Niet drinken, wél blowen. Dat is lastig uit te leggen

Amsterdamse wallen Buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) krijgen op straat veel te maken met agressie – maar ze dragen alleen handboeien. Dus willen ze bewapend worden. Op pad met Matthijs en Bryan op de Amsterdamse Wallen.

Het werkgebied van Buitengewoon Opsporingsambtenaar Matthijs en zijn collega Bryan is Amsterdam-Centrum, inclusief de Wallen.
Het werkgebied van Buitengewoon Opsporingsambtenaar Matthijs en zijn collega Bryan is Amsterdam-Centrum, inclusief de Wallen. Foto Olivier Middendorp

Een toerist in een kippenpak ligt onderuitgezakt op een bankje voor de Oude Kerk, de ogen gesloten. Hij heeft duidelijk de nodige genotsmiddelen achter de kiezen.

Are you ok, sir?” vraagt handhaver Matthijs.

De man opent zijn ogen. „Yes, yes, ok!” mompelt hij, terwijl hij slapjes zijn duim opsteekt.

„Dat noemen wij handhavers de ziekte van Heineken”, gniffelt Matthijs. „Pilletjes, coke, flink wat bier. Dan gaan die toeristen vanzelf horizontaal.”

Welkom op de Amsterdamse Wallen, een vrijdagavond in februari. Voor Matthijs en zijn collega Bryan is dit routine: hun werkgebied is Amsterdam-Centrum. Dronken, doorgesnoven en anderszins ontspoorde feestgangers vormen daar de bulk van het werk. Even daarvoor zijn Matthijs en Bryan al aangesproken door een drietal Franse jongens. Ze dragen een capuchontrui en hebben wijd opengesperde ogen. „Il y a un bar avec des femmes?” vragen ze. De jongens worden vriendelijk doorverwezen naar de Bananenbar.

Matthijs en Bryan zijn buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) in de openbare ruimte. Hun taak: de leefbaarheid op straat handhaven. Ze mogen bekeuringen uitdelen voor wildplassen, fout parkeren, alcohol drinken op straat of afval neerzetten op een verkeerde plek. Ze zijn niet verantwoordelijk voor veiligheid en openbare orde: dat is het werk van de politie.

Veel van de vijfhonderd Amsterdamse boa’s zijn ontevreden. Ze vinden dat ze sluipenderwijs toch worden ingezet voor politietaken – en zich dan onvoldoende teweer kunnen stellen tegen agressie van burgers. Daarom willen de boa-vakbonden dat handhavers worden bewapend met pepperspray en een wapenstok. Nu hebben ze alleen handboeien bij zich.

Om hun eis kracht bij te zetten, voerden de Amsterdamse boa’s onlangs actie: een dag lang schreven ze geen bekeuringen uit. Burgemeester Femke Halsema heeft inmiddels beloofd dat de handhavers vanaf de zomer een bodycam krijgen. Een mooie eerste stap, zegt Eric Lakenman van de Nederlandse BOA Bond, maar „het is niet voldoende.” Daarom zullen er op korte termijn nieuwe acties komen, „en die gaan toenemen in hevigheid”.

Hebben de ontevreden boa’s gelijk? NRC mocht een avond mee op pad met Matthijs en Bryan. Afspraak: geen citaten over politieke kwesties. En uitsluitend met de voornaam in de krant, vanwege de persoonlijke veiligheid („anders kunnen mensen meteen al mijn gegevens vinden op internet”).

Foto Olivier Middendorp

Studenten met een pilletje op

Vanavond is het relatief rustig op de Wallen, zeggen Matthijs en Bryan. Ze worden aangesproken over clandestien gedumpt bouwafval. Ze spreken een taxichauffeur aan die op de stoep geparkeerd staat. Zo nu en dan manen ze een plukje toeristen tot kalmte. „Boys, boys, no noise”, zegt Bryan als ze de gedrogeerde Fransen in capuchontrui (het zijn er nu nog maar twee) weer tegen het lijf lopen.

Hun belangrijkste aandachtspunt: het alcoholverbod op de Wallen. Toeristen met blikjes bier worden staande gehouden en naar hun identiteitskaart gevraagd. De meesten komen weg met een waarschuwing, maar voor de Casa Rosso worden twee Franse twintigers met halve liters Gulpener op de bon geslingerd. Hun monden vallen open als ze de boete horen: 95 euro de man, ter plekke af te rekenen op een mobiel pinapparaat.

Why do you drink on the street?” vraagt Bryan als de bekeuring voldaan is.

„In Frankrijk kun je gewoon op straat drinken”, antwoorden de jongens beteuterd. „We wisten van niets.”

Het ís ook verwarrend, zegt Matthijs. In de meeste landen mag je niet blowen op straat, en wel drinken. „In Amsterdam is dat precies omgekeerd. Daar snappen toeristen helemaal niets van.”

De meeste Wallengangers blijven vanavond rustig en beleefd als ze worden aangesproken. Helaas is dat niet representatief voor hun werk, zeggen Bryan en Matthijs. Uit een recente enquête blijkt dat 86 procent van de Amsterdamse boa’s het afgelopen jaar te maken heeft gehad met geweld of agressie. „Ik denk dat het wel meer is”, zegt Matthijs.

Laatst nog, bij een staandehouding wegens foutparkeren: „De ene collega werd bij zijn keel gegrepen, de ander brak haar arm”

Vooral ’s nachts na tweeën is het hommeles. Dan sluiten de cafés en disco’s. Op de Wallen, maar vooral ook op het Leidseplein en Rembrandtplein, word je dan als boa regelmatig belaagd door groepen opgefokte jongeren. De Britse vrijgezellenfeesten, uiteraard – laveloos en ongekend grof in de mond. Maar het meest agressief, zegt Matthijs, zijn Nederlandse studenten met een pilletje op. „En overdag heb je te maken met bouwvakkers die hun busje op de stoep zetten. Dat is me een partij ruig volk!”

Foto Olivier Middendorp

In de vijf jaar dat hij nu als boa werkt, heeft Matthijs nooit extreem geweld meegemaakt. Hij is één keer tegen de grond geslagen door een scooterrijder. Maar hij heeft „te veel collega-handhavers in het ziekenhuis zien belanden”. Laatst nog, bij een staandehouding aan het Rokin wegens foutparkeren. „De ene collega werd bij zijn keel gegrepen, de ander brak haar arm.” Dus is Matthijs realistisch: ook hij zal een keertje aan de beurt komen. „Toen ik dit vak in ging, heb ik tegen het vrouwtje gezegd: de vraag is niet óf, maar wannéér ik het ziekenhuis inga.”

Het probleem, zeggen Matthijs en Bryan, is niet de samenwerking met de politie. Die gaat steeds beter: vroeger bleef het veel vaker stil op de mobilofoon als boa’s om assistentie vroegen. Ook de melkertbaanreputatie van handhaving nemen ze voor lief. Ze zijn er inmiddels aan gewend om te worden uitgemaakt voor ‘Eftelingpolitie’.

Het punt, zeggen ze, is het tekort aan dienders – gecombineerd met de gigantische drukte in de Amsterdamse binnenstad. Volgens de eigen richtlijnen moet de politie binnen drie minuten ter plekke zijn als een handhaver een oproep doet. „Dat is fictie”, zegt Matthijs. „’s Avonds op de Wallen kost het zeker tien minuten. En die kunnen lang duren als je bij een groepje dronken toeristen staat.”

Lees ook het interview met korpschef Akerboom en de Utrechtse burgemeester Van Zanen over bewapening van boa’s: ‘Bij geweld moet een handhaver terugstappen’

Alcohol en agressie gaan vaak samen

Vlakbij café de The Old Sailor op de Oudezijds Achterburgwal worden Matthijs en Bryan staande gehouden door een man van in de vijftig. Hij oogt verward, in zijn hand heeft hij een doosje paracetamol. Er volgt een onsamenhangend verhaal over een gestolen fiets. „Als ik de dieven te pakken krijg, trap ik ze op hun knie, zodat ze pijn hebben.”

Na een minuut of vijf vriendelijk te hebben geluisterd, beëindigen de boa’s het gesprek. De man krijgt het advies om naar het fietsendepot te gaan, of naar de politie om aangifte te doen. „Neemt u maar lekker een aspirientje”, zegt Bryan. „Dan gaan wij weer verder.”

Diefstal – daar mogen ze dan weer niets mee. De bevoegdheden van handhavers en politie zijn nauwkeurig afgebakend. Soms tot in het absurde: de boa mag geen verkeersboetes uitdelen, maar wel automobilisten bekeuren die ’s nachts te hard toeteren.

Die strakke scheiding in taken leidt nogal eens tot onbegrip bij omstanders. Die hebben vaak geen idee wat een boa wel of niet mag, zegt Matthijs. „Als er een dief uit de supermarkt gerend komt, mogen wij hem niet overmeesteren. Maar burgers weten dat niet. Dus krijgen we naar ons hoofd: hé, waarom doen jullie niets?”

De grens tussen leefbaarheid en openbare orde, zeggen Matthijs en Bryan, is in de praktijk een groot grijs gebied. Neem het alcoholverbod. Jarenlang was dat op de Wallen een dode letter, maar sinds eind vorig jaar moet er gehandhaafd worden. Dat is een taak van de boa’s. „Alleen: bij alcohol komt vaak agressie kijken”, zegt Matthijs. „En dus openbare orde. Dat schuurt.”

Op het monument op de Dam hangt een groepje Italiaanse jongeren met blikjes bier. Drie van de vijf moeten van de boa’s hun ID laten zien, twee niet. „You only have borrelnootjes”, zegt Bryan tegen een van de jongens.

De Italianen krijgen een waarschuwing, geen boete. „Ze wisten van niets en veroorzaken geen overlast”, zegt Matthijs. „In dat geval kies ik voor de menselijke benadering.”