De wielerkoers komt thuis, de lente begint

Vlaams openingsweekend Na een lange winter komt de koers thuis in Vlaanderen, met de Omloop op zaterdag en Kuurne op zondag. Het is de start van het klassiekerseizoen. Duizenden zullen aan het parcours staan, op iconische plekken in de Vlaamse Ardennen. En dat weten de coureurs.

De Tsjech Zdenek Stybar verkent in Gent het parcour van ‘de Omloop’, de start van het klassiekerseizoen in Vlaanderen.
De Tsjech Zdenek Stybar verkent in Gent het parcour van ‘de Omloop’, de start van het klassiekerseizoen in Vlaanderen.

H et gaat regenen en waaien, maar in Vlaanderen begint dit weekend de lente. Met zaterdag ‘de Omloop’ en een dag later ‘Kuurne’, eendaagsen dwars door het kloppend hart van de wielersport die het einde van de donkerte inluiden. Want als de koers thuis is, is het voorjaar begonnen.

De hunkering is groot en de buik vol van het veldrijden, het surrogaat waarmee de Vlaamse wielerfan de lange wintermaanden door is gekomen maar er niet de echte honger naar de koers mee heeft weten te stillen – wellicht ook omdat de nieuwe wereldkampioen weliswaar in België woont maar een Nederlands paspoort heeft; Mathieu van der Poel.

Er gaat de Vlaming niets boven de kasseienstroken en de heuvels met literaire namen als de Haaghoek en de Berendries, die er feitelijk alleen in maart en april toedoen als er fietsers in nauwsluitend lycra en in moordend tempo overheen jakkeren, en er de rest van het jaar bijliggen zoals je mag verwachten van een knokig landweggetje in de Vlaamse Ardennen: winderig en verlaten, slechts bereden door boeren met hun manshoge tractorwielen, een zonderlinge amateurfietser daargelaten, vaak de fanatieke man die de Belgische hindernissen wil trotseren voor een goed gevoel, waarna een welverdiende pint dat vervolmaakt.

In talloze voorbeschouwingen – in België én Nederland – wordt koortsachtig melding gemaakt van renners die in de wintermaanden indruk maakten op wegen in het Midden-Oosten, warm Europa of op het zuidelijk halfrond, maar zulke artikelen zijn veel meer bedoeld als voorpret dan dat er exacte wetenschap bij komt kijken. In het Vlaamse openingsweekend begint iedereen op nul.

Australiër Michael Matthews (vooraan) en teamgenoten. Foto David Stockman/Belga

Aanraakbare helden en tijgerbalsem

Ook de coureurs staan heus te trappelen. Weldra zullen ze weten of de pijn die ze onder de Spaanse winterzon hebben geleden voldoende is geweest voor een rol in de schijnwerpers van het voorjaar, of tenminste het uitzicht daarop. Komt bij dat ze ervan doordrongen zijn dat al die likkebaardende wielerfans weer en wind trotseren met een hart vol verwachting. Zij willen na meer dan dertig veldritten van een uurtje in een verder koersloos halfjaar weer aan den lijve ondervinden hoe een wielerwedstrijd zich als een moderne tragedie ontvouwt, bij de Omloop – voorheen met de toevoeging ‘Het Volk’ vanwege de hoofdsponsoring, de krant en de wedstrijd heten nu Het Nieuwsblad – op zaterdag te beginnen met een rendez-vous met hun aanraakbare helden in en om de wielerbaan van ’t Kuipke in Gent.

Aan de teambussen die zij aan zij staan opgesteld in een stoffige expositiehal zullen voorspellingen worden uitgewisseld – al dan niet met grove inzet – en zal hoop en vrees zich vermengen met de geur van tijgerbalsem en zweet. Er zullen handtekeningenkaartjes worden uitgedeeld en vooral de Vlaamse wielrenners zullen als lokale lievelingen hun tanden voortdurend bloot grijnzen omdat ze eindeloos op de foto moeten met fans die soms zelfs clubs voor hen hebben opgericht – compleet met vlag, muziek en logo, en ontembaar enthousiasme.

Tim Wellens, Tiesj Benoot, Sep Vanmarcke, Dylan Teuns, Jasper Stuyven, Greg Van Avermaet; mannen van de regio, en daar net buiten: Philippe Gilbert, Niki Terpstra – zij hebben hun plaats in de Vlaamse annalen al lang verdiend en zijn razend populair, bovendien kansrijk voor de winst op zaterdag. Wat te denken van de gespierde schouders waarop misschien wel de meeste prestatiedruk rust, die van Wout van Aert, grootheid in wording, zolang een zekere Van der Poel die rol niet opeist. Tot een duel der giganten komt het pas op 31 maart, in de klassieker Gent-Wevelgem.

Lees ook de column van Hugo Camps, die reikhalzend uitkijkt naar de voorjaarsklassiekers

Een processie en ritmisch geklik

Even voor het zaterdagse middaguur zal een processie in kalm tempo maar onder carnavalesk gejoel op gang komen aan de Gentse Emile Clauslaan, voorafgegaan door ritmisch geklik van wielerschoenen in dito pedalen. Zeven kilometer van neutrale koers maar verraderlijk positiespel, en dan gaat het spektakel officieel van start met het driftig vlaggenzwaaien van een koersdirecteur die uit het dak van een voor de gelegenheid minutieus opgepoetste auto hangt. Het voorjaar is echt begonnen.

Gelukzoekers zullen op de pedalen gaan staan, trappen al in het vuurrood met nog de afstand van Amsterdam tot Maastricht voor de wielen, in de weinig hoopgevende wetenschap dat een peloton met 175 renners die één voor één hun wielerjaar onvergetelijk willen beginnen hen als aangeschoten wild zal opjagen en al te pakken zal hebben als zoiets ongrijpbaars als ‘de finale’ begint, meestal op pakweg een uur fietsen van de finishlijn. Dit keer is de streep voor het eerst getrokken in Ninove, op de Onderwijslaan.

Mike Teunissen (links), Taco van der Hoorn (rechts) en teamgenoten. Foto David Stockman/Belga

Speeksel en vleesgeworden groeven

De jaarlijks terugkerende verwachting is dat dán de koers ontploft. Als er renners gaan versnellen, en ploeggenoten de achtervolging verstoren, als achteraan de zwakke broeders er één voor één af waaien.

De wereldberoemd geworden Muur van Geraardsbergen – decor van menig aanval als laatste hindernis voor het einde – ligt zaterdag op nog geen 17 kilometer van Ninove. De Muur, een kasseienweg die voert naar een fotogenieke Kapel van Onze-Lieve-Vrouw, is verworden tot een bedevaartsoord waar wielrenners heilig worden verklaard als ze de heuvel met stijgingspercentages tot in de dubbele cijfers om het hardst omhoog rijden en daarna vooruit blijven. Tientallen renners deden dat in de belangrijkste eendaagse van de kalender, in de Ronde van Vlaanderen. Ziedaar nog een reden waarom het ganse land uitloopt voor de Omloop: het is de miniatuurversie van wat de hoogmis van het wielrennen is gaan heten. Over voorpret gesproken.

Sommigen fietsen zich in de opening van het wielerseizoen het speeksel op de kin enkel omdat een sponsor op het tricot er baat bij heeft dat thuisblijvers voor de buis zien dat hun koffiemerk hip is, dat er bij dat reisbureau het best een vakantie geboekt kan worden, dat je voor je levensmiddelen moet zijn bij de supermarkt die geassocieerd kan worden met sporten, presteren en gezond leven.

Men wil en men krijgt een ellenlange strijd van mens tot mens door oer-Vlaams landschap, tot er voor de 74ste keer een winnaar en voor de veertiende keer een winnares over de finish rolt, de grimas in diepe groeven op het gelaat gebeiteld – het denderen over de kinderkopjes zal vlezige sporen nalaten, en Vlaanderen zal smullen van dat sportieve martelaarschap.

Lees ook de reportage van ‘de Omloop’ van 2018: Vlaanderen is een klassiekerheld rijker

Voicerecorders en snotneuzen

Nog op de Onderwijslaan zullen voicerecorders pal onder snotneuzen worden gehouden, en moeten winnaar en verliezer maar meteen zien te reflecteren, vaak amper in de gelegenheid gesteld een paar keer diep te zuchten, een fles sportdrank met stroperige herstelformule tot zich te nemen, of een jasje om het dampende en uitgeknepen lichaam te slaan.

Hoeveel van die 175 verhalen zullen de kranten halen? Laat het al met al 10 procent zijn. De rest doucht zich af in desillusie, eet in de anonimiteit van de teambus, en moet weldra weer.

Want een dag later begint het feest opnieuw, zij het met een ietwat andere intensiteit. Zondag is de kop er reeds af, en in Kuurne-Brussel-Kuurne loopt het doorgaans uit op een duel tussen de sprinters, vanwege het vlakkere parcours. Het kijkplezier zit ’m in de laatste seconden. Grote kans dat een potige Nederlander die race gaat winnen, want ’s lands beste sprinters staan tegenover elkaar; Fabio Jakobsen en Dylan Groenewegen. Maar ook de Italiaan Matteo Trentin kan lekker sprinten.

Dat als opmaat van een wielerjaar dat nog duurt tot half oktober, als de bladeren vallen, en het gaat regenen en waaien.