Raad voor Cultuur: help instellingen met vinden nieuwe inkomsten

Cultuurbeleid De jarenlange kaalslag op cultuur vanuit de overheid deed culturele instellingen zoeken naar andere geldstromen. De overheid wil daar nu bij helpen.

De Raad voor Cultuur adviseert de overheid om instellingen te helpen bij het vinden van geld via andere wegen dan directe subsidie of (kaart)verkoop.
De Raad voor Cultuur adviseert de overheid om instellingen te helpen bij het vinden van geld via andere wegen dan directe subsidie of (kaart)verkoop. Foto Dijkstra / Peter Brom

Externe financiering wordt een speerpunt van cultuurbeleid. Zo luidt althans het advies van de Raad voor Cultuur aan minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66), die had gezegd dat deze regering meer waarde aan cultuur hecht dan vorige regeringen. Want de gevolgen van de radicale bezuinigingen op kunst en cultuur in de tijd van staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) hebben een lange nawerking.

In 2017 sprak Jet Bussemaker in NRC nog van „een ravage in de cultuursector”, met „geschoffeerde mensen”, gekwetst door het taalgebruik van Zijlstra.

De Raad voor Cultuur is in elk geval beleefd tegenover de kunstwereld, van schofferen is geen sprake: er worden complimenten uitgedeeld voor de weerbarstigheid van de kunstsector.

Geefwet

Zo’n driekwart van de instellingen waarvan de subsidie geheel werd stopgezet, hebben het weten te redden. Die hebben zich volgens de Raad voor Cultuur bekwaamd in andere manieren van fondsenwerving: „minder gebruikelijke instrumenten zoals cultuurleningen, matching en crowdfunding.” De experimenten in die richting zijn weliswaar „veelbelovend” geweest, maar „de opgehaalde bedragen zijn tot nu toe bescheiden”, aldus de Raad.

Het advies luidt niet om de bezuinigingen terug te draaien (over de ruim veertig instellingen die wel verdwenen zijn, heeft de Raad het niet meer), maar om te helpen bij het vinden van geld via andere wegen dan directe subsidie of (kaart)verkoop. Te denken valt aan fiscale regelingen of bijpassen. Giften en schenkingen zijn achtergebleven, en dat het fiscaal aantrekkelijk is om culturele instellingen te ondersteunen, is onvoldoende bekend (de ‘Geefwet’) . Er kan meer privaat geld geworven worden.

‘Terugverdienpotentieel’

Een concreet advies is om een „investeringsfonds” op te richten dat kunstenaars en culturele instellingen kan steunen die projecten willen organiseren waarbij de opbrengsten pas achteraf komen. De raad noemt dit „projecten met een terugverdienpotentieel”. Het is dus niet de bedoeling dat kunstenaars en culturele instellingen die geen winst kunnen maken, structurele steun krijgen, het is de bedoeling dat het cultureel „ondernemerschap een stevige impuls” krijgt. Dit fonds moet zich vooral richten op regionale initiatieven en bestaande structuren.

Andere aanbevelingen draaien om efficiëntie: minder bureaucratie, meer gebruik van fiscale voordelen van schenken en professionalisering van het culturele ondernemerschap.

De Raad waarschuwt dat het niet de bedoeling is dat de overheid „de markt verstoort door partijen een concurrentievoordeel te geven of de vrije mededinging te frustreren.”