Recensie

Recensie

De Citroën C5 heeft jeu, iets gezelligs en charme

Autotest De C5 is een heerlijke reiswagen, vindt . Hij veert zacht, gedragen. De achterbank is een horreur.

De Citroën C5 Aircross bij Motorhuis Rotterdam.
De Citroën C5 Aircross bij Motorhuis Rotterdam. Foto Merlijn Doomernik

Wéér een SUV. Excuses, dat is tegenwoordig bijna alles op vier wielen. En dat alleen omdat de burger graag met kop en schouders boven het Golf- en Focuslaagland uitsteekt. Geroerd verzilveren de boekhouders van Stuttgart tot Parijs de kleine grootheidswaan.

Mij viel op dat deze, hoewel even groot en net zo superdeluuks, ruim twintig mille goedkoper is dan de Audi van vorige week. Hoe kan dat? Het is een Citroën, dat nog een beetje op de prijzen let die Audi hoog moet houden om de mensen in de waan te laten dat de toegang tot het lifestyleparadijs niet op een koopje gaat.

De Citroën C5 Aircross is géén premium maar met design en flair ontpauperd volksvervoer van nederige origine, dat platform en techniek leent van de zustermerken Opel en Peugeot. Onder de huid is deze Aircross een-op-een dezelfde auto als een Opel Grandland X en Peugeot 3008. Van die kostenbesparing laat moederbedrijf PSA de consument ruimhartig profiteren; je krijgt veel voor relatief weinig. Anderzijds maakt het nu à la VW drie identieke boemeldozen in hetzelfde genre.

PSA zal zeggen dat het helemaal niet erg is, omdat ze alle drie hun eigen visuele signatuur hebben gekregen die een eigen, specifieke doelgroep aantrekt. De Opel voor de voetbalburgers, de Peugeot voor iets hoger opgeleide voetbalburgers, de Citroën voor francofiele individualisten die op SUV-vakanties jeu de boules lifestylen met de locals.

Pragmatisch

Dat hij Aircross en niet stemmig Arc du Ciel of Air France heet, is vermoedelijk omdat de laatste Franssprekende Citroënrijder onder de groene zoden ligt. Dat verlies is ook verlossing. Het merk is niet langer de slaaf van romantische herinneringen aan excentrieke voertuigen met hydropneumatische veerbollen, onmogelijke dashboards of radio’s waar ze niet horen te zitten. Het Citroën van ooit gedroeg zich als de excentrieke chefkok die van zijn publiek verwacht dat het slikt wat de pot schaft. Het nieuwe PSA omarmt Japans pragmatisch de wereldtaal van de meeloper. Wat van de oude dwarsheid rest spreekt voortaan Engels.

Gebleven zijn de zin voor stijl, de toewijding aan het comfort. De Aircross zit en veert als in de goede oude tijd zacht en gedragen. Het is een heerlijke reiswagen die zijn ziel net iets joyeuzer uitverkoopt dan de Duits-straffe concurrenten. Het ding heeft jeu. De dubbele grille uit gestapelde horizontalen is het weldadig elegante antwoord op de boersheid van die Duitse monstermuilen. Een dikke chroomlijst slingert zich elastisch zwierig om de zijruiten. In de schijnbaar dichte, zwartgespoten C-stijl zit een stiekem ruitje dat het zicht naar achteren niet noemenswaardig verbetert maar prima werkt als optische surprise. Geen Duitse fabrikant maakt zulke sfeervolle interieurs als Citroën. Kundig compartimenteerden en verlevendigden de designers doodse dashboardoppervlakken en meubilair met ruitmotiefjes en, in de deurpanelen, sierpatronen van geronde rechthoeken. De luchtinlaten van mijn witte Aircross zijn opgetut met rode lippenstift. Ik wil niet weten hoe ik het uit mijn mond krijg, maar de C5 heeft iets gezelligs.

Ook des Citroëns is de binnenhuisarchitectonische wanorde. De knoppenbalk onder het infotainmentscherm zit een paar centimeter buiten handbereik, de achterbank is een horreur. De zitting ligt te hoog, het glazen dak te laag. De bank is opgesplitst in drie op rails in lengte verstelbare delen waarvan de twee buitenste zich niet recht achter de voorstoelen bevinden, zodat de knieën niet soepel in hun uitgeholde rugleuningen vallen maar hinderlijk tegen de stoelranden schuren. En dan te bedenken dat Citroën het PSA-platform heeft verlengd voor vijf centimeter extra wielbasis ten opzichte van de Opel en Peugeot. Het is een mysterie waar die ruimte is gebleven, tot je de kofferklep opent; een volume van 580 liter is de Opel- en Peugeot-confrères niet gegeven. Dat geeft toch voldoende vrije vloer om ten behoeve van de beenruimte de rails voor de zittingen met behoud van het beschikbare totaalvolume iets naar achteren te plaatsen. Daar zou de schrale beenruimte wel mee gediend zijn. Dat deed de Audi van vorige week toch stukken beter.

Verder geeft zijn goedkopere soortgenoot de Duitser budgetslaag op alle vlakken. De viercilinder turbomotor is met hetzelfde koppel en dertig pk meer veel fijner. Het comfort ligt op een hoger peil. Hij heeft charme. En ik heb de verheugende indruk dat de afwerking niet dramatisch bij het Duitse vakwerk achterblijft. Geen Citroën zonder verbeterpunten, maar deze opgewekte conformist is een plezierige verrassing.