Opinie

Privaat bedrijf hoort geen instrument te zijn in een politieke strijd

Air France-KLM

When in France, do as the French . Dat adagium lijkt leidend te zijn geweest in het besluit van de Nederlandse staat om een belang te kopen in luchtvaartmaatschappij Air France-KLM.

Na sluiting van de beurs maakten ministers Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) en Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) dinsdagavond bekend dat zij een belang van 12,68 procent hadden opgebouwd in het Frans-Nederlandse luchtvaartbedrijf, inmiddels opgelopen tot 14,0 procent, waarna het aankopen van aandelen is gestopt. Dat is een fractie minder dan de 14,3 procent die de Franse staat bezit.

Met het aandelenpakket, waar Nederland 744 miljoen voor betaalde, gaat de staat ervan uit een plek aan tafel te hebben gekocht bij het bedrijf, zo verklaarde Hoekstra. Doel van die inspraak is om de Nederlandse publieke belangen beter te kunnen behartigen, want dat, zo bleek uit een toelichting op het besluit, was de afgelopen tijd steeds moeilijker geworden. Met andere woorden: het gaat om echte banen én de start- en landingsbanen van luchthaven Schiphol.

Mooi nieuws, reageerde politiek Den Haag. KLM gered van de boze Fransen, zo was de teneur. Verstandig en noodzakelijk, zo luidde het commentaar van de werkgevers en van KLM zelf.

Frankrijk reageerde furieus. Niet alleen had Nederland de aankoop van aandelen niet gemeld bij de Fransen, zij vinden het „discutabel” en „onvriendschappelijk“ en ook een vorm van dubbelhartigheid. Nederland maakte vorige week nog afspraken met de Fransen over de positie van Schiphol, en nu koopt het aandelen „alsof het een activistisch fonds is”.

De stap van Nederland om zich actief te gaan bemoeien met een privaat bedrijf wekt op zijn minst bevreemding. Nederland heeft binnen de EU de reputatie van kampioen vrije markt en een dergelijke stap staat haaks op het beleid van de afgelopen jaren. Deze vorm van staatsbemoeienis is een methode die ironisch genoeg vaak is toegepast door de Fransen zelf.

Maar juist onder Emmanuel Macron is Frankrijk een liberalere weg ingeslagen, met privatiseringen van staatsbedrijven. Het is een publiek geheim dat Frankrijk ook overwoog zijn handen van Air France-KLM af te trekken, als de koers daarvoor gunstig was.

Nederland begeeft zich met deze stap op een onzeker en potentieel zeer schadelijk pad. Terecht zijn lidstaten in Europa vaak beducht voor de zogenoemde race to the bottom: concurrentie op sociaal en fiscaal terrein om maar zo gunstig mogelijke voorwaarden voor bedrijven te creëren. Dat holt arbeidsvoorwaarden en overheidsinkomsten uit.

Het voorbeeld van Air France-KLM is eenzelfde soort strijd, maar dan de andere kant op: een race naar de top om met zoveel mogelijk aandelen de ‘tegenpartij’ af te troeven in zeggenschap. Ook dat is een heilloze weg, waarbij het bedrijf gegijzeld dreigt te worden door twee koppige aandeelhouders met tegenstrijdige belangen.

Tegelijkertijd moet Nederland niet naïef zijn. Als de Fransen de rol van KLM en daarmee Schiphol marginaliseren binnen het concern, moet dat worden bestreden. Dat hoort echter niet met aandelen te gebeuren, maar met de kracht van argumenten en prestaties. Beter was het geweest als Nederland de Fransen had weten te verleiden hun aandeel in het concern daadwerkelijk af te bouwen. Een privaat bedrijf hoort geen instrument te zijn om politieke doelen te behalen.

Sommige zaken kunnen beter niet aan de markt worden overgelaten, zoals zorg en onderwijs. Het heen en weer vliegen van passagiers en vracht hoort daar echter niet bij. Dat is niet naïef, maar liberaal.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.