NRC checkt: ‘Testosteronproductie maakt atlete Semenya vijf tot zes seconden sneller op 800 meter’

Dat zei oud-atleet en sportarts in opleiding Tom Wiggers vorige week in Trouw.

Foto Saeed Khan / AFP

De aanleiding

Al zolang als Caster Semenya meedoet in de wereldtop van de atletiek is de Zuid-Afrikaanse onderwerp van discussie. Semenya (28) is groter en gespierder dan veel van haar concurrenten en het testosterongehalte in haar bloed is ongewoon hoog voor een vrouw. Oneerlijk voor haar rivalen, vinden critici. Tom Wiggers, oud-atleet en nu sportarts in opleiding, zei vorige week in Trouw dat Semenya door haar hoge testosteronproductie een voordeel van vijf tot zes seconden op de 800 meter heeft. Die bewering gaan we checken.

Waar is het op gebaseerd?

Wiggers baseerde zijn uitspraak op de praktijk, zegt hij via de telefoon. Toen Semenya in 2009 doorbrak, liep ze de 800 meter in 1 minuut en 55 seconden. Nadat wereldatletiekfederatie IAAF in 2011 een maximum had gesteld aan de hoeveelheid testosteron die vrouwelijke sporters in hun bloed mogen hebben, stegen haar tijden tot boven de twee minuten. Sinds het internationale sporttribunaal Court of Arbitration for Sport (CAS) die regel schrapte, omdat hij onvoldoende onderbouwd was, is Semenya nagenoeg onverslaanbaar en loopt ze opnieuw 1.55, of sneller.

En, klopt het?

Wetenschappelijk is er weinig bewijs voor de stelling dat vrouwen met een ongewoon hoog testosteronpeil sneller lopen dan vrouwen met een ‘normaal niveau’, erkent Wiggers. Dat is mede omdat het gegeven zich lastig laat toetsen in een experiment, zegt hij. „Je gaat vrouwen geen testosteron geven om te zien wat er gebeurt. Dat is niet ethisch.”

Ook Bert Otten, hoogleraar bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen, kan na lang zoeken maar één studie vinden op grond waarvan je zou kúnnen beweren dat hoge testosteronwaarden bij vrouwen leiden tot snellere hardlooptijden. Maar op dat onderzoek valt van alles aan te merken, stelt hij.

In de studie worden hardloopsters verdeeld in drie groepen, met een normaal, verhoogd en heel hoog testosteronniveau. Tussen de eerste en derde groep zit een significant verschil in prestatie, zegt Otten. Maar binnen die hoogste groep zitten extreme verschillen in testosteron, terwijl de tijden min of meer gelijk zijn. „Dat kan alleen als er heel veel andere dingen zijn die óók een rol spelen”, stelt Otten. Er is dus hooguit sprake van een „heel licht effect” op de prestatie.

Het IAAF pleit nu desondanks voor een nóg lager testosteronplafond dan in 2011, een zaak die nu wederom voorligt bij sporttribunaal CAS. De bond wijst onder meer op onderzoek dat een verband legt tussen het testosteronpeil van vrouwen en de hoeveelheid hemoglobine, de stof die in het bloed zorgt voor de toevoer van zuurstof en daarmee effect heeft op het uithoudingsvermogen. Ten onrechte, vindt Otten: dat er een verband bestaat, wil niet zeggen dat het één het ander ook veroorzaakt.

Sterker nog: volgens kinderendocrinoloog Hedi Claahsen van het Radboudumc, specialist op het gebied van hormonen, is het goed mogelijk dat iemand veel testosteron aanmaakt en daar toch niets van merkt. „Hormonen werken altijd via een sleutel-slotprincipe”, zegt ze. Dus als je veel sleutels (testosteron) hebt, maar de sloten (receptoren) werken niet goed, dan blijven veel sleutels ongebruikt: je bent dan ongevoeliger voor testosteron. Hoe gevoelig iemand is voor testosteron is echter lastig te onderzoeken. Dat maakt het testosteronpeil een slecht criterium om iemand uit te sluiten van competitie, meent Claahsen.

Conclusie

Op grond van de wetenschappelijke studies is niet hard te maken dat vrouwen door een ongewoon hoog testosteronpeil harder lopen dan vrouwen met een ‘normaal’ niveau, laat staan hoeveel seconden harder. Daarom beoordelen we deze bewering als ongefundeerd.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt