Recensie

Recensie Boeken

Alles, echt álles draait om het volgende shot

Nico Walker De ‘kale’ drugsroman van deze Irak-veteraan, die nu gevangen zit vanwege bankovervallen, gaat onder meer over de mores in het leger en de pleuris van een oorlog. In de VS ontstond er vorig jaar een kleine mediastorm over zijn Cherry.

‘Daar hebben we de baliemedewerker. Ik zeg tegen haar: “Vat het niet persoonlijk op.”’ Aan het woord is een naamloze Irak-veteraan, de vertelstem van Cherry . Om de verslaving van zichzelf en zijn vriendin te financieren overvalt hij banken. Dat doet hij, voor zover mogelijk, op vrij sympathieke wijze.

De debuutroman van Nico Walker veroorzaakte vorig jaar in de VS een kleine mediastorm, mede door de positie van de auteur: Walker gaf interviews vanuit de gevangenis waar hij al negen jaar (nog twee te gaan) zit wegens het overvallen van banken. Hij schreef Cherry op een typemachine, kon zo nu en dan een kwartier met een redacteur bellen. Ook Walker is Irak-veteraan, ook hij was verslaafd aan opiaten, heroïne. Niet dat het boek een autobiografie is: ‘In het echte leven ben ik niet interessant’, vertelt de schrijver aan een interviewer van Esquire, ‘mocht ik mijn memoires schrijven, dan betwijfel ik of iemand die uit zou willen geven.’

Walkers onfortuinlijke positie is niet de enige reden dat er veel om zijn roman te doen is. Het boek legt vingers op nogal wat zere plekken: de mores in het leger, de pleuris van een oorlog. De beschrijvingen van de gruwelen is pijnlijk, feitelijk: ‘Hij was helemaal verbrand, stukken scherfvest plakten aan zijn bovenlijf, zwart weefsel op dijen, schenen en kuiten, gesmolten armen, ingewanden uit en onder zijn buik, gezicht weg, hoofd een scheden. De geur ken je al. Die zit gecodeerd in je bloed.’

De jongens en ook mannen die vervolgens zwaar getraumatiseerd terugkeren uit, in dit geval, Irak: ‘Alleen als je domweg een té grote randdebiel bent draai je er niet van door’, aldus de verteller.

Nog zo’n zere plek is de uitzichtloosheid van een verslaving, het hulpeloos gore leven dat je ervan gaat leiden – de drugsroman is een genre an sich , dat hier nieuw leven wordt ingeblazen. We zijn niet langer in de jaren tachtig en negentig, toen de losers heroïne spoten en de snelle jongens aan de coke gingen. We zijn hier, lijkt Walker te zeggen, nu, in een land waar pijnstillers sterker dan alle vorige drugs bij elkaar gewoon op recept te krijgen zijn, al dan niet om door te verkopen. Zijn hoofdpersoon verliest zich al snel in een leven waarin alles, maar dan ook alles draait om het volgende shot. Als hij eens een normaal gesprek voert met zijn vriendin, is het omdat er vlak bij ze een agent in burger zit.

De stijl van Walker is droog, kaal, tegelijkertijd losjes, alsof zijn hoofdpersoon gewoon aan het praten is. Dat werkt goed – vooral omdat hij ook de zaken die anders misschien wat sentimenteel zouden worden, op dezelfde wijze beschrijft: ‘Alle mooie dingen gaan me aan het hart en ze fucken met m’n hart tot ik er zo ongeveer kapot aan ga [...]. Alleen jaagt iets in mij me steeds weer op, iets aparts in mij, ik kan het niet uitleggen.’

De Nederlandse vertaling doet helaas op sommige plaatsen die verteltrant van een jonge jongen anno nu nogal geweld aan. Zou zo’n gast echt zeggen dat iemand ‘grote memmen’ heeft (in het Engels: she was stacked)? En: ‘Hij kon altijd wel ergens van bil gaan.’ (He couldn’t not get laid all the time)? Een wat belegen contrast met al de ‘fucks’ en ‘cocksuckers’ die ook in de Nederlandse versie van Cherry de bladzijden bevolken.