Groos, de winkel voor Rotterdams design, stopt twee jaar na verhuizing

Groos Groos, de winkel voor Rotterdamse producten, sluit zijn deuren. De initiatiefnemers zeggen zelf dat hun missie geslaagd is.

In Groos werden onder meer deze porseleinen flessen verkocht.
In Groos werden onder meer deze porseleinen flessen verkocht. Foto Rien Zilvold

Groos, onderin Het Industriegebouw, is haar laatste week ingegaan. De winkel oogt leeg en de meubels worden naar buiten gedragen en afgevoerd. Op veel van de laatste spullen zitten kortingsstickers.

De eigenaren van Groos, Joost Prins en Tjeerd Hendriks, leerden elkaar kennen als buren op de Libellenstraat in Kralingen. Hendriks: „Daar dronken we geregeld een biertje op de stoep en is het idee van Groos geboren. Zo’n tien jaar geleden herkenden we ons niet in het beeld van Rotterdam als kil, koud, onveilig en crimineel. Ik kende veel mensen die mooie dingen maakten, maar er ontbrak een plek om dat aan het publiek te presenteren. Zo kun je de perceptie van mensen op de stad ook niet veranderen.” Prins: „Je moest destijds heel goed zoeken naar Rotterdamse producten. De Albert Heijn en Bijenkorf waren nog niet geïnteresseerd in lokale makers.”

Het idee bleef twee jaar liggen. Hendriks: „Af en toe stoften we het even af, maar daarna belandde het weer in de kast. Het was midden in de crisis, Joost werkte als manager bij een IT-bedrijf en ik stond achter de bar.” Via BAR, waar hij gewerkt had, kwam hij terecht in het Schieblock, waar verhuurders ZUS en Codum graag een winkel in wilden. „Wij zeiden: als je iets leuks wilt, kun je niet de hoofdprijs vragen. Gelukkig geloofden ze in het concept, voor het eerste jaar werd de huurprijs een percentage van de opbrengst.”

Dankzij hulp van vrienden en een kleine lening konden ze van start. Prins: „Hugo Borst schreef op de openingsdag in zijn AD-column dat Groos zijn hoop was op donkere dagen, nadat zijn favoriete boekhandel net was dichtgegaan. Hij noemde hij ons ook alweer?” Hendriks: „Twee dappere dodo’s. Ja, dat is een goede kickstarter geweest.”

Het hierop volgende succes van de winkel en de aanhoudende stroom publiciteit viel ook de ontwikkelaar van Het Industriegebouw op. Ze benaderden Groos om te verhuizen. Prins: „Dat zagen we niet zitten, maar we wilden ze wel helpen met de transformatie en invulling van het gebouw.” Zo werden de winkeleigenaren prompt ontwikkelaars. Na een tijd geschipperd te hebben tussen Groos en Het Industriegebouw kozen ze er twee jaar geleden toch voor om de winkel onder te brengen in het bedrijfsverzamelgebouw. Architectenbureau MVRDV tekende voor het ontwerp.

Mwah succes

Voor Erwin Pols van de tekstproducten van Mwah was de verhuizing geen succes. „De oude Groos was ons best verkopende punt in de stad, net als dat wij destijds hun best verkopende product waren. Dat daalde snel op de nieuwe locatie. Gelukkig nam Donner voor ons al snel de rol van Groos over.” Hendriks: „De loop is hier minder, dus we hebben ervoor gekozen om met een high-end aanbod meer kwaliteit dan kwantiteit te verkopen: kunst, meubels en design. We hebben een van de mooiste winkels van de stad afgeleverd.” Zo wisten ze de omzet op peil te houden, maar een stijging bleef uit. Prins: „We hebben hier nooit geld aan verdiend, ook omdat we nooit concessies aan het concept hebben willen doen. Als een goedverkopende ontwerper uit Rotterdam verhuist stoppen we daarmee.”

Begin dit jaar besloten ze te stoppen met Groos. Hendriks: „De citymarketing over de hele breedte is gelukt. In zoverre dat we als stad bijna een karikatuur van onszelf aan het worden zijn met producten als ‘Pleurt-’t-in-me-tassie’. Uiteindelijk willen we liever stadmaker dan retailer zijn. Een winkel is heel hard werken. Je kunt het vergelijken met een relatie, die kun je beter ook verbreken voor je met modder gaat gooien.” De winkel verkopen is geen optie. Prins: „Je doet je kindje toch niet zomaar weg?”

Pols is niet overtuigd dat de missie van Groos volbracht is. „Wat was de missie dan? Rotterdam op de kaart zetten? Rotterdamse producten onder de aandacht brengen? Dat laatste is inderdaad gelukt, maar ik zie nog genoeg ruimte om dat op een centrale plek in Rotterdam te doen, iemand moet alleen nog in dat gat springen.”

Hendriks: „We leggen het concept in de mottenballen. Wie weet halen we het er ooit weer uit.” Prins: „De vruchten voor de makers en stad zijn evident. Daar zijn wij in ieder geval trots op.” Groos dus.