Opinie

De Beulse

Hugo Camps

Klassiekers lijken voor Nederlandse renners en wielerliefhebbers tweederangs. Zelfs de eigen Amstel Gold Race ontketent weinig nationaal gevoel. De paukenslag van het Nederlandse cyclisme is gereserveerd voor grote rondes en etappewedstrijden. Een lichte vorm van hoogmoed.

Alleen Niki Terpstra maakt van de voorjaarsklassiekers af en toe een Hollands feestje. Terwijl kasseistroken en venijnige hellingen, het eindeloze draaien en keren in Nederland tot de plattegrond van het bestaan horen. Het landschap als DNA van de mens.

Het is alweer elf jaar geleden dat Sebastian Langeveld de openingsklassieker Omloop Het Nieuwsblad won. In guur weer, met slagregens en felle windstoten kwam hij verkleumd over de meet, te uitgeput om nog omstandig te juichen. De Omloop is nochtans gesneden op de maat van Nederlandse tempobeulen. Zij zijn bestand tegen kou en regen. Maar de ambitie is er niet meer. Alleen in meerdagenwedstrijden verheffen Nederlandse renners zich nog eens uit het zadel. Voor eendagsvliegen halen ze de neus op, terwijl er een historisch precedent is. Onder anderen Jan Raas verslond de klassiekers als waren ze de amuse gueule voor hongerlijers. De Primavera, de Ronde of Roubaix, Raas cs. kregen er niet genoeg van. Zelfs Tourwinnaar Joop Zoetemelk reed zich het schompes in klassiekers.

De Belgische voorjaarskoersen spreken het meest tot de verbeelding van noorderlingen. Het is fietsen tegen de elementen in en nergens is de koers zo feestelijk ingebed met folklore en bijgeloof. Dagen voor de Omloop wapperen de vlaggen langs gevels tussen Gent en Ninove. Dagen voor de Omloop stromen de hotelletjes vol met wielertoeristen die zich Greg Van Avermaet wanen. Er is bier en eten in overvloed, en dolle gelukzaligheid maakt zich meester van het gemeen. Een dag na de Omloop is er Kuurne-Brussel-Kuurne en ook daar wordt des duivels gekoerst met wind tegen. Een rillerige bende.

Talloos zijn de renners die gebronzeerd aan de start van de Omloop komen. Ze hebben zich de voorbije weken door de zon laten strelen, van Down Under tot de Emiraten, Andalusië en de Algarve. Ze reden in korte mouwen en met open shirt en er kwam geen spat op de witte sokjes. Nu dan de Omloop waar gure winden razen en slijk de gezichten van de renners tatoeëert. Waar wrakken van renners met een warmwaterkruikje onder het tricot de bus inkruipen. Iemand van de ploeg, verzorger of mecanicien, moet hun vingers warm blazen. De prijs van ontbering presenteert zich cash.

Het zal geen sprinter zijn die de Omloop of Kuurne wint. In de Vlaamse Ardennen volgen moordende hellingen elkaar op, met de Muur als prehistorische cleaning. Alleen maar kasseien, van onder tot boven met niet één zoemende asfaltstrook. Verder landwegeltjes voor kinderfietsen. Tim Wellens liet zich deze week ontvallen: „Mocht ik hier komen trainen dan zou ik zonder hulp niet van helling naar helling kunnen rijden.”

Geen armada kan de Omloop gesloten houden. Op 100 km van de finish spat de meute uiteen en volgt een cascade van demarrages. Alleen oersterke beulen maken een kans. Van de oude garde zijn dat Philippe Gilbert en Greg Van Avermaet, maar ook Naesen, Valgren en Vanmarcke zullen zich roeren. De strijd tussen de ouwe hap en opstomend talent als Tiesj Benoot, Tim Wellens en Jasper Stuyven heeft de generatiewissel als inzet.

Nee, een slaapkoers wordt het niet.

De Omloop beëindigt, ruig en dwingend, de stille paniek van de winter.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.

Lees ook: De wielerkoers komt thuis, de lente begint