‘De hele buurt betaalde mee’

Rotterdammers van betekenis die toch niet zo vaak in de krant staan. Hoe ziet hún stad eruit? Deze week: Petra Verheij.

Waarom doet u wat u doet?

„Vier jaar geleden werkte ik nog als freelance woordvoerder. Ik ben mijn kinderboekwinkel en koffiecafé, Ver van Hier, begonnen omdat ik in de buurt een plek miste waar je ’s ochtends vroeg, na het naar school brengen van de kinderen, een kop koffie kon drinken en je laptop kon openklappen.

„Daarnaast verbaasde ik me er over dat er in een grote stad als Rotterdam maar één gespecialiseerde kinderboekwinkel was. Ik ben zelf opgegroeid in de Alblasserwaard en mijn moeder dropte me tijdens het boodschappen doen vaak in een kinderboekwinkel in Gorinchem. Dat was voor mij een Walhalla.”

Wat lukt wel en wat lukt niet?

„Het bijzondere aan Ver van Hier en wijnbar De Avonden aan de overkant is dat ze beide tot stand zijn gekomen met crowdfunding uit de buurt. Voor Ver van Hier haalde ik geld op bij 117 mensen. De bedragen varieerde van een paar tientjes tot 17.000 euro. De bank waar ik had aangeklopt voor een lening was eerst heel enthousiast, maar zei uiteindelijk ‘nee’, omdat ze niet geloofden dat ik het startkapitaal van 45.000 euro zou ophalen. Maar de teller stond uiteindelijk op 56.000 euro en daarnaast leende ik geld van mijn familie. De wijnbar is volledig gefinancierd met crowdfunding, door tien buurtbewoners die ieder 10.000 euro investeerden.

„Je moet als startende ondernemer veel doorzittingsvermogen hebben. Soms zijn er bureaucratische hindernissen, daar moet je je niet door uit het veld laten slaan. Zo wilde de Gebiedscommissie eerst geen alcoholvergunning geven voor het pand waarin ik de wijnbar wilde vestigen. Ik heb 350 handtekeningen opgehaald van buurtgenoten die mij steunden. Zo is het uiteindelijk toch gelukt.

„Ik weet zeker dat mijn twee zaken de buurt vooruit hebben geholpen. Er was jarenlang veel leegstand in de winkelpanden op de Kleiweg, maar nu zijn er leuke kledingboetiekjes en andere zaken bijgekomen. De huizenprijzen zijn enorm gestegen. Ik denk wel eens: ik zou aan elke makelaar een percentage van de winst moeten vragen.”

Waarom woont u in Rotterdam?

„Ik kwam in in 1995 in Rotterdam wonen, toen ik 22 jaar was en communicatie ging studeren aan de HEAO. Rotterdam paste gewoon, ik houd van het rauwe van deze stad. In die tijd woonde ik anti-kraak in een scheefgezakt pand vol scheuren aan de Zaagmolenstraat. Het was een chaotische, deprimerende plek, waar mensen werden doodgeschoten op straat. Maar ik uit het raam keek zag ik café De Toekomst. Ik moet nog altijd lachen als ik die neonletters zie.

„Later ging ik met mijn gezin wonen in een bovenhuis aan het Pijnackerplein. Het is me verschillende keren overkomen dat ik de kinderen naar boven bracht en als ik dan weer op het plein kwam waren de driewielers verdwenen. Dat begon op den duur te irriteren. Bij mijn derde kind ben ik verhuisd naar het Kleiwegkwartier, dit is toch een iets rustigere buurt. Ik moest wel wennen. Op het Pijnackerplein zaten wij bij het eerste zonnestraaltje met zijn allen thee te drinken op het plein terwijl de kinderen op straat speelden. In het Kleiwegkwartier trekt iedereen zich terug in zijn achtertuin.”

Wat is onbegrijpelijk aan deze stad?

„Het college wil graag alle groepen in de stad houden, ook de hogere inkomens. Dan moet je iets bieden voor jonge mensen die hier studeren. Maar net is weer de stekker getrokken uit het plan voor een grote danceclub. Dat vind ik onbegrijpelijk, dat er zo weinig vertrouwen wordt getoond in nieuwe initiatieven en alles dichtgetimmerd is met regels.”

Wat is uw geheime tip in Rotterdam?

„Ik heb er twee. Brouwerij Noordt, een verborgen plek aan de Zaagmolenkade. Het biermerk wordt steeds bekender, maar weinig mensen weten dat je de brouwerij kunt bezoeken. Ze organiseren proeverijen en rondleidingen. Mijn tweede tip is Belevenisboerderij Schieveen, een samenwerking van Natuurmonumenten en een echtpaar dat schapen houdt. Een plek voor lammetjes, varkens en smerige kinderen.”