Marleen Daniëls

Achter de catwalk

De Belgische fotograaf Marleen Daniëls liep backstage bij de shows van modeontwerpers Iris van Herpen, Ronald van der Kemp en Viktor & Rolf in Parijs.
Tien minuten. Zo lang – of liever gezegd: zo kort – duurt een modeshow. In dat tijdsbestek moet maanden werk naar buiten, en wordt bepaald hoe de wereld naar een ontwerper kijkt. Dat een ontwerper zo goed is als haar of zijn laatste show is te sterk uitgedrukt – een wat mindere collectie wordt een ontwerper die een beetje credit heeft opgebouwd heus wel vergeven – maar er hangt veel van af.

De kleding, de styling, de muziek, hoe het haar en de make-up moeten worden gedaan, de locatie, het tijdstip. Al die dingen kunnen van tevoren worden geregeld. Maar veel komt aan op de laatste dagen. Pas twee dagen voor de show vinden de castings plaats. Een relatief klein modehuis dat vlak voor een groot en machtig merk showt, krijgt niet altijd de modellen die het graag zou willen. En als de casting helemaal rond is, soms pas een avond van tevoren, moeten coupeurs hard aan de slag om te zorgen dat alles perfect past.

Pas een paar uur voor de show is de locatie beschikbaar en kan er worden gerepeteerd, meestal nog zonder kleding. Als alle modellen eindelijk klaarstaan, zegt Ronald van der Kemp, is hijzelf druk bezig aan een select groepje pers uit te leggen wat ze zo te zien krijgen. „Ik probeer maar een beetje rustig te blijven”, zegt hij. „Je kan verder weinig doen, toch?”

Van der Kemp – zijn merk heet RVDK – showt tijdens de haute-coutureweek van Parijs, net als de Nederlandse ontwerpers Viktor & Rolf en Iris van Herpen. De Belgische fotograaf Marleen Daniëls, die al tientallen jaren achter de schermen van de modewereld actief is, ging in januari backstage bij hun shows. Viel haar nog iets bijzonders op? „Ja, dat het er zo relaxed en vriendelijk aan toeging. Heel anders dan bij bijvoorbeeld een groot Italiaans modehuis.”
Iris van Herpen

Iris van Herpen (1984) heeft internationaal naam gemaakt – de deze maand overleden Karl Lagerfeld was een fan – met haar vernieuwende materiaalgebruik en al even bijzondere vormen. Ze was in 2010 de eerste ontwerper die een 3D-geprint kledingstuk op de catwalk liet zien. Haar couturecollectie voor dit voorjaar viel op door de warme kleuren, de elegante plissés en uiteraard de unieke vormen; zie een jurk opgebouwd uit vele, grillig gevormde, laagjes waarin als je goed keek steeds een gezicht was te herkennen.

RVDK

Na een lange carrière bij vooral andere modehuizen begon Ronald van der Kemp (1964) vijf jaar geleden RVDK. Zijn mode noemt hij demi-couture: kant-en-klaar te koop, maar bepaald geen confectie. Hij gebruikt bijna uitsluitend bestaande materialen: overgebleven stukken leer en rollen stof, tweedehands spijkerbroeken, en ditmaal: een restant materiaal voor lampenkappen, afkomstig van Marcel Wanders. Zijn collecties hebben niet één thema, maar laten steeds een grote verscheidenheid aan kleding zien, van trainingspakken tot rodeloperjurken.

Viktor & Rolf

Viktor Horsting en Rolf Snoeren (beiden 1969) maakten eind jaren negentig naam met hun monumentale, conceptuele mode. Nog altijd weten ze te verrassen. Zie bijvoorbeeld hun couturecollectie voor dit voorjaar: gigantische jurken met teksten – net als de jurken zelf opgebouwd uit vele lagen tule – als ‘No photos please’, ‘I’m not shy I just don’t like you’, ‘No’ en ‘Amsterdam’. Die laatste werd begeleid door een wietblad. Naam van de collectie: Fashion Statements.