Opinie

Gedogen zet de burger buitenspel en maakt overheid kwetsbaar

Vreugdevuren

Waar gaat het gedogen van een niet legale activiteit over in meedoen, stimuleren, ja zelfs het overnemen ervan? En wat betekent dat voor de aansprakelijkheid, de handhaving en daarmee de rechtsgelijkheid? Bij het beheren van de jaarlijkse vreugdevuren Scheveningen/Duindorp rond de jaarwisseling blijkt dat rechtsstatelijke beginselen door jarenlange verwaarlozing en wegkijken in het nauw kwamen.

Burgers die klachten indienden, inspecties die zorgen uitten werden afgewimpeld met de mededeling dat dit een ‘Haagse traditie’ was. Die de stad in de oudejaarsnacht wel héél veel schade, rellen en oproer scheelde. Met zo’n mededeling kwamen burgers alleen wel buitenspel. Tegen een vergunning die niet is afgegeven kan immers ook geen bezwaar worden ingediend. Wie dat toch deed werd door het bestuur om begrip gevraagd. In feite groeide hier bestuursrechtelijk een parallel universum. ‘Sine regno’, maar dan met hooligans.

Het Haagse gemeentebestuur zond de raad onlangs honderden documenten en vele gigabytes aan informatie over tenminste tien jaar eendrachtig bouwen aan wat ooit een anarchistisch feestje was. Fikkie stoken tijdens Oud en Nieuw: eerst overal in de stad, nu samen op één plek, het strand.

Het leverde een reconstructie in NRC op van jarenlange medeplichtigheid aan de brandstapels. Waarvoor ook helemaal geen vergunning kon bestaan, zo bleek dit jaar toen een vuurregen rook- en schroeischade veroorzaakte. De gemeente legde intussen de fundering voor de brandstapels, betaalde de rijplaten, plaatste dranghekken, hield toezicht op de bouwwijze, ruimde de rotzooi op. Feitelijk was de gemeente gegijzeld door de ‘bouwers’ tegen wie men zo min mogelijk handhavend wilde of kon optreden.

Nu zien gemeenten vaker af van handhavend optreden, meestal in situaties die zo zijn gegroeid, door oorzaken waar eigenlijk niemand op kan worden aangesproken. De rechter pleegt dat goed te vinden als er bijzondere omstandigheden zijn. Bijvoorbeeld omdat er uitzicht is op legalisering van de ongewenste situatie. Dus als het binnenkort voor iedere burger wettelijk mogelijk wordt om grote vervuilende vreugdevuren op het strand aan te richten, direct grenzend aan de bebouwde kom. Een ander criterium kan zijn dat handhavend optreden ‘zo onevenredig’ is in verhouding met het belang dat ermee wordt gediend dat een verstandige overheid daarvan hoort af te zien. Dat lijkt hier evenmin het geval. Het voorkomen van het afbranden van Scheveningen is een belang dat in zéér redelijke verhouding staat tot de beslissing om ook écht te handhaven.

De Haagse casus komt juridisch meer in de buurt van de beslissing van de gemeente Nieuwegein om de Drank- en Horecawet plaatselijk stevig te laten overtreden. Het experimenteel vergunningloos laten schenken van alcohol door boekwinkels, bloemisten of kappers. De rechter verbood dat omdat de gemeente zélf de te gedogen situatie in het leven riep en het ook mogelijk maakte om er gebruik van te maken. De wet gaat dan voor.

Op de Onderzoeksraad voor Veiligheid moet nog worden gewacht, net als op het oordeel van de gemeenteraad, maar juridisch-bestuurlijk kan dit niet door de beugel. De gemeente hoort zich aan de wet te houden: de burger mag rekenen op handhaving en toezicht. Daar horen marges voor niet-ingrijpen bij – maar die zijn hier ruimschoots overtreden. Den Haag kan niet anders dan hier de rechtsorde herstellen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.