Vrij zijn is...een cursus architectuurfotografie

Vrij en fotograaf laten zien hoe we uit de sleur breken.

‘Prairiehondjes”, zegt Vincent Brügemann (46), docent luchtvaart- en ruimtevaarttechniek. „Die fotografeer ik het liefst.” Vier keer per jaar gaat Brügemann naar dierentuin Blijdorp om te fotograferen. „Prairiehondjes trekken stomme koppen en blijven lang stilzitten waardoor je echt portretjes kan maken.” De ijsberen fotografeerde hij ook graag. „Die zijn heel expressief. Spelen met het water en hun eten.” Herfst vorig jaar verliet ijsberentweeling Sizzel en Todz de dierentuin. „Nu is er nog eentje.” Op een goede dag maakt Brügemann vierhonderd foto’s. „Een stuk of tien zijn het bewaren waard.”

Vandaag geen beesten, maar gebouwen in de workshop ‘architectuurfotografie’ van De Rooij Fotografie. Zeven cursisten, zes met fototoestel en eentje zonder, lopen door het Lloydkwartier in Rotterdam. „Ik twijfel gewoon nog”, zegt Gerald Jager (56). Hij werkt als cameraman bij de televisie maar een goed fototoestel heeft hij nog niet. „En met mijn iPhone maak ik ook prima foto’s.” Helaas is de accu van zijn smartphone na vier gebouwen bijna leeg. „Geen probleem hoor. Fotograferen is vooral goed kijken. Dus zelfs zonder camera en zonder telefoon kun je foto’s maken.” Hij wijst naar het lijnenspel op een gevel, de reflecties op het glas. „Kijk, een eenzame schoen.” Een zwarte sneaker staat op de rand van een balustrade. „Heeft iemand een iPhone-oplader?”

„Zelfs van lelijke gebouwen kun je mooie foto’s maken.” Al ruim drie jaar geeft Ada Holleman (59) deze cursus. „Een pand in zijn geheel fotograferen heeft geen zin. Dat is saai en kan iedereen. Het gaat erom dat je leert zien welke stukjes, welke details, interessant zijn.” Langzaam steekt ze de straat over. Stap. Klik. Stap. Klik. „Al deze foto’s zijn anders, want bij elke stap verandert de schaduw in het raam.”

Soms moet je gewoon je hele toestel scheef houden, en dan ineens maak je bijzondere abstracte beelden

Ada Holleman

In de pauze geeft Holleman feedback. „Jammer, nét niet goed.” Ze scrollt door de foto’s van facilitair manager Michael van der Tas (27). „Dat hoekje, dat beetje blauwe lucht, dat moet er nog af.” Ze scrollt verder. „Leuk, leuk, leuk, beetje saai, leuk.” Hoe kan hij betere foto’s maken? „Scheef”, zegt Holleman. „Soms moet je gewoon je hele toestel scheef houden, en dan ineens maak je bijzondere abstracte beelden.” Van der Tas gaat het meteen proberen. „Best lastig hoor”, zegt hij. „Hiervoor fotografeerde ik vooral volgens standaardregels over perspectief, compositie en de gulden snede.” Hij denkt er wel eens over hoe het is om professioneel fotograaf te worden. „Daarom wil ik zo veel mogelijk informatie toegestopt krijgen.” Hij is naar lezingen geweest van bekende fotografen als Joel Santos en Bas Meelker. „Op Instagram vergelijk ik verschillende foto’s van dezelfde locaties. Waarom heeft hij daar wél een mooie foto gemaakt en hij niet?” Van der Tas heeft al één publicatie op zijn naam. Een vossenfoto stond in het tijdschrift van Staatsbosbeheer. „Leuk hoor. Al zie ik altijd wel iets wat beter kan.”