Profiel

Mike Pompeo: hardliner die Trumps woorden verzacht

Mike Pompeo Of het nu om Noord-Korea, Syrië of Venezuela gaat – steeds is het aan Pompeo Trumps grilligheid en impulsiviteit in goede banen te leiden.

Foto Leah Millis/Reuters

De tafel was gedekt en de waterglazen waren gevuld, maar de gasten kwamen niet. De nucleaire top tussen de Amerikaanse president Donald Trump en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un was op het laatste moment geklapt; de twee hadden niets om op te toosten.

De gedekte tafel donderdag in Hanoi toonde aan dat er diplomatiek iets goed was misgelopen. Onderhandelingen lopen wel vaker spaak, maar onder normale omstandigheden weet men te voorkomen dat een leider met lege handen naar huis moet en dat de hele wereld daar getuige van mag zijn.

Maar met Trump is in de Amerikaanse diplomatie geen sprake van ‘normale omstandigheden’. De president geeft hoog op van zijn eigen onderhandelingsvernuft, loopt zijn ministers op Twitter voor de voeten en behandelt adviseurs vaak met dédain. Daar komt bij dat hij geen smetvrees heeft voor autoritaire leiders, bondgenoten nogal eens schoffeert, neigt naar isolationisme en overtuigd is van zijn eigen gelijk.

Er is één man die als hoofdtaak heeft Trumps onconventionele en vaak omstreden aanpak in de wereld bij te sturen en uit te legge n: de ronde en vaak vriendelijke ogende voormalige CIA-baas Mike Pompeo, conservatief Republikein. Een man over wie The New York Times deze week schreef dat je zijn foto zo ziet hangen bij de Cadillac-dealer.

Als Trump onverwachts aankondigt Amerikaanse troepen uit Syrië terug te trekken, en wel nú, dan vliegt Pompeo naar het Midden-Oosten om bondgenoten te informeren en te kalmeren. Het is Pompeo die de Amerikaanse onmin met Nordstream 2, de pijpleiding die Russisch gas naar Europa moet brengen, verwoordt. Pompeo verhoogt deze weken de druk op de Venezolaanse leider Maduro, en Pompeo maande deze week India en Pakistan tot kalmte na beschietingen over en weer.

Soms loopt dat stroef. Het was Pompeo die de top in Hanoi mede had voorbereid. Het was ook Pompeo die naast een opvallend kalme Donald Trump vragen over de mislukking mocht beantwoorden. En twee weken geleden was het Pompeo die moest toezien hoe ‘zijn’ topconferentie over Iran in Warschau op niets uitdraaide omdat Europese bondgenoten de bijeenkomst links lieten liggen.

Wie is deze diplomaat van Trump, die erin slaagt na tien maanden nog steeds diens vertrouwen te genieten en die de indruk wekt zich op zijn gemak te voelen naast de wispelturige America First-president? Zijn voorganger, Rex Tillerson, lag voortdurend met Trump overhoop en werd na veertien maanden aan de kant gezet. Waar Tillerson Trump irriteerde, lukt het Pompeo wél Trumps woorden te verzachten zonder de toorn van de president te wekken.

Lees ook over Rex Tillerson:Wie het niet eens is met Trump, kan vertrekken

Vliegtuigonderdelen

Pompeo, geboren in Orange, Californië in 1963, behaalde in 1994 zijn doctorstitel aan Harvard, waar hij rechten studeerde en redacteur was van de Harvard Law Review. In 1998 richtte hij met vrienden in Kansas Thayer Aerospace op, een fabriek voor vliegtuigonderdelen. Investeerders daarin waren de oliemagnaten Charles en David Koch, sinds decennia royale geldschieters van conservatieve Republikeinen. Zij doneerden ook aan zijn verkiezingscampagnes.

Eenmaal verkozen ging Pompeo deel uitmaken van de Tea Party, de ultraconservatieve bloedgroep binnen de Republikeinse partij. Tijdens zijn jaren in het Huis van Afgevaardigden (2006-2011) stemde hij tegen abortus, tegen het homohuwelijk, tegen Obamacare en tegen het Klimaatakkoord van Parijs.

Toen Pompeo werd verhoord in de Senaat voor zijn aanstelling als CIA-directeur in 2017, zei hij dat hij het „onnozel, gevaarlijk en absoluut ongeloofwaardig” vond om klimaatverandering als bedreiging voor de nationale veiligheid te zien. In 2018, bij de Senaatshoorzitting voor zijn ministerschap , was Pompeo opgeschoven. Nu zei hij dat hij wél gelooft dat het klimaat verandert door toedoen van de mens, en dat dit veiligheidsrisico’s genereert. „En ik zei dit niet eens onwillig”, meesmuilde hij.

Met betrekking tot Iran vertoonde hij eenzelfde kneedbaarheid. In de maanden dat hij de CIA leidde veranderde de lijn-Iran daar niet noemenswaardig. Maar Pompeo was nog geen maand minister of hij hield bij conservatieve denktank The Heritage Foundation een vlammende anti-Iranspeech. Hierna achtten zijn voormalige CIA-collega’s het nodig in hun dreigingsniveaurapport over 2019 op de rem te trappen: „Wij blijven erbij dat Iran op dit moment niet bezig is essentiële werkzaamheden uit te voeren om kernwapens te ontwikkelen.” Pompeo haalde zijn schouders op en vertrok naar zijn Iran-top in Warschau.

Waterboarden

Toen de Senaat in 2012 een rapport publiceerde over waterboarden, zei Pompeo over de agenten die dat deden: „Deze mannen en vrouwen zijn geen beulen, ze zijn patriotten.” Maar toen hij als aspirant-minister van Buitenlandse Zaken vragen kreeg over deze als ongeoorloofd aangemerkte martelmethode, zei Pompeo dat hij zich altijd aan de wet zou houden en dat hij zelfs onder druk van de president waterboarden niet zou goedkeuren.

Als hardliner dwong Pompeo in zijn tijd als Afgevaardigde respect af bij de veiligheidsdiensten omdat hij zich verdiepte in hun werk. „Hij ging bij verschillende bureaus langs, stelde goede vragen en bleef tot laat”, schrijft Michael Hayden, oud-directeur van de National Security Agency in The Assault on Intelligence.

Geen wonder dat Trump, waarschijnlijk op aangeven van vicepresident Mike Pence, in 2017 naar Pompeo keek toen hij een nieuwe CIA-directeur zocht. Deze werd, bij alle bizarre benoemingen van Trump, als een serieuze keuze ervaren. „God zegene Mike Pompeo omdat hij het vermogen heeft rustig met de president te gaan zitten en hem te laten luisteren. Daar maakte ik me een beetje zorgen over”, zei Leon Panetta, een van de voorgangers van Pompeo als CIA-directeur, in een interview.

Trump was nog geen dag president of hij ging op bezoek in het hoofdkwartier van de CIA in Langley. Het werd „het vreselijkste presidentieel bezoek aan een geheime dienst in de geschiedenis van de Republiek”, schrijft Hayden. Mike Pompeo was al CIA-directeur, al moest de Senaat zijn benoeming nog bekrachtigen. Trump had in zijn campagne regelmatig uitgehaald naar de inlichtingendiensten, die hij eenmaal had vergeleken met „nazi-Duitsland”. Het idee was dat hij bij de CIA de plooien wat zou gladstrijken.

Trump was bij het bezoek vol lof – voor zichzelf –, viel de media aan en had een onverwachte opmerking voor de nieuwe CIA-directeur: „Denk je eens in Mike, als wij de olie in Irak hadden gehouden, dan zaten hadden we nu niet met IS gezeten.” Op de eerste rij, schrijft Hayden, „zaten de topmensen van de CIA met uitgestreken gezicht”. Zij zouden in de jaren erna de president horen zeggen dat hij meer waarde aan Poetins woorden hechtte dan aan de informatie van zijn eigen veiligheidsdiensten en dat hij geneigd was de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman te geloven en niet het rapport van de FBI. En Mike Pompeo? Die beoefende de kunst van het laveren. Als hij zei dat het anders zat dan de president beweerde, zei hij het nooit zo dat het de president tegen de borst stuitte.

Voor hij CIA-directeur werd, had Pompeo wel eens gesuggereerd dat hij regime change in Noord-Korea zou aanmoedigen. Toen hem daarnaar werd gevraagd als kandidaat-minster zei hij: „Laat ik dit zeggen: ik hoop dat diplomatieke en economische druk afdoende zijn om deze kwestie op te lossen zonder militair ingrijpen.” Hij zei ook: „ In de tien maanden dat ik bij de CIA heb gewerkt, heb ik de schone kunst van de nuance leren kennen.”