Opinie

De bachelor Nederlands is niet langer relevant

De studie Nederlands moet drastisch op de schop, stelt . De opleiding is goed, maar gaat ten onder aan verkeerde beeldvorming, meent . Een twistgesprek onder leiding van .

Vijf. Slechts vijf studenten schreven zich dit jaar bij de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) in voor de bachelor Nederlandse literatuur. Het deed de VU besluiten de bachelor te schrappen: normaal staken studenten hun studie, ditmaal stopt de studie voor studenten. Volgens de VU is het niet meer rendabel om voor vijf studenten evenzoveel medewerkers in dienst te hebben. De teruglopende aanmeldingen passen in een bredere tendens: er is sprake van ontlezing en er is een ernstig tekort aan docenten Nederlands op middelbare scholen.

Het schrappen van de bachelor Nederlands is geen drama, meent neerlandicus Christiaan Weijts. Dat is het wel, betoogt hoogleraar Nederlands Marc van Oostendorp. De stelling van dit twistgesprek: de bachelor Nederlands is niet langer relevant.

CW is Christiaan Weijts, MO is Marc van Oostendorp.

CW: „De bachelor Nederlands moet veranderen om relevant te blijven. Het is een symptoom dat de VU de bachelor stopt . Heel dramatisch vind ik dat niet, zolang elke universiteitsstad een opleiding Nederlands heeft. Een universiteit is geen bedrijf, maar hoelang moet je opleidingen overeind houden? Als er nog één student is? En bij nul studenten? Een taal als Zweeds of Fins kun je ook niet aan elke universiteit volgen. Specialisatie is niet per se verkeerd. ”

MO: „Is het erg als er vijf opleidingen Nederlands zijn in plaats van zes? Rekenkundig niet; maar dan is het straks ook niet erg als er vier zijn in plaats van vijf. Dat moeten we als eerste uit de weg ruimen, denk ik: dat rekenkundige argumenten hier een rol spelen. Als er te weinig studenten zijn, kun je ook actiever gaan werven.”

CW: „Misschien moeten we erkennen dat de opleiding in de huidige vorm niet aantrekkelijk genoeg is, en de opleiding dus veranderen. Ik studeerde Nederlands tussen 1994 en 1999, maar raakte pas in mijn element toen ik Algemene Literatuurwetenschap erbij ging doen. Een verademing. Ineens die hele wereldliteratuur kunnen bestuderen, met al die perspectieven op literatuur. Een monodisciplinaire aanpak, met alléén de Nederlandse literatuur, kan benauwend zijn. Misschien moet zo’n bachelor Nederlandse literatuur opengegooid worden, naar literatuur in de internationale breedte.”

MO: „Hier zijn we het eens: het is beter de opleiding te veranderen dan haar op te heffen. Het problematische tekort aan universitair opgeleide leraren Nederlands los je niet bepaald op door studies te sluiten. Dat de opleiding aantrekkelijker gemaakt kan worden – internationaler, rijker, boeiender, is duidelijk, en er wordt in alle vijf nog overblijvende opleidingen aan gewerkt. Heb jij suggesties?”

CW: „In Leiden gaat het minder dramatisch, daar zijn zelfs meer studenten gekomen. Ik meen door het internationale perspectief, met allerlei minoren, en omdat er een sterke component ‘media’ in vervlochten zit. Die miste ik zelf wel. De wereld verandert, en als universiteit kun je je niet kloosterachtig opstellen en een renaissancistisch ideaal overeind proberen te houden als daar geen klandizie voor is.”

MO: „Ook in Nijmegen, mijn universiteit, zijn de aantallen het afgelopen jaar gestegen, en wij bieden juist een klassiek programma aan. Dat bevalt onze studenten kennelijk goed. Ik vermoed echter dat de meeste studenten niet op die inhoudelijke gronden kiezen . Belangrijker is denk ik het beroepsperspectief. Neerlandici vinden moeiteloos een baan. Toch kiezen leerlingen voor massastudies waarin de kans op werk geringer is, maar de banen sexyer klinken (‘consultant’).”

CW: „ Ik ging als énige van mijn eindexamenklas Nederlands studeren. De rest is ongetwijfeld rijker geworden als chirurg of consultant. Het probleem met de studie Nederlands draait om een grotere verandering: de verminderde aandacht voor geschreven cultuur, voor verhalen. Als je nu Nederlands op de middelbare school krijgt, krijg je een vak vol tekstverklaring en communicatie; de literatuur hangt er maar wat bij. Terwijl die literatuur nu juist het spannende is. Maar ik vrees dat veel docenten er niet zo mee bezig zijn, of er geen ruimte voor krijgen in hun curriculum. Toch is juist een groter aandeel literatuur in de klas nodig.”

MO: „Zeker, daarover is vrijwel iedereen het eens: meer literatuur, maar ook meer aandacht voor hoe taal werkt. De laatste jaren hebben collega’s van universiteiten met leraren van middelbare scholen samengewerkt om dat te bereiken. Het gaat traag, het gaat stroperig, er is altijd weerstand. En het effect op de instroom komt later – maar hopelijk komt het .”

CW: „Misschien hoeven niet alle aspecten volledig binnen een opleiding Nederlands te vallen. Literatuur is in de eerste plaats een kunstvorm. Ik zou me een opleiding kunstgeschiedenis kunnen voorstellen waarin beeldende kunst, muziek en literatuur in samenhang wordt bestudeerd. Dat zou ook op de middelbare school kunnen. Naar mijn smaak zitten universiteiten en scholen nog teveel vast aan hun monodisciplinaire verkokering.”

MO: „De neerlandistiek is niet monodisciplinair, hè. Het is niet alléén maar een kunstvak en bestaat niet alléén uit literatuur. De kracht van ons vak is dat je heden en verleden van de taal bestudeert, én de literatuur. Dat je leert je moedertaal door en door te begrijpen, soms op een bèta-achtige manier. En dat studenten dan zien hoe mensen taal tot kunst maken .”

CW: „Maar we constateren dat minder studenten Nederlands willen studeren, het nut er niet van inzien of er geen zinnig arbeidsmarktperspectief in denken te vinden. De wereld verandert, en universiteiten moeten mee bewegen om geen archaïsch reservaat te worden. Een flinke dosis journalistiek en media, vakken als redactie en uitgeverij: daarmee laat je zien dat er meer mogelijk is dan leraar Nederlands of de saaie neerlandicus zoals we die uit Van Kooten & De Bie-karikaturen kennen.”

MO: „Het probleem is eerder beeldvorming dan inhoud. De saaie neerlandicus van Van Kooten & De Bie heb ik nooit op enige universiteit ontmoet. Aan álle opleidingen Nederlands worden mensen opgeleid om in de media te werken, om in het literaire bedrijf te werken of in de wetenschap. Vrijwel alle afgestudeerden vinden goede banen, in het onderwijs en ver daarbuiten. Het komt goed, als we de kans krijgen dat te laten zien; als we iets kunnen veranderen aan het beeld dat alleen rekenkundige modellen tellen.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.