Opinie

    • Michel Krielaars

Een leesstraf voor ADO-supporters

Uit ergernis over de ADO-supporters, die afgelopen weekeinde in Amsterdam de Dokwerker – het symbool van de Februaristaking van 1941 – bekladden, keek ik naar de stapel Joodse familie-geschiedenissen, die wekelijks met een paar nieuwe titels hoger wordt. Met het oog op de beperkte ruimte en de variatie in de boekenbijlage, vroeg ik me af wat ik ermee aan moest. Wekelijks zo’n geschiedenis bespreken is geen optie, dacht ik, ook omdat die verhalen in hun gruwelijkheid vaak op elkaar lijken. Een overdosis kan je zelfs murw maken voor al dat oorlogsleed. Voor je het doorhebt, ben je dan zelf een ADO-supporter, ook al heb je niets met voetbal. Wel moet je als recensent de bijzondere titels uit die boekenstapel zien te vissen.

Een van die uitschieters is The Cut Out Girl. A Story of War and Family, Lost and Found, dat vorige maand in Groot-Brittannië werd bekroond met de Costa Book of the Year Award 2018. Het is vertaald als Ver-geet-mij-niet. Over het verborgen leven van een Joods meisje. De schrijver ervan, Bart van Es (1972), is een in Oxford docerende Shakespeare-kenner, die totdat hij aan dat boek begon meer met de 15de-eeuwse Rozenoorlog ophad dan met de Tweede Wereldoorlog. Wel wist hij dat zijn grootouders tijdens de oorlog een tijdje een Joods onderduikkind, Lien de Jong, in huis hadden. Toen na de bevrijding bleek dat haar ouders door de nazi’s waren vermoord, trok het meisje opnieuw bij hen in. Lien ging naar de mulo, volgde een opleiding in de jeugdzorg, trouwde, kreeg drie kinderen, scheidde en belandde uiteindelijk in Amsterdam.

Maar er was een raadsel, want in 1988 werd het contact tussen de familie Van Es en Lien abrupt verbroken. Wat was er gebeurd? Met die vraag in zijn achterhoofd besloot Bart van Es het levensverhaal van Lien te gaan reconstrueren. Hij stuurde haar een e-mail en ging bij haar thuis op bezoek. Algauw vertelde ze hem alles wat ze nog nooit aan iemand had verteld en vond ze haar eigen leven terug.

Tijdens zijn speurtocht dook Bart van Es ook de archieven en bibliotheken in. Daar kwam de Shakespeare-en-Shylockkenner niet alleen veel interessants te weten over de geschiedenis van Joods Den Haag, waar Lien geboren werd, maar ook over de minder heldhaftige klanten van het verzet. Zo werd Lien op een later onderduikadres, in het christelijke Bennekom, door de heer des huizes regelmatig verkracht. Ook de wetteloze chaos van een onderduik kent vele gezichten.

Behalve het verhaal van Lien vertelt Bart van Es dat van zijn eigen familie en zijn gezin, waarbij hij zichzelf niet spaart. Het levert een microgeschiedenis op van verzuild Nederland met zijn naoorlogse wederopbouw, welvaartsstaat en sociale stijging. Maar het aangrijpendst is toch het verhaal van de bescheiden en sympathieke Lien, dat hij in een literaire vorm giet door tijdens haar belevenissen over haar schouders mee te kijken. Zo glijd je voor je gevoel bijna zelf weg in de natte Dordtse klei, wanneer Lien tijdens een inval van de Duitsers haar onderduikadres moet ontvluchten.

Ver-geet-mij-niet is een onmisbaar boek voor iedereen die iets van de Nederlandse mentaliteit in de oorlog wil begrijpen. De ADO-vandalen zouden het van hun bestuur voor straf moeten lezen. Als ze dan tegensputteren dat er al zoveel boeken over de oorlog zijn, dan kun je verwijzen naar Lien zelf, die daarover zegt: ‘Er zijn ook al zoveel liedjes over de liefde.’