L’Humanité, de krant van Jean Jaurès, vecht tegen bankroet

Franse media In een land waar een handvol miljardairs de grote dagbladen zoals Le Figaro en Le Monde bezitten, strijdt het communistische L’Humanité voor een onafhankelijke toekomst. ‘Geen krant schrijft beter over sociale bewegingen, zoals nu de gele hesjes.’

Benefietavond voor het linkse Franse dagblad L’Humanité.
Benefietavond voor het linkse Franse dagblad L’Humanité.

Het gaat slecht met het linkse Franse dagblad L’Humanité. Heel slecht. Maar de sfeer op een benefietavond is allesbehalve bedrukt. Een vrolijk orkestje heet de lezers vrijdag met arbeideristische folklore welkom voor een programma met cultuur, debat en drank. „Ze willen geen belasting betalen/ Het zijn dieven/ Kijk maar naar hun auto’s”, zingen mannen en vrouwen in shirts met communistische sterren bij de ondergaande zon in de ‘rode’ Parijse voorstad Montreuil. „De rijken zijn teleurstellend/ Ze passen zich niet aan/ We moeten ze eruit gooien.”

Met zo’n boodschap is het lastig fondsen werven. „Het gaat met alle Franse kranten slecht”, meent hoofdredacteur Patrick Apel-Muller. „Dat ze kunnen overleven komt doordat ze onder controle staan van beursgenoteerde multinationals. Wij zijn onafhankelijk en we willen dat blijven.” Het is waar: alle grotere Franse dagbladen (Le Figaro, Le Monde, Le Parisien, Les Échos en Libération) zijn in handen van miljardairs. Maar de redacties zeggen onafhankelijk hun werk te kunnen doen. Apel-Muller gelooft dat niet. „Die bazen investeren miljoenen. Ze zijn bereid verlies te maken omdat ze weten dat ze zo invloed kunnen uitoefenen.”

L’Humanité werd in 1904 opgericht door de socialistische voorman Jean Jaurès, maar beleefde zijn hoogtepunt als orgaan van de communistische partij. Net na de oorlog werden dagelijks zo’n 400.000 exemplaren gedrukt. Sinds 1999 zijn er geen officiële banden meer met de Parti Communiste Français, maar de lijntjes blijven kort: de vorige hoofdredacteur, Pierre Laurent, werd partijleider. De oplage is de laatste decennia jaarlijks met zo’n 5 procent gedaald, tot nu nog 32.000 betaalde exemplaren per doordeweekse dag en 65.000 voor het weekendmagazine. Vanwege een schuld van 7 miljoen euro staat de krant nu voor een half jaar onder juridisch toezicht. De ongeveer 200 medewerkers krijgen hun salaris uit een noodfonds.

Al jaren is ‘L’Huma’ noodlijdend. „Maar zo dramatisch was het nog nooit”, erkent directeur Patrick Le Hyaric, communistisch Europarlementslid en sinds 2000 zakelijk directeur. Een eerdere crisis werd tien jaar geleden bezworen door het redactiekantoor in de verkoop te zetten. Toen kopers niet toehapten, werd een oplossing bedacht: de staat kocht het pand. De toenmalige president Sarkozy, in de kolommen van L’Humanité de duivel zelve, zou zich omwille van de pluriformiteit van de pers sterk hebben gemaakt voor de aankoop. Nu is de departementale sous-préfecture er gevestigd.

De enige oppositiekrant

De huidige schuld is vooral het gevolg van minder subsidie. Om, opnieuw, een divers medialandschap te behouden, krijgen vrijwel alle Franse media staatssteun. De hoogte is nu meer afhankelijk geworden van digitale investeringen. „En daarmee zijn opnieuw de grote mediagroepen bevoordeeld”, vindt Apel-Muller. „Want wij kunnen niet investeren.” In 2017 kreeg de krant 4,2 miljoen euro. Ter vergelijking: Le Monde, met een betaalde oplage van bijna 300.000 exemplaren, kreeg 5 miljoen. Geen krant ontving in 2017 per gedrukt exemplaar zoveel subsidie als ‘L’Huma’: 46 cent. „Grote bedrijven willen niet bij ons adverteren”, verdedigt de hoofdredacteur zich.

Trouwe lezers houden de publicatie overeind. Toen eind januari bekend werd dat de krant op rand van faillissement stond, is in enkele dagen ruim een miljoen euro ingezameld. Er kwamen 1.500 nieuwe abonnementen. Politici van links en rechts, intellectuelen en andere bekende Fransen hebben steun betuigd. Onder hen sterrenkok Thierry Marx, die ook vanwege zijn achternaam al vaak in de krant stond. ‘Een Marx en we gaan weer van start’, kopte het magazine. Op de avond in Montreuil, die liefst 2.500 lezers trekt, zijn oude exemplaren van het nummer te koop. Ook zijn er posters van Jaurès en zanger Jean Ferrat. Lezers betalen ruim meer dan het gevraagde bedrag.

„L’Humanité is de enige krant die informatie geeft die andere kranten niet hebben”, zegt lezeres Marie-Carmen Arderiu (70). „Analyses die niet puur kapitalistisch zijn. Het is voor mij de enige oppositiekrant.” Geen krant schrijft beter over sociale bewegingen, zoals nu de ‘gele hesjes’, vindt François Giacomini (69), een oud-leraar geschiedenis met wollen colbertje. „Dat is die oude communistische traditie.” De krant, die hij sinds zijn negende zegt te lezen, is van, voor en over mensen die de straat op gaan. De laatste weken is veel aandacht voor „politiegeweld” tegen demonstranten.

Maar jonge lezers, laat staan arbeiders, zijn moeilijk te vinden. Alleen het jaarlijkse cultuurfeest ‘ Fête de l’Huma’ (500.000 bezoekers) trekt jeugdig publiek. Het valt Giacomini op dat de krant makkelijker in de chique Parijse buurten te krijgen is dan in volkswijken. „Dat is tekenend”, lacht hij. Is L’Humanité daarmee een relikwie van een vervlogen tijd? Het zoveelste stukje Frans nationaal cultuurgoed dat de aansluiting met de moderniteit gemist heeft? Directeur Le Hyaric kijkt verbaasd. „We gaan de voorwaarden creëren om te overleven”, zegt hij stoïcijns. „We passen bij uitstek bij deze tijd. Hoe meer globalisering en uniformering van informatie, hoe meer mensen zoeken naar andere informatie. L’Humanité heeft een veelbelovende toekomst.”