Opinie

    • Ellen Deckwitz

Kruis

Onlangs stond ik met mijn zus in de boekhandel toen bleek dat het boek dat zij wilde niet aanwezig was. Ik zocht meteen dekking. „Het heet Van vulva tot vagina ”, riep mijn zus tegen de rood aangelopen verkoper, „Een heel belangrijk boek over alles wat met de vrouwelijke anatomie en seksualiteit te maken heeft!”

De jongen piepte dat hij het voor haar kon bestellen maar mijn zus was de winkel alweer uitgeraasd, tierend over vrouwenangst en de verpreutsing van de samenleving. Terwijl ik een softijsje voor haar ging kopen hing zij met de desbetreffende uitgever aan de lijn.

„Jemig”, brieste ze na te hebben opgehangen, „de telefoon staat daar al dagen roodgloeiend. Allemaal vrouwen die klagen dat winkels dat boek niet op voorraad hebben. De uitgever vreest dat het komt doordat er een vulva op het omslag staat.”

Ze toonde me de afbeelding: een nogal abstracte tekening. Als je wist dat het een geslachtsorgaan was zag je het meteen, maar het had ook een obese paperclip kunnen zijn.

„Ik snap er niets van”, zei mijn zus. „Tegenwoordig is de meerderheid van de lezers vrouw, die hebben bijna allemaal een vulva, waarom durf je zo’n werk dan niet in je winkel te hebben? Zo houd je die hele schaamtecultuur lekker in stand zeg.”

Tien telefoontjes later hadden we eindelijk een boekhandel gevonden die een exemplaar had. Tevreden bladerde mijn zus langs de talloze weetjes over de poenie, van dat er in 1971 een ‘doe-het-zelfmenstruatiekit’ op de markt was, een soort stofzuiger die je in een keer van je menstruatie af zou helpen (was geen succes), tot dat er tegenwoordig schrikbarend veel meisjes niet weten dat je nat moet worden om pijnloos te kunnen vrijen. Ergens stuitten we op een afbeelding van de gehele clitoris. Wisten wij veel dat dat ding nog meer was dan alleen dat knobbeltje: met alle spieren die erbij hoorden leek het net een roze wensbotje.

Mijn zus was helemaal in haar knollentuintje, streelde het omslag en begon opeens te giechelen. „Kijk nou”, zei ze, en draaide het boek ondersteboven, „Zo lijkt het geen vulva meer, maar een maagd Maria.” Potverdrie, ze had gelijk. De lippen leken haar sluiers, de ingang van de schede haar hoofdje.

„Ze moeten dat boek gewoon ondersteboven in de winkel zetten”, zei ik. „Geen haan die er dan nog naar kraait.”

„Preuts of obsceen, het is maar net van welke kant je het bekijkt”, gniffelde ze. „Geen wonder dat sommigen het een kruis noemen.”

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.