Opinie

Wie heeft er nog een kamer vrij voor Nicolás Maduro?

Is ballingschap van Maduro een oplossing voor Venezuela, vraagt Michel Kerres zich af. Een veilige aftocht heeft al vaker een crisis ontzenuwd.

Michel Kerres

In Venezuela zit de zaak vast. De oude man, Nicolás Maduro, weet van geen wijken. De nieuwe man, Juan Guiadó, breekt ondanks de steun van vijftig landen, waaronder de VS, nog niet door.

Maduro heeft goede argumenten om vol te houden, helaas. Hij heeft de steun van China en Rusland en controle over de olie-inkomsten. Weliswaar zijn er enkele honderden militairen vandoor gegaan, maar er wordt, voor zover bekend, niet op grote schaal gedeserteerd. Maduro’s vooruitzichten waren al eens beter, maar hij is nog niet vleugellam.

Belaagde potentaten hebben naast interne onrust en druk van buitenaf nóg een zorg: hoe overleef ik dit? Machtsverlies is gevaarlijk. ‘Slechte’ leiders lopen nu eenmaal verhoogd risico op gevangenisstraf of overlijden; het is een van de schaduwzijden van het vak. Democraten hebben het wat dat betreft beter.

Als doorvechten geen nut meer heeft, is het raadzaam te onderhandelen over een veilig heenkomen. Dat kan met toekomstige machthebbers in eigen land. Maar er is altijd een risico dat nieuwe machthebbers terugkomen op oude afspraken.

Een andere optie is de georganiseerde vlucht naar het buitenland. Volgens de politicologen Abel Escribà-Folch en Daniel Krcmaric is ballingschap een beproefd post-carrière-perspectief. Eenvijfde van de dictators die tussen 1945 en 2012 het veld moesten ruimen koos voor ballingschap – 98 man in totaal. 45 procent bleef in eigen land zonder berecht te worden, 12 procent belandde in de gevangenis, 8 procent werd vermoord of geëxecuteerd en 13 procent overleed aan een natuurlijke oorzaak of moest het ambt om gezondheidsredenen verlaten.

Ballingschap kan een conflict ontzenuwen. In 1979 werd Idi Amin bedreigd door Oegandese rebellen en troepen uit Tanzania. Amin sloeg op de vlucht en kwam via Libië in Saoedi-Arabië terecht. Ferdinand Marcos vluchtte met Amerikaanse hulp van de Filipijnen naar Hawaï en Jean-Claude Duvalier van Haïti nam na een opstand de wijk naar Frankrijk.

Waar gaan dictators zoal heen? Meestal naar een buurland of een land waarmee traditioneel goede betrekkingen zijn. De dictators prefereren, niet vreemd, dictaturen boven democratieën. In het algemeen, concluderen de onderzoekers, is er geen gebrek aan gastvrije landen.

Als de dictator weg wil en er óók nog een gastland gevonden kan worden, waarom niet? Als een heel land zo op weg kan naar een betere toekomst, dan lijkt dat het overwegen waard.

Maar wacht even: moet een dictator niet worden berecht? In eigen land of door een tribunaal in het buitenland? Het vooruitzicht op een gang naar het Internationaal Strafhof is natuurlijk geen aanmoediging voor een leider om op te stappen. De Libische leider Gaddafi was aangeklaagd door het Strafhof en stierf in het harnas. (Naar verluidt wordt er nu met de Soedanese leider Bashir onderhandeld over het tijdelijk intrekken van de aanklacht van het Strafhof.)

Dictators gaan nu eenmaal niet graag weg -anders hadden ze net zo goed verkiezingen kunnen houden. En volhouden is niet altijd een slechte strategie. In 2012 werd door de toenmalige Britse premier David Cameron hardop gespeculeerd over een ballingschap voor de Syrische leider Assad. Het had Syrië een hoop ellende bespaard. Het is niet eenvoudig om een dictator weg te lokken én hem te berechten én daarbij geen geweld te gebruiken. Toch kun je voor Venezuela alleen maar hopen dat er heel snel een exit-strategie voor Maduro wordt gevonden.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.