed, en daarna een van de zusters Augustinessen.”

Naast veel theatermensen volgden begin jaren tachtig veel Ajacieden: de Denen Arnesen, Lerby en Olsen, een jonge Frank Rijkaard. Johan Cruijff, zelf ook ‘klant’, vroeg hem tot twee keer toe of hij fysiotherapeut bij Ajax wilde worden. Willemsen sloeg het aanbod af, uit loyaliteit aan de pas opgezette maatschap.

Dansers werden zijn specialiteit. Een fascinerende beroepsgroep, met een complexe fysieke activiteit die enorm veel kennis vereist; ideaal voor de energieke en leergierige Willemsen. Hij volgde een opleiding tot manueel therapeut, schoolde zich in navolging van zijn jongere broer Ton bij tot podoloog en verdiepte zich in acupunctuur. „Ted had een enorme berg ervaring en een geweldig oog voor de hele bewegingsketen”, volgens zijn vriend, orthopedisch chirurg Arthur Kleipool, met wie Willemsen sinds 2014 een wekelijks spreekuur hield. „Als ik er niet uitkwam, dan spitte hij het helemaal uit. Kwam iemand voor voeten, dan zei hij ‘eerst je heup eens bekijken’. Dan volgden de onderrug, de knie en dan pas de voet. Zo heeft hij mensen fantastisch geholpen.”

„Hij kon mijn lichaam lézen”, vertelt Tim Persent, die zijn lange dansersleven (tot na zijn vijftigste) mede aan Willemsen te danken heeft. „Ted kwam naar mijn voorstellingen om te zien wat ik deed. Dat vond ik zo bijzonder. Hij was heel betrokken.” Zo betrokken dat hij psychisch leed als hij geen oplossing kon bieden. Kleipool: „Dan zocht hij mensen thuis op. Die mensen voelden zich enorm gehoord.”

Veel ex-patiënten werden goede vrienden, gabbers met wie hij de marathon liep en eindeloos kon ouwehoeren over lichte en zware onderwerpen, die de sleutel van zijn huis kregen als ze in de penarie zaten. De wil om iedereen optimaal te laten functioneren was bepalend, beaamt zijn zus: „Hoe meer het de mensen om je heen goed gaat, des te beter gaat het ook met jou. Ted was heel zorgend.”

Ted Brandsen, nu artistiek directeur van Het Nationale Ballet, kwam als danser bij Willemsen met een hardnekkige enkelblessure die na twee behandelingen werd verholpen. In zijn huidige functie waardeert hij Willemsens bijdrage aan het fysieke welzijn van dansers des te meer. Die kreeg mede vorm in het boek Anatomie en blessures (2005), hét lesboek voor de anatomielessen op de Nederlandse dansacademies en de yoga-opleidingen in Amsterdam en Utrecht. Een vervolg, voor zijn beroepsgenoten, ligt vrijwel voltooid op publicatie te wachten. Willemsen was docent aan diverse opleidingen, gaf workshops en lezingen in binnen- en buitenland. „Het is mede dankzij hem dat de fysiotherapie voor dansers hier op zo’n hoog niveau staat. Australië, Engeland en Nederland: dat is de top”, aldus Brandsen.

Ten Kulve, Kleipool en Willemsen vormden al jaren het vaste medische begeleidingsteam van het balletgezelschap, en Willemsen was in noodgevallen altijd binnen tien minuten ter plaatse als een danser zich tijdens de voorstelling blesseerde. „Dan kwam hij aangestoven op zijn scooter.”

Op die scooter reed hij ook heen en weer naar het AMC, waar hij twee jaar werd behandeld voor een zeldzame vorm van lymfeklierkanker. Met zijn kenmerkende optimisme en energie verdiepte hij zich in de ziekte, die uiteindelijk toch niet kon worden genezen. Op 9 februari overleed hij, in het bijzijn van zijn moeder, zijn vrouw en zijn twee dochters.