Opinie

    • Jeroen Geurts

De dwarse verbinder

Vorige maand sprak professor Ysbrand van der Werf zijn inaugurele rede uit in een overvolle VU-aula. Hij is hoogleraar op onze afdeling geworden en ik ben supertrots. Extra trots misschien omdat hij een dwarsdenker is. Waar hoogleraren traditioneel sterk de diepte ingaan en wereld-mega-expert worden op één molecuul of één eiwit of in het beste geval één ziekte, wappert Ysbrand uit naar de breedte. Hij weet veel van slaapstoornissen, maar ook van de ziekte van Parkinson en van psychiatrische ziektebeelden. Hij beheerst allerlei moderne technieken zoals transcraniële magnetische stimulatie, waarmee je hersenactiviteit kunt ‘sturen’. Maar hij staat ook gewoon in de snijzaal anatomieles te geven. Hij weet van netwerkanalyses, van neuropsychologisch onderzoek. Een echte homo universalis.

Ik vind dat allemaal heel verstandig. Ik heb die breedte zelfs aangemoedigd. Als mensen vroegen: „Maar wat doet hij nou eigenlijk? Wat is zijn specialisme?” dan zei ik met overtuiging dat hij ‘alles’ doet. Dat snappen mensen natuurlijk niet, want hoe garandeer je dan kwaliteit? Eén persoon kan toch onmogelijk alles weten? Nee, Ysbrand weet ook niet alles. Maar hij overziet het veld. En daar gaat het om. Bij de lofrede na zijn lezing flapte ik eruit: „We hebben al genoeg superspecialisten. De uitdaging van de 21ste eeuw ligt in de verbinding van al die kennis.” Ik zag bij het cortège hoogleraren een paar wenkbrauwen rijzen. Wil Geurts geen specialisten meer? Jawel, maar ik wil ook méér generalisten. We horen altijd dat er meer geld naar de wetenschap moet, voor nóg meer diepte en detail. Dat snap ik wel, maar tegelijkertijd denk ik dat we veel laten liggen als we niet beter aandacht besteden aan het verbinden van al die kennis.

Hoogspecialistisch taaltje

Op medische congressen spreken mensen een hoogspecialistisch taaltje. „We zien een glutamaatexcitotoxiciteit-gemedieerde ablatie van myeline als gevolg van calcium ophoping in normaal-ogende witte stof.” En: „Er is geen aankleuring meer op MRI, maar de patiënt gaat alsnog achteruit.” In dit specifieke voorbeeld hebben de glutamaatmensen die aan menselijke weefsels werken in het lab (maar nooit aan een patiënt) daadwerkelijk een cruciaal stukje informatie voor de mensen die patiënten zien (en nooit een lab). Maar of ze dat van elkaar weten? Er zijn tienduizenden nieuwe resultaten op zo’n congres en het specialistische niveau is zodanig hoog dat onderzoekers elkaars werk vaak niet begrijpen. De neurowetenschap wordt steeds technischer, steeds ingewikkelder. Het is geen wonder dat er steeds meer belang wordt gehecht aan het woord ‘translationeel’ in ons vak. Er moet vertaald worden! Hard!

In mijn andere werk als voorzitter van medisch-onderzoekfinancier ZonMw kom ik hetzelfde tegen, maar dan voor de Nederlandse zorg. Er werken hordes mensen in de zorg; allemaal vanuit een bepaald perspectief of specialisme, allemaal verenigd in koepelorganisaties die de vereniging van dit, de federatie van dat en de stuurgroep van zus of zo heten. Ze willen allemaal het beste voor de patiënt, maar het veld is zo complex geworden dat de verschillende spelers elkaar lang niet altijd vinden. Zo is ZonMw over de jaren naast financier ook makelaar van de zorg geworden: we verbinden mensen die ideeën in de aanbieding hebben aan mensen die deze willen ‘kopen’. In de hoop dat innovatie sneller in de spreekkamer terechtkomt.

Disciplinaire hekjes

Verbinding. Hét buzzwoord van nu. Echt hoor, het lijkt zo vanzelfsprekend, maar in de praktijk ligt het hartstikke moeilijk. Mensen beginnen met wroeten en onderzoeken en langzamerhand wordt een werkveld (zoals de Nederlandse zorg of een deelgebied van de wetenschap) steeds groter en complexer. Langzaamaan verlies je elkaar. Gelukkig is er af en toe een Ysbrand die over de disciplinaire hekjes wil kijken; die een gemeenschappelijk thema herkent. Die zich realiseert dat als je de verschillende resultaten op een cruciaal punt aan elkaar knoopt, het geheel meer wordt dan de som der delen. Dan wordt dat geheel nog efficiënter ook. (Meer geld voor de wetenschap!)

Ik zou graag eens de spreekwoordelijke kaarten schudden: hebben we niet al een deel van de oplossing liggen voor al die dementieën, kankers en verkalkte aderen die we gaan krijgen als straks iedereen honderd wordt? Kunnen we de plastics niet al grotendeels uit de oceanen en uit onze bloedbaan vissen? Kunnen we niet nu al uit de voeten met het toenemende conflict binnen de samenleving? Zomaar een paar vragen; niet de minste. Hoeveel kennis ligt er op de plank zonder dat we het weten? We hebben de Nationale Wetenschapsagenda. Dat is uitstekend. De hartchirurg werkt samen met de gezondheidseconoom en met de ethicus. De techneut met de classicus en de psycholoog. De Agenda vraagt om integratie van onze kennis rondom grote maatschappelijke problemen. Maar hebben we wel mensen die deze integratie kunnen realiseren? De maatschappij schreeuwt om generalistische verbinders die de taal van velen spreken. Dat is een heel nieuwe competentie. En best een ingewikkelde. Iemand moet ze opleiden de komende jaren.

Ysbrand krijgt het druk.

Jeroen Geurts is hoogleraar translationele neurowetenschappen aan het Amsterdam UMC, locatie VUmc.
    • Jeroen Geurts