Opinie

Bomen als zetstukken

Christiaan Weijts

Stel, uw gemeente wil 24 bomen omzagen uit het plantsoentje bij u om de hoek, en daar muren met 102.000 bakstenen voor terugplaatsen. Het draagvlak daarvoor zal niet overdonderend zijn. Maar wat als op die stenen de namen moeten komen van alle Nederlandse Holocaustslachtoffers?

Dat is wat de gemoederen bezighoudt rond de Weesperstraat, bij een plantsoentje achter de Hermitage, rond de entree van de Hoftuin, een van die onverwachte serene hoekjes midden in Amsterdam, zeker met zo’n nevelig voorjaarszonnetje. Aan de boomstammen hangen nu protestaffiches aan punaises.

Na jaren bestuurlijk gesteggel zouden hier vrijdag de eerste bomen omgaan voor de komst van het Namenmonument, een initiatief van het Auschwitz Comité. Maar omwonenden, die het ontwerp van Daniel Libeskind te kolossaal vinden, spanden een kort geding aan.

Ergens is het kinderachtig, zo’n spaak in het wiel steken. Als alle andere bezwaren stuklopen zijn er altijd nog die bomen, de ideale voorwendselen bij elke twist over de publieke ruimte.

Toch besliste de voorzieningenrechter donderdag in hun voordeel. De gemeente moet de kap uitstellen en de uitkomst van een eveneens aangespannen bodemprocedure afwachten, eind mei.

Even vóór de uitsprak sprak ik Fedde Schouten van het Auschwitz Comité in de rechtbank. „Zinloos vertragen”, noemde hij het. „Kijk, je kunt ertegen zijn of het ontwerp lelijk vinden, maar er is democratische besluitvorming over geweest. Dan moet je je daarbij neerleggen.”

Dat democratische betwisten de tegenstanders juist. Er was amper inspraak, zeggen ze. En waarom konden Amsterdammers niet kiezen uit verschillende ontwerpen, zoals bij Holocaustmonumenten in andere steden vaak gebeurde? „Omdat het een privé-initiatief is”, aldus Schouten. „Dan hoeft dat niet.”

Het initiatief mag dan privé zijn, de financiering ervan is grotendeels publiek. Het kabinet heeft net 8,3 miljoen extra euro toegezegd, nu het twee keer zo veel als de oorspronkelijke 7 miljoen gaat kosten.

En ook de ruimte is publiek. Als je beeldbepalend ingrijpt in zo’n stuk groen, en er een labyrint van muren en staal neerzet – op sommige plekken wel zeven meter hoog – is weerstand niet heel verwonderlijk.

Of immens leed ook om immense markering vraagt, kun je je ook afvragen. Ik vind de ‘struikelstenen’ voor de deuren van huizen waaruit Joden verdreven en vermoord werden indrukwekkender dan de betonblokken in Berlijn. Eén verwelkt bosje bloemen aan een lantaarnpaal kan mijn keel dichter toeschroeven dan een erebegraafplaats van twintig hectare.

Die bomen aan de Weesperstraat: voorlopig staan ze hier nog, als onschuldige zetstukken in een juridische steekspel dat pijnlijk gênant is. Maar wie omwonenden er niet werkelijk bij betrekt, roept dat wel over zichzelf af.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.