Opinie

Air France en KLM blijven voortmodderen na staatsingreep

Luchtvaartpolitiek

Commentaar

Zoals vooraf reeds viel te verwachten hebben de Nederlandse minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) en zijn ambtsgenoot Bruno Le Maire uit Frankrijk hun spoedoverleg over de Nederlandse ‘overval’ op luchtvaartmaatschappij Air France-KLM in goede harmonie afgesloten. De kou is uit de lucht, was het signaal dat beide ministers vrijdagmorgen in Parijs wilden afgeven.

Nederland en Frankrijk gaan er samen aan werken van Air France-KLM de „best renderende maatschappij ter wereld te maken”, zeiden zij op een gezamenlijke persconferentie. Toe maar. Altijd goed om een ambitieuze doelstelling te formuleren. Maar of deze realistisch is na wat er deze week is gebeurd, valt zeer te bezien.

De zorgen die al in 2003 werden geuit toen de twee nationale luchtvaartreuzen besloten samen te gaan zijn de voorbije jaren haast allemaal uitgekomen. Wat synergie had moeten brengen, ontaardde in permanente competentiestrijd. De mededeling van minister Hoekstra, afgelopen dinsdag, dat de Nederlandse staat in het diepste geheim een belang van 12,68 procent in de onderneming had genomen met de bedoeling dit uit te breiden naar 14 procent was de ultieme bevestiging van dit vechthuwelijk.

Voortgaand in dezelfde beeldspraak: na de hierdoor in gang gezette acute relatietherapie die resulteerde in het ministeriële gesprek in Parijs van vrijdag wordt een nieuwe impuls aan de echtverbinding gegeven. Beide partijen willen in opperbeste gezondheid samen oud worden hebben zij elkaar beloofd. Maar wat voor vertrouwensband is er nog als één van de partners – Nederland – wel eerst een „veiligheidsslot” heeft aangeschaft? Want zo betitelde minister Hoekstra eerder deze week de Nederlandse aandelenaankoop.

Het KLM-deel in de onderneming had valide redenen om zich gemarginaliseerd te voelen. Er was een aanhoudende druk vanuit de holding in Parijs om goed lopende onderdelen te verplaatsen van Nederland naar Frankrijk. De in 2003 nauwkeurig overeengekomen zeggenschapsverhoudingen veranderden steeds meer ten faveure van Air France. En dan was er het afgelopen jaar nog de strategische samenwerking van Air France-KLM met Delta Airlines en China Eastern Airlines waarover de Nederlandse staat niet werd geconsulteerd. Ondertussen liet KLM keer op keer betere prestaties zien dan Air France.

Met andere woorden: de frustraties aan Nederlandse zijde zijn wel enigszins begrijpelijk. Toch rechtvaardigt dit niet de wijze waarop het kabinet te werk is gegaan door voor 744 miljoen euro geheel buiten medeweten van de Fransen een fors aandelenbelang in de onderneming te kopen. Nodig om het intercontinentale bestemmingennetwerk op Schiphol en het daarmee gepaard gaande belang voor de Nederlandse economie en werkgelegenheid zeker te stellen, zoals het kabinet deze week aan de Tweede Kamer schreef.

Nodig? De aankoop is een principiële stap die veel verder gaat dan alleen het in de bres springen voor KLM en Schiphol. De Staat der Nederlanden werpt zich weer op als (mede)ondernemer. Een rol waar in de jaren tachtig doelbewust afstand van werd genomen na de desastreuze geldverslindende en marktverstorende ervaringen met de industriepolitiek. Het leidde slechts tot verlenging van het sterfproces van bedrijven zoals RSV. Maar een kabinet met in de persoon van premier Mark Rutte notabene een liberaal aan het hoofd, brengt de staatsbemoeienis weer terug.

Nu is de dynamische en nog altijd groeiende luchtvaartsector vanzelfsprekend niet te vergelijken met de oude industrie van vroeger. Maar in de kern roept overheidsdeelname hetzelfde bezwaar op: staatsbelang is een verstorende factor waarbij oneigenlijke afwegingen een normale bedrijfsvoering in de weg kunnen staan. Competitie werkt heilzaam, maar als deze gevoed wordt door nationaal belang is dat een bron voor veel ellende.

De ironie is dat de hervormingsagenda van de president Emmanuel Macron bestond uit het reduceren van de traditioneel zeer aanwezige rol van de staat in het Franse bedrijfsleven. Topman Smith van Air France-KLM ging er vorig jaar na zijn aantreden vanuit dat de Franse staat zijn aandeel van 14 procent ging afstoten. Maar door de komst van de Nederlandse staat als aandeelhouder is Frankrijk min of meer gedwongen zijn aandelenpakket ook aan te houden.

Het resultaat van de Nederlandse daadkracht? Ruzie met Frankrijk en voortgezet wantrouwen tussen KLM en Air France. Tel uit je winst.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.