Anne Reijenga woont pal naast het Rabobank-filiaal in Oudenbosch dat een jaar geleden werd beroofd.

John van Hamond

Een miljoenenbuit en nog steeds geen spoor van de dieven

Bankroof Bijna niemand berooft nog een bank. Maar vorig jaar in het eerste weekend van maart werd in Oudenbosch de inhoud van honderden kluisjes buitgemaakt. Alles wijst op hulp ‘van binnenuit’.

Anne Reijenga staat in de tuin kroketten en frikandellen voor zijn kleinkinderen te frituren. Slechts een paar meter verderop is een van de grootste bankroven uit de naoorlogse geschiedenis aan de gang. Niets van gemerkt, zal hij later ontgoocheld vaststellen. En dat terwijl hij toch altijd zo alert is.

Twee mannen zijn in de nacht van vrijdag 2 maart 2018 via de personeelsingang de Rabobank in het Noord-Brabantse Oudenbosch binnengeglipt. Een etmaal later lopen ze met zes volle vuilniszakken weer naar buiten. Ze verdwijnen. Zonder geweld, zonder enig spoor van braak.

Maandagmiddag vier uur krijgt bankdirecteur Johan Staes op het Rabobank-kantoor in Etten-Leur een alarmerend bericht. Er is een telefoontje uit Oudenbosch gekomen. „Johan, er is iets mis met de kluizen”, zegt een medewerker . „Er ligt inhoud op de grond.” Staes overlegt met de twee andere directieleden van Rabobank West-Brabant Noord, en besluit in Etten-Leur te blijven. De politie is onderweg; als er inderdaad is ingebroken, zal de plaats delict eerst worden onderzocht en kunnen ze voorlopig weinig doen.

In de 27 jaar dat Staes bij de Rabobank werkt, heeft hij maar één echte calamiteit meegemaakt – een grote stroomstoring in Groningen – maar sinds hij in 2014 toetrad tot de directie heeft hij jaarlijks rampscenario’s geoefend met het CMT, het crisismanagementteam.

Je moet niet als een kip zonder kop rondrennen, weet Staes. Juist niet. Je moet overview houden, als een havik. Het belangrijkste is dat het CMT zo snel mogelijk bij elkaar komt: zes of zeven personen met ieder een specialisme . Er moet iemand met verstand van financieel-economische criminaliteit bij zitten, een woordvoerder, een aanspreekpunt voor de politie, een plotter die registreert wat er moet gebeuren. En iemand die zorgt voor computers, broodjes, pennen, papier. Ze overleggen diezelfde dag nog.

Veel bankfilialen zijn de laatste jaren uit de regio verdwenen. De Rabobank, geworteld in de Nederlandse landbouwgrond, bleef er juist goed vertegenwoordigd. Na een aantal fusies zijn er nu nog zo’n honderd lokale banken over, met elk een aantal bijkantoren waar klanten terecht kunnen voor eenvoudige bankzaken. In Oudenbosch opende in 2006 zo’n bijkantoor aan de Kade 26.

De Rabobank aan de Kade in het centrum.John van Hamond

Nauwelijks nog contanten

Bankroven worden met uitsterven bedreigd. Sinds het hoogtepunt in 1992 (570) daalde het aantal in Nederland gestaag naar één in 2015, blijkt uit gegevens van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). Het laatste incident dateert van 10 januari 2017, toen drie figuren in felgele jassen bij de ING in Houten een geldtransport wilden overvallen. Het mislukte: de dieven gingen er zonder buit vandoor. Dat er nauwelijks nog bankroven plaatsvinden, komt volgens de NVB doordat de moderne mens zijn bankzaken digitaal regelt. Op de meeste kantoren liggen nauwelijks nog contanten.

Anders is dat bij kantoren waar klanten een kluisje kunnen huren. Hoewel steeds minder banken de dienst aanbieden, zijn er naar schatting nog tienduizenden Nederlanders die hun cash en kostbaarheden naar de bank brengen. Niemand bemoeit zich met de inhoud, dat maakt de kluisjes ook aantrekkelijk voor wie iets te verbergen heeft. In verschillende grote strafdossiers komen de ‘safeloketten’ ter sprake.

Van de 975 kluisjes in Oudenbosch zijn er begin 2018 een kleine 700 in gebruik. Als de recherche haar onderzoek heeft afgerond, treffen bankmedewerkers een chaos aan in de ondergrondse kluisruimte. Honderden safeloketten zijn opengebroken. Duizenden kostbaarheden liggen op de grond, alsof er een schatkamer is ontploft. „Dit wordt een zaak van lange adem”, zal een politiewoordvoerder later die week tegen de media zeggen. Alles wijst op een klassieke kraak, die zeer professioneel is uitgevoerd. „Dit doe je niet zomaar eventjes als gelegenheidsdief.”

Bij de ingang van de bank hangt een briefje: „Wegens omstandigheden zijn wij vandaag gesloten.” Johan Staes heeft zo’n vijfentwintig Rabo-medewerkers opgetrommeld; zij moeten zoveel mogelijk klanten gaan inlichten over de roof. Van de 700 safelokethouders krijgen 334 slecht nieuws: hun kluisje is opengebroken.

Kasgeld van de zaak

„Wat? Dat méén je niet.”

De 56-jarige Cees de Bruyn uit Fijnaart heeft net een klant geholpen in zijn garage als hij door de Rabobank wordt gebeld.

„U bent helaas betrokken”, zegt de vrouw aan de andere kant.

„Is-ie leeg?”

„Dat kan ik nu niet zeggen.”

„Maar je kunt me toch niet in spanning houden?”

In zijn hoofd gaat De Bruyn, eigenaar van een autobedrijf, na wat hij in die kluis had liggen. Koopaktes, diploma’s, sieraden van zijn overleden schoonmoeder, een zakhorloge van zijn vader, kasgeld van de zaak, en een bedrag dat hij en zijn vrouw in 35 jaar bij elkaar gespaard hebben. Hij is woedend. Het ergste is nog dat het niet voor het eerst is dat hem zoiets overkomt: acht jaar geleden kwamen ze via het dak zijn garage binnen en namen de hele bedrijfskas mee. Dat was precies de reden dat hij niets van waarde meer in huis wilde hebben.

Voor het Rabobankgebouw staat een groepje mensen. Een man vertelt Omroep Brabant dat hij „als een gek” naar de bank is gekomen nadat hij het nieuws op Teletekst las. Hij huurt al jaren een kluisje, en reken maar dat het „bomvol” zat. „Ik zoek sinds mijn zeventiende met een detector op het strand, dus er zitten ontzettend veel ringen en toestanden in. Héél veel goud. Ik ben echt over de rooie.” Een meneer met een pet zegt dat hij spaargeld in zijn kluis had liggen, „genoeg om een nieuwe auto te kopen”. Hij perst zijn lippen op elkaar.

„Het is verschrikkelijk”, verzucht een vrouw. Haar echtgenoot liet na zijn overlijden een klomp goud ter waarde van 35.000 euro achter. Haar pensioen. Weg.

Acht dagen na de roof is er in de Turkse moskee aan de rand van het dorp een bijeenkomst voor gedupeerden. Er zijn veel mensen uit de Turkse gemeenschap die een kluisje hadden om bruidsschatten in te bewaren. Mensen wantrouwen de Rabobank, blijkt die avond. Tientallen gedupeerden spreken af dat ze het inventarisatieformulier van de bank voorlopig niet invullen. Waarom moeten zíj de bank eigenlijk vertellen wat ze hadden? Ze willen liever eerst met eigen ogen zien wat er ontbreekt. Zo’n veertig slachtoffers schakelen gezamenlijk een advocaat in.

Er zijn meer vragen. Kan de Rabobank bewijzen dat er daadwerkelijk dieven binnen zijn geweest? Zijn er camerabeelden? Hoe is het mogelijk dat ze in 24 uur ongemerkt 300 tot 350 kluisjes konden openen?

Garagehouder Cees de Bruyn (57) is gedupeerde, maar heeft de waarde van de bezittingen die in zijn kluis zaten inmiddels teruggekregen.John van Hamond

Geldhond

Baf. In Roosendaal klinkt een doffe klap. Het is 30 april, acht uur ’s ochtends. Mannen in zwarte jassen met ‘politie’ achterop hebben zojuist aangebeld bij een woning, maar er is niet opengedaan. Een agent gaat door de voordeur met een stormram. Met een geldhond wordt het huis doorzocht. Zo’n twintig kilometer verderop gebeurt hetzelfde in een woning in Etten-Leur. Er worden die ochtend twee verdachten aangehouden: de 45-jarige Agron K. en de 43-jarige Henri van W.

De twee kennen elkaar. Ze werken bij EBN, de Eerste Bredase Nachtveiligheidsdienst, een familiebedrijf dat sinds 1919 particuliere beveiligingsdiensten levert. Al in een vroeg stadium van het onderzoek heeft de recherche de server van EBN, dat ook de beveiliging voor een aantal Rabobanken regelt, in beslag genomen en alle betrokken medewerkers tegen het licht gehouden. Agron K. en Henri van W. hadden het weekend van 3 en 4 maart dienst. Ze hebben volgens justitie een brandschoon verleden.

Als Opsporing Verzocht twee weken later een reconstructie uitzendt, zit Anne Reijenga gespannen voor de televisie. Zijn woning, een hoekhuis, staat pal naast de Rabobank. Alleen een steeg scheidt het bankgebouw van de betegelde tuin van Anne en Elly. Zijn werkkamer kijkt uit op de muur waarachter zich de deur naar de kluisruimte bevindt. Hoewel hij niet gedupeerd is, is de roof voor de 68-jarige typschoolhouder een obsessie geworden. Zijn oplettendheid – op de parkeerplaats voor zijn huis wordt gedeald en Reijenga wil nog weleens het kenteken van een verdachte auto noteren – heeft hem in de lokale media het imago van buurtdetective opgeleverd.

Dat hij dat weekend niets gemerkt heeft, daar heeft Reijenga echt de pest over in.

„Maar dit is raar”, roept Reijenga als op de bewakingsbeelden te zien is hoe twee beveiligers in een witte bestelbus bij de Rabobank arriveren. Hij woont al drie jaar op deze plek, en kent de procedures: een bewaker sluit het gebouw af rond acht uur ’s avonds en komt het de volgende ochtend weer openen. Dag in, dag uit. „Ik heb nog nooit twéé beveiligers gezien. Nog nooit!”

Alles wijst erop dat de bankrovers dat weekend hulp van binnenuit hebben gekregen. Het zijn de beveiligers die vrijdagnacht na een melding naar Oudenbosch rijden, de personeelsingang openen en het alarm uitschakelen. Terwijl ze een rondje om het gebouw lopen, glippen de dieven naar binnen. Als er 24 uur later opnieuw een melding binnenkomt en de mannen de boel opnieuw inspecteren, zijn de rovers nog in het pand. Ze moeten elkaar toen gezien hebben, concludeert het Openbaar Ministerie.

Naderhand is Anne Reijenga zich dingen gaan herinneren. Zoals de twee mannen die hij op het trapje van de personeelsingang zag rondhangen, ’s avonds rond een uur of negen, een paar weken voor de roof. „De één zat op zijn hurken, een flinke kerel. Ik kan ’m nog uittekenen. De ander was met de alarminstallatie bezig.” En dan was er nog die vreemde steen die op zondag 4 maart voor zijn garage lag. „Om de deur open te houden, denk ik achteraf.”

Anne Reijenga op zijn balkon, met zicht op de achteringang van de Rabobank.John van Hamond

‘Dat kan toch nooit?’

Cees de Bruyn slaapt slecht. Vier keer bekeek hij de beelden van Opsporing Verzocht, hij ging er steeds minder van begrijpen. „Ik zie daar zaken waarvan ik denk: dat kan toch nooit?” Ook is hij niet te spreken over de houding van de Rabobank, die volgens hem nu naar de verzekeringsmaatschappij wijst. „Als ik jou een auto verkoop met garantie, ga ik later ook niet zeggen: ga maar naar de buurman.”

Dat er gedupeerden met hartproblemen in het ziekenhuis zijn opgenomen, begrijpt De Bruyn wel. Zijn eigen vrouw, die sieraden van haar overleden moeder in de kluis bewaarde, moet nu honderden foto’s terugkijken om te zien of ze daar toevallig op staan. „Je snapt: dat haalt allemaal oude dingen naar boven.”

Directievoorzitter Johan Staes van Rabobank West-Brabant Noord wist vanaf het begin dat hij voor een lastig karwei stond. Maar alle emoties en de voortdurende media-aandacht maken het niet gemakkelijker. Het is, zegt Staes, „een race zonder bloemen aan het eind”. Onder zijn leiding voert Rabobank ruim tweeduizend gesprekken met gedupeerden. Omdat de bank zich „moreel verantwoordelijk” voelt voor de schade, worden uiteindelijk ook bedragen boven de verzekerde 45.000 euro uitgekeerd – tot opluchting van een groepje gedupeerden, onder wie Cees de Bruyn.

Een jaar na de roof heeft de Rabobank ruim 10 miljoen euro aan claims afgehandeld, en naar verwachting komt daar nog een paar miljoen bij. Van de vijfduizend kostbaarheden die op de grond werden aangetroffen, is het merendeel terug bij de eigenaar.

Garagehouder Cees de Bruyn (57) in zijn kantoor.John van Hamond

Kroatië en Turkije

Waar het geld is gebleven, blijft een raadsel. Beveiligers Agron K. en Henri van W., die nog altijd vastzitten, houden vol dat ze niets anders deden dan hun werk. Volgens hun advocaten is er voor hun betrokkenheid geen enkel hard bewijs. Tegelijk gaan er geruchten dat K. en Van W. kluisjes voor de dieven hebben klaargezet, en dat die precies wisten welke safeloketten ze moesten hebben. Er zijn niet alleen eerlijke burgers bestolen, zo zou blijken uit het feit dat de familie van een van de beveiligers na de roof door onderwereldfiguren is bedreigd.

Rabobank is van plan de schade te verhalen op de twee verdachten, zei een vertegenwoordiger donderdag in de rechtbank van Breda. Op 21 mei wordt de zaak inhoudelijk behandeld. Het OM heeft nog twee verdachten in het vizier, beiden oud-medewerkers van EBN. Ze verdwenen naar Kroatië en Turkije. Misschien wel met de miljoenenbuit van een van de laatste bankroven van de eeuw.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Hoe konden bankrovers miljoenen stelen uit een Rabobank in Oudenbosch?
U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.