Recensie

Recensie

De ‘oude’ Amerikaanse kranten gaan maar niet ten onder

Journalistiek De snelle verbreiding van mobiel internet, de bereidheid om voor online nieuws te betalen én Trump deden de ‘oude’ kranten goed, zo schrijft Jill Abramson, oud-hoofdredacteur van de NYT.

De nieuwsredactie van Buzzfeed op het hoofdkantoor van het internetmediabedrijf New York.
De nieuwsredactie van Buzzfeed op het hoofdkantoor van het internetmediabedrijf New York. Foto Drew Angerer/Getty Images

Plagiaat, of een beschuldiging ervan, kan de promotie van een boek in één keer onderuit halen. Het overkwam Jill Abramson, oud-hoofdredacteur van The New York Times (2011-2014), die een lijvige reportage schreef over oude en nieuwe media. In de ruim vijfhonderd pagina’s van dat boek ontdekte een auteur van Vice (dat kritisch onderwerp is van het boek) al snel enkele passages die zonder bronvermelding waren geput uit zijn en andermans werk. Al toen de drukproeven circuleerden stak een kleine storm op over feitelijke onjuistheden in de tekst – vaak ook opgesnord door redacteuren van Vice . Resultaat: schandaal. Abramson is een broddelaar en onversneden ‘plagiator’, heet het nu, en daarmee lijkt de inhoud van haar boek achter de horizon verdwenen.

Dat zou jammer zijn. Abramson putte onterecht, met slechts kleine aanpassingen, uit andermans werk. Het gaat daarbij – tot nu toe – om een handvol vooral feitelijke passages zonder voetnoot (het boek telt er 419). Slordig op zijn minst – en verwijtbaar – al is het nog iets anders dan het jatten van hele pagina’s of van ‘mooie zinnetjes’, geestige formuleringen of originele inzichten. Haar boek blijft intussen lezenswaardiger dan de meeste somnifore dissertaties, kwantitatieve onderzoeken of juist alarmistische pamfletten op de markt voor mediaboeken.

In Merchants of Truth onderzoekt Abramson de crisis in de Amerikaanse media, geïnspireerd door David Halberstams narratieve mediageschiedenis The Powers That Be (1979) (ze hanteert gelukkig niet zijn snoeverige stijl). Ze doet dat aan de hand van de lotgevallen van vier bedrijven: haar eigen NYT, The Washington Post en twee digitale nieuwkomers die de boel de afgelopen tien jaar op stelten zetten: BuzzFeed, dat nieuws lardeerde met leuke weetjes over dieren en kinderen, en Vice, dat een feestcultuur van seks, drugs en rock ‘n’ roll cultiveerde. Beide nieuwkomers leken de heilige graal te vinden waar vergrijzende kranten hopeloos naar op zoek waren: online journalistiek die adverteerders trekt én de jeugd bereikt, de klanten van morgen.

Gestoorde persoonlijkheden

De lezer ontmoet zo een parade van vertwijfelde, gedreven, flamboyante en gestoorde persoonlijkheden, in burelen waar afwisselend het angstzweet, de alcohol en dalende aandelen van de muren druipen. Er tekent zich een frappante, dubbele omkering van rollen af. Eerst worden de kranten, al sinds de jaren negentig verlamd door dalende oplagen, compleet verrast door de digitale nieuwlichters die scoren met video, podcasts en andere online middelen. De dagen van de ‘dode bomen’ lijken geteld. Maar sinds enkele jaren zijn de rollen opnieuw omgedraaid: de NYT en de Post hebben een levensvatbaar online abonnementenmodel gevonden en hun zelfvertrouwen herwonnen. Ze groeien zelfs weer. Nu zijn het de jonge hemelbestormers van weleer die klappen krijgen: BuzzFeed moest al honderden redacteuren ontslaan; Vice is, met dank aan een ontspoorde redactiecultuur, meegesleurd in de maalstroom van #MeToo-berichtgeving.

Abramsons hart ligt overduidelijk bij de klassieke krantenwereld, die van Watergate en All the President’s Men, en dat geeft haar boek een traditionele inslag; het idee dat nieuwe media geen ‘echte’ journalistiek bedrijven, is nooit ver weg. Toch schaart ze óók BuzzFeed en Vice onder de media die (soms) ‘kwaliteitsnieuws’ brengen. BuzzFeed krijgt een pluim omdat het Trumps aantrekkingskracht al zag toen gevestigde media hem nog afdeden als een excentrieke clown (dat wás juist zijn kracht). Ze steunt ook de veel bekritiseerde publicatie door Buzzfeed van het ongeverifieerde rapport van een Britse inlichtingenman over Trumps Russische connecties en vermeende seksuele acrobatiek in Moskou.

Voor de branie van Vice, dat slecht betaalde freelancers zonder training, of verzekering naar brandhaarden stuurde, heeft Abramson minder goede woorden over. Al krijgt ook dat merk lof, voor de scoop van een indringende video-reportage over de gewelddadige neonazi-demonstratie in Charlottesville (in twee weken tijd 50 miljoen keer bekeken).

Hoe overleefden de oude kranten? Nuchter antwoord: de meeste overleefden niet. Honderden Amerikaanse kranten zijn kopje onder gegaan. Sinds 1990 is 65 procent van de banen bij Amerikaanse kranten verdwenen. Maar de Titanics die het onderwerp zijn van Abramsons boek wilden maar niet zinken.

De Trump-bump

Een sleutelrol daarbij speelde de snelle verbreiding van mobiel internet en ten langen leste de bereidheid van burgers om voor online nieuws te betalen. En natuurlijk: Trump. De achtbaan waarin Amerika sinds zijn komst is beland, veroorzaakte een explosie van het aantal online bezoekers en abonnees: de Trump-bump. De grote kranten zijn zich met journalistiek én commercieel succes gaan opwerpen als hoeders van democratie en vrijheid.

Tot slot zijn er de eigenaren, uitgevers en hoofdredacteuren die op de tijdgeest inspeelden en hun kansen wisten te grijpen. Amazon-topman Jeff Bezos kocht de kapseizende Post en benoemde een nieuwe hoofdredacteur, de krant trok honderden journalisten aan. Bij de NYT, gestut door een miljoeneninvestering van een Mexicaanse miljardair, rolden koppen. Ook die van Abramson, de eerste vrouwelijke hoofdredacteur van de krant, die bleef hameren op de klassieke koers. Een veelbesproken Innovatie Rapport zag zij als een bedreiging van de redactionele onafhankelijkheid. Toen ze eigenmachtig een geestverwant aantrok om de krant online in juiste banen te leiden, barstte de bom.

Abramson suggereert dat behalve haar eigen koppigheid ook seksisme een rol speelde in haar val (ze kreeg al minder betaald dan haar voorgangers) en vereffent en passant een paar rekeningen. De uitgever die haar ontsloeg komt naar voren als maar half competent, haar opvolger Dean Baquet als een ellenbogenwerker.

Hoe goed is dit boek als analyse van de moderne media? Verslag doen kan Abramson, en dat betaalt zich uit, ondanks de beschuldigingen van plagiaat. Analyseren doet ze met mate en dat is de zwakte van haar boek. Zo bewondert ze terecht de imposante en vasthoudende berichtgeving van de NYT over Trump, maar bekritiseert ze tegelijk het oprukken van opiniërende koppen en frasen in de krant (een passage waar rechtse media bovenop zijn gesprongen om het gelijk van Trump over de krant te onderstrepen). Ze looft de herrezen Post, maar stelt tegelijk vast dat die partijdiger is geworden. De vraag is of het een kan zonder het ander. Kunnen kranten overleven in deze ‘gevaarlijke ‘tijden’ zonder zich scherper ideologisch te profileren?

Merchants of Truth heeft een open einde. De wederopstanding van deze twee grote kranten is bemoedigend voor iedereen die professionele journalistiek een warm hart toedraagt. Maar de kaalslag tussen de kusten, waar ‘nieuwswoestijnen’ zijn ontstaan, belooft weinig goeds voor de kloof tussen het ‘weldenkende’ deel van het land en de fly over states ertussen, de bakermat van Trump. De waarheid zal tussen die twee polen bevochten blijven worden.