‘Nederland moet meer doen voor gevangenen Sint Maarten’

Mensenrechten Het College voor de Rechten van de Mens wil intensief Europees toezicht op Nederland bij het verbeteren van de omstandigheden van gevangenen op Sint Maarten.

Gevangenis Point Blanche op Sint Maarten.
Gevangenis Point Blanche op Sint Maarten. Foto Souleyman. T Photography

Nederland moet zich meer inspannen om de omstandigheden te verbeteren van gevangenen op Sint Maarten. En de Raad van Europa, waarin de Europese landen samenwerken om de democratie en de mensenrechten te beschermen, moet daar „intensief toezicht” op gaan houden. Het College voor de Rechten van de Mens, dat in Nederland toeziet op naleving van de mensenrechten, heeft hier bij de Raad per brief om gevraagd. Het is voor het eerst in zijn vijfjarige bestaan dat het College de Raad om zo’n procedure voor Nederland heeft gevraagd.

De staat van de gevangenis Point Blanche op Sint Maarten is al jaren erbarmelijk, voor zowel gedetineerden als personeel. Sloten werken niet goed, er is lekkage en schimmel en gevangenen zitten vaak met drie man op één cel. Orkaan Irma zorgde in september 2017 voor grote schade aan het gebouw, waardoor er ontsnappingsgevaar dreigde en gedetineerden amper konden luchten. In Point Blanche vonden de afgelopen jaren ook een liquidatie en steekpartijen plaats. Veel van de ongeveer honderd personeelsleden verschijnen niet meer op het werk en ongeveer de helft van de 150 celplaatsen kan niet worden gebruikt.

Lees hier het achtergrondverhaal: ‘Nederland moet meer doen voor gevangenen Sint Maarten’

Casinobaas

De Raad voor de Rechtshandhaving, die binnen de Caribische delen van het Koninkrijk toezicht houdt op het gevangeniswezen, concludeerde in zijn laatste rapportage dat Point Blanche „in de huidige staat zowel qua humane detentie als qua werkplek volledig ongeschikt” is.

Nederland werd in oktober door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van 5.000 euro aan de Italiaanse casinobaas Francesco Corallo. Hij zat meer dan honderd dagen met andere mensen gevangen in een te kleine en smerige politiecel op Sint Maarten. Het Hof oordeelde dat er sprake was van „inhumane behandeling” van Corallo en dat Nederland medeverantwoordelijk is omdat het Koninkrijk het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens heeft ondertekend.

Het College voor de Rechten van de Mens vindt de zaak-Corallo geen incident en ziet „een structurele problematiek” met de detentie op Sint Maarten. Voorzitter Adriana van Dooijeweert zegt dat het College zich tot de Raad van Europa wendt om „een signaal af te geven” en „maar één ding wil, namelijk snelle verbetering van de omstandigheden voor de gedetineerden daar”.

Zelf verantwoordelijk

De Nederlandse regering vindt dat Sint Maarten als autonoom land binnen het Koninkrijk zelf verantwoordelijk is voor de aanpak van de gevangenis. Van Dooijeweert is het daar niet mee eens. „Als een land in het Koninkrijk er lange tijd niet in slaagt de mensenrechten te garanderen, dan volgt uit het het Statuut voor het Koninkrijk dat er ook een taak ligt voor de Nederlandse regering.”

Die noodzaak is nu nog groter omdat in Nederland 23 gevangenen verblijven die door de verwoestingen van orkaan Irma in september 2017 niet in de gevangenis op Sint Maarten konden blijven. Uit vertrouwelijke adviezen van ambtenaren aan minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD), die in handen zijn van NRC, blijkt dat het ministerie ze niet zomaar durft terug te sturen.

Sint Maarten was vorig jaar juli nog verre van hersteld van de schade na orkaan Irma. Lees: Op Sint Maarten kunnen velen slechts afwachten

Terugsturen is „juridisch niet onomstreden” en een „politiek risico”, schrijven de ambtenaren aan Dekker. Zij noemen de kans „aanzienlijk” dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelt dat gedwongen terugzending naar Sint Maarten „niet geoorloofd” is als een gedetineerde een procedure aanspant omdat „fundamentele rechtsbeginselen in het geding zijn”.

Het afgelopen jaar keerden acht Sint Maartense gevangenen al wel terug vanuit Nederland, blijkt uit navraag bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het ging hierbij om gevangenen die „op korte termijn” vrij zouden komen, wat varieert van een week tot zes maanden.

De slechte staat van de gevangenis op Sint Maarten leidt ook tot grote problemen voor het Openbaar Ministerie op het eiland. Doordat maar de helft van de cellen kan worden gebruikt heeft het OM al vier keer een gevangene moeten vrijlaten die zijn straf nog niet had uitgezeten. Nederland vreest dat de overbevolking zelfs kan leiden tot „opschorting van de strafvervolging” op Sint Maarten, staat in de vertrouwelijke stukken. Maar het OM op Sint Maarten zegt dat dit niet zal gebeuren.