Opinie

Waarom de herdenking van de Februaristaking een superherdenking was

Column
Auke Kok

Die bundel licht tussen de gebouwen door, misschien vond ik dat nog het mooiste. Alsof ergens een hogere macht met een joystick de zon vlak langs de vroegere synagoge naar het Jonas Daniël Meijerplein liet schijnen. Het liep al tegen half zes, de stralen gingen bijna horizontaal over de verkeersweg naar de menigte bij De Dokwerker. Zo’n beetje alles was geslaagd aan de herdenking van de Februaristaking en kennelijk mocht de zon niet achterblijven. Vlak voor hij onderging de schouders in de menigte nog even doen oplichten, de kruintjes, een keppeltje op weg naar het monument: voorbeeldige mise-en-scène.

De gouden stralen naar het plein zeiden dat het goed was. Goed dat er zoveel mensen waren om de staking van 25 februari 1941 te herdenken. Ook goed dat het actieve centraal stond, niet het passieve en het lijdzame dat mij van vorige edities nog bijstond. Ik werd er bijna, sorry voor de woordkeuze, vrolijk van. Want zeg nou zelf, waarom zou je van deze herdenking een soort mini-4 mei maken?

De moed van de trambestuurders en anderen om het werk neer te leggen in oorlogstijd verdient een opgestoken duim, geen afhangende schouders. Amsterdammers die het met gevaar voor eigen leven opnamen voor de Joden: hulde! Zo was de toon van burgemeester Femke Halsema maandagmiddag en dat leek me terecht. Het feit dat de loop van de geschiedenis er niet door veranderde, dat de Joden evengoed werden afgevoerd naar de kampen laat onverlet dat de ‘uitzonderlijke burgermoed’ van 1941 ons vanuit het verleden toelacht. Somberen doen we bij al die andere herdenkingen wel.

Het leek of iedereen het daarmee eens was, de stemming bij de bloemenzee rond De Dokwerker was prima. Er werd in groepjes gediscussieerd, er waren gedichten, een zangeres zong een leuk ontroerend liedje en uiteindelijk wachtten de mensen geduldig met hun bloemetjes bij het defilé. Halsema, in een lichtkleurige mantel, was hen voorgegaan.

En dan die stralen! Met een laatste inspanning koekeloerde de zon precies over het A.S. Onderwijzerhof, langs het Joods Historisch Museum naar de kranig vooruitgestoken borst van De Dokwerker.

Ik hoorde iemand schateren. Wat ik niet hoorde: gezeur over die hooligans met hun groengele verfklodders

Achter roodgloeiende korven stond een tent, een partytent zeg maar, en daar liet ik mij vertellen dat er een nieuw bestuur is aangetreden. Er is sprake van verjonging, de toon moest lichter, vonden de betrokkenen. Welnu, dat is gelukt, de sfeer van lijdzaamheid en slachtofferschap heeft plaatsgemaakt voor trots op de dadendrang van Toen. En, heel bijzonder, opgeheven vingers naar het Nu bleven vrijwel achterwege. Halsema volstond met de wens dat de Februaristaking een aansporing zal zijn om op te staan tegen antisemitisme en rassenhaat.

En toen de zon dan toch doofde en de notabelen waren verdwenen in hun bolides bleven de mensen nog lang napraten. Ik hoorde iemand schateren. Wat ik niet hoorde: gezeur over die hooligans met hun groengele verfklodders. Rot op zeg, we hadden wel wat anders aan ons hoofd: een superherdenking, strijdvaardig en blij.

Auke Kok is schrijver en journalist.
Lees ook: Wat op dit plein gebeurde, moet blijvend worden herdacht