Radioactieve besmetting na crematie kankerpatiënt

Nucleaire geneeskunde De as van een kankerpatiënt die kort na behandeling met een radioactief medicijn overleed, besmette een crematoriummedewerker.

Een crematorium in Arizona en een van de medewerkers raakten in 2017 radioactief besmet na de crematie van een man die voor zijn alvleesklierkanker was behandeld met een radioactief medicijn. Het radioactieve lutetium-177 werd gemeten in de oven, het rookgasfilter en de cremulator (een apparaat dat verbrande beenderen tot as vermaalt). De urine van de bediener van de oven was licht radioactief. Vreemd genoeg niet met lutetium, maar met technetium-99m. Dat element wordt gebruikt om tumoren en aderen zichtbaar te maken op scans en foto’s. Mogelijk heeft de ovenist dit middel ingeademd tijdens de crematie van een andere dode. Een groep artsen van de Mayo Clinic in Phoenix beschrijft de radioactieve besmetting deze week in het tijdschrift JAMA .

De 69-jarige patient had alvleesklierkanker en kreeg een infuus met lutetium-177. Een dag later werd hij met te lage bloeddruk opgenomen in een ander ziekenhuis, waar hij snel stierf. Het ziekenhuis dat de kankerbehandeling uitvoerde kreeg pas na zijn crematie kennis van zijn dood.

De Amerikaanse artsen vinden het het zorgwekkend dat de strenge regels voor omgang met radioactieve diagnostica en medicijnen als de patiënt eenmaal dood is vaak over het hoofd worden gezien. In Arizona bestaat niet eens een goed protocol om crematoria te informeren over nucleaire therapie, schrijven ze.

Ook in Purmerend

Uit Nederland is het ook bekend. In 2018 moest een crematorium in Purmerend zijn ovens sluiten wegens straling. Normaal gesproken geeft de uitvaartondernemer aan het crematorium door of de overledene recentelijk met radionucliden is behandeld. Bij de overledene in Purmerend was niet gemeld dat die behandeld was met jodium-125. Het ziekenhuis trok aan de bel – na de crematie. „Het jodium is in de as en in de filterinstallatie terechtgekomen”, vertelt Eveline de Koning van PC Uitvaart. „Het ovengebouw moest worden schoongemaakt, dus we zijn bijna drie maanden dicht geweest.” De omgeving van het crematorium is niet blootgesteld aan straling en de medewerkers hebben geen gevaar gelopen.

In 2006 maakte de Landelijke Vereniging van Crematoria een richtlijn voor de omgang met ‘radioactieve doden’. Patiënten met prostaatkanker die jodium 125-implantaatjes kregen en binnen een jaar sterven, mogen bijvoorbeeld niet gecremeerd, maar moeten begraven worden. Jodium-125 heeft een halfwaardetijd van 60 dagen, en is pas na een jaar veilig te verbranden. Jodium-131, vaak gebruikt bij schildklierkanker, heeft een veel kortere halfwaardetijd. Cremeren kan dan wel. Lutetium-177, dat in Arizona voor problemen zorgde, wordt in Nederland sinds kort gebruikt bij uitbehandelde prostaatkankerpatiënten, met als doel levensverlenging en het verbeteren van de levenskwaliteit.

    • Anne Martens