Dat laatste jaar voelde als een eerste liefde

Van geluk gesproken Coen Verbraak interviewt mensen over geluk. En over hoe dat soms naadloos verweven kan zijn met ongeluk. Deze keer: gepensioneerd chirurg Erik Heineman verloor zijn vrouw.

Illustratie Martien ter Veen

Hij telt haar dood nog in dagen. Vijftig dagen is zijn vrouw Simone nu weg, rekent Erik Heineman (66) voor. En als hij hier in zijn eentje aan de keukentafel zit, verwacht hij nog steeds dat hij zodadelijk de voordeur zal horen. En dat ze dan zomaar zal binnenlopen. „Want ze is nog zo dichtbij.”

Hij weet nog dat hij haar ontmoette, begin jaren zeventig aan de rand van het Paterwoldse meer. Hij was student geneeskunde, zij werkte als kinderfysiotherapeut. Het werd het begin van vijfenveertig jaar samen. Drie kinderen kregen ze, en vijf kleinkinderen. „We hadden een heel mooi leven samen.” In oktober 2017 gebeurde er iets vreemds. Hun dochter Heike had een huis gekocht. „Simone was aan het schoonmaken , toen ze een raar gevoel in haar mond en haar rechterarm kreeg.” Heineman – gepensioneerd chirurg en jarenlang hoofd Heelkunde van het UMC Groningen – legde verband met de hersenbloeding die Simone in 1994 had. Toen moest ze met grote spoed geopereerd worden. Het zou heel goed kunnen dat dat litteken in haar hoofd nu opspeelde, dacht hij. In december werd een MRI-scan gemaakt. Slecht nieuws: er zat een grote tumor in haar hoofd , die volstrekt inoperabel was. De prognose was dramatisch: hooguit achttien maanden. Chemo en bestraling zouden misschien zes maanden respijt opleveren. „Simone overwoog ‘nee’ te zeggen. Maar onze dochters waren allebei net zwanger. Ze wilde heel graag die kleintjes nog zien.” Ze werd in het begin doodziek van de behandeling. Maar na een paar weken knapte ze op . Ze trokken er zelfs weer samen op uit. Kijk, hier heeft hij het fotoboek van hun weekje naar Texel, in april vorig jaar. Daar loopt Simone op het strand, steunend op een stok. „Prachtig , hè?”, zegt hij. Daarna zijn ze gaan varen met een bootje, bijna 500 kilometer over alle grote rivieren van Nederland. „Zij genoot intens.” Op de dijk bij Uithoorn zagen ze een man op een soort tandem, met voorop een ligfiets. „ Ik heb er direct een gekocht. Hebben we samen nog 1.200 kilometer door Nederland gefietst. Het klinkt gek, maar dat waren zulke gelukkige dagen. Dat is het bijzondere: Simone heeft geen ziekbed gehad. Ondanks die tumor is ze nooit bedlegerig geworden.”

Of hij tijdens die periode een voorsprong had omdat hij zelf dokter is? Hij schudt het hoofd. „Helemaal niet. De enige voorsprong die ik had was dat ik met háár getrouwd was. Simone heeft zich nooit tegen haar ziekte verzet. De eerste week zei ze soms: ‘Dit is niet eerlijk, ik ben pas 67’. Daarna heeft ze dat verzet losgelaten en ontstond er ruimte. Die zette ze om in totale aandacht voor haar omgeving. Het leek hier soms wel een bedevaartsoord. Mensen kwamen graag. Die intense aandacht is gebleven tot het eind, ook toen ze niet meer kon spreken. Het mooie aan Simone was haar karakter. Het glas was altijd halfvol, tot het tegendeel bewezen was. En dan pakte ze gewoon een kleiner glas. Tot het einde is ze iemand gebleven aan wie iedereen zich graag wilde warmen.”

Net een Siamese tweeling

„Op een dag zei ze tegen me: ‘Mag ik de knoop in je zakdoek zijn?’ Dat vond ik zo mooi. Het stond voor totale overgave. Voor mij was het de ultieme liefdesverklaring. Het was een geluk bij een ongeluk dat ik net was afgezwaaid bij het ziekenhuis. Ik was vrij man, kon voltijds mantelzorger zijn. Dat laatste jaar voelde als een eerste liefde. We hebben regelmatig tegen elkaar gezegd: dit is het mooiste jaar van al die tijd samen. Geen enkele ruis, geen onnodige afleiding. We waren net een Siamese tweeling. Ze kon op het eind niks meer zelf. Alleen nog maar zitten en kijken. Maar wat blééf ze mooi en krachtig van geest.”

Tot het einde is ze iemand gebleven aan wie iedereen zich graag wilde warmen

„De avond nadat ze na haar middagslaapje niet meer wakker werd en doodging, hebben we met zijn allen op en om haar bed gezeten. Bijna een beeld uit een film. Ik had gezegd: als jij er niet meer bent, ga ik naar Santiago de Compostela lopen. Maar eerst naar Maastricht, om een kaars te branden in de OLV Basiliek. Op Nieuwjaarsdag, twee weken na haar dood, ben ik gaan lopen . Ik wilde alléén zijn, op zoek naar de diepste krochten van mijn ziel. Neem van mij aan: daar kóm je dus echt als je op Nieuwjaarsdag in Zelhem aankomt. Het was donker, alles was dicht. Ik heb nog nooit zo hard gehuild. Na tien dagen moest ik op de trein, vanwege mijn achillespees. Daarna ben ik bij mensen langs gegaan . Napraten over Simone. Dat heeft zo’n helende werking. ”

Het verdriet is desondanks vaak onnoemelijk groot, zegt hij. Wat dan troost biedt? „Een schuilplekje zoeken. Gisteren heb ik 700 bedankkaartjes verstuurd. Ik was na afloop emotioneel kapot… Toen ben ik naar mijn dochter en kleinkinderen gegaan. Die zeggen dan : blijf je slapen, opa? Zo ongepolijst en zichzelf. Daar herken ik Simone helemaal in.”

„Verdriet en geluk zijn kanten van dezelfde medaille. Ik ben verdrietig én blij om dezelfde dingen. We hadden nog een fantastisch jaar waarin de liefde intenser was dan ooit. Dat koester ik. Het geluksgevoel is er nog steeds, ook middenin de rouw. Ik ben diep verdrietig. Maar ik ben óók gelukkig. Om hoe wij met zijn allen Simone zo’n mooi jaar hebben kunnen geven, wat mogelijk werd door haar acceptatie van het lot.”

Wilt u uw eigen verhaal over (on)geluk vertellen? Mail: hetblad@nrc.nl o.v.v. Geluk.